← België

Arrest 167149 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.149 Rolnummer: A. 56366/X-9424 Zaak: Arrest 167149 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-09 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 14:35 Fiche Arrest nr 167.149 van 26 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.149 van 26 januari 2007 in de zaak A. 56.366/X-

  1. In zake : de BVBA BOUWMATERIALEN G. DESIMPEL, die woonplaats kiest bij advocaat M. Denys, kantoor houdende te 1000 Brussel, Jan Jacobsplein 5 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat J. Bossuyt, kantoor houdende te Assebroek-Brugge, Bossuytlaan
  2. tussenkomende partij : de GEMEENTE JABBEKE, die woonplaats kiest bij advocaat J. Mermuys, kantoor houdende te Jabbeke, Aartrijksesteenweg 1 C. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Bouwmaterialen G. Desimpel op 14 februari 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het ministerieel besluit dd. 17 december 1993 van de Gemeenschapsminister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, waarbij hem de bouwvergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een loods op een terrein gelegen te Jabbeke, Vaartdijk Zuid, kadastraal gekend onder sectie A, nrs. 1125 b en 1128 a”; Gezien het verzoek tot tussenkomst van 10 mei 1994; Gelet op de beschikking van 19 juli 1994, die de tussenkomst van de gemeente Jabbeke toelaat; X-9424-1\5 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. Van Mingeroet; Gelet op de beschikking van 5 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 3 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Bockstaele, die loco advocaat J. Bossuyt verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. Mermuys, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. Van Mingeroet; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat het inleidend verzoekschrift in de voorliggende zaak voor de verzoekende partij is ingediend door Mr. K. Bouve en door Mr. M. Denys, bij welke laatste keuze van woonplaats wordt gedaan; Overwegende dat na de betekening van het auditoraatsverslag, waarin het aangewezen lid van het auditoraat besluit tot de ongegrondheid van de aangevoerde middelen en de verwerping van het beroep, een laatste memorie is ingediend voor verzoekende partij door Mr. P. Jongbloet “voor Martin Denys”, bij welke laatste nog steeds keuze van woonplaats wordt gedaan; Overwegende dat met het oog op de ingereedheidbrenging van de zaak en om reden van het tijdsverloop sedert de wisseling van de laatste memories, X-9424-2\5 de partijen door de Raad werden aangeschreven met de vraag een eventuele actualisering van het dossier met nieuwe feiten die een weerslag zouden kunnen hebben op de beoordeling van de ontvankelijkheid of de gegrondheid van het beroep, schriftelijk en voorafgaandelijk aan de terechtzitting te willen meedelen; Overwegende dat verwerende partij daarop aan de Raad meedeelt dat niet zou vaststaan dat verzoekende partij “effectief eigenaar was op het ogenblik van de indiening van het verzoekschrift of is op heden”, dat door een “NV Verhelst” in 2004 en 2005 bouwaanvragen werden ingediend met betrekking tot dezelfde percelen en dat op dit ogenblik bij de gemeente een aanvraag is ingediend “voor de vestiging van een tuinbouwbedrijf (Vanhauwaert)”; Overwegende dat van zijn kant Mr. M. Denys aan de Raad laat weten de zaak niet meer op te volgen en verwijst naar Mr. K. Bouve, advocaat, voor verdere informatie; Overwegende dat Mr. K. Bouve met een brief van 31 oktober 2006 de Raad schrijft dat zij zich onmiddellijk bevroeg bij cliënt die haar mededeelde “dat de aandelen van de BVBA DESIMPEL zijn overgelaten aan een derde”; dat zij vervolgens met een brief van 8 november 2006 de Raad er van op de hoogte brengt “ondertussen [...] in deze zaak zonder instructie” te zijn en ter zitting niet te zullen verschijnen; dat zij met een andere brief van 8 november 2006 herhaalt “zonder instructie [te zijn] in de zaak” maar daar aan toevoegt “destijds, meer bepaald op 21 december 2003, een schrijven [te hebben ontvangen] van Mr. Marc D’Hoore, Advocaat te Brugge (telnr. [...] - faxnr [...]) die [...] meldde dat hij als raadsman optreedt voor BVBA Verhelst Bouwmarkt (voorheen Bouwmaterialen G. Desimpel)” en dat zij “hem eveneens de fixatiedatum over[maakte]”; Overwegende dat ook de griffie van de Raad van State vervolgens het kantoor van Mr. M. D’Hoore telefonisch en per fax van de oproeping en de zittingsdatum op de hoogte bracht; Overwegende dat uit wat voorafgaat blijkt dat er ernstige twijfels rijzen over het actueel belang van de verzoekende partij; dat ter terechtzitting ook de tussenkomende partij stukken neerlegt die deze twijfels enkel kunnen versterken, zoals de veelvuldige wijzigingen in de naam en de rechtspersoonsvorm van de verzoekende partij en het bestaan van nieuwere bouwaanvragen met betrekking tot X-9424-3\5 het kwestieuze perceel; dat het in die omstandigheden zaak is van verzoekende partij om die twijfels weg te nemen; dat zij het evenwel nooit nodig heeft gevonden om de Raad van State in de loop van de voorbije jaren van een en ander op de hoogte te brengen dat de advocaat die zich op 21 december 2003 bij Mr. K. Bouve als raadsman van “voorheen Bouwmaterialen G. Desimpel” zou hebben kenbaar gemaakt, zijn tussenkomst in het beroep alleszins nooit aan de Raad heeft meegedeeld; dat hij het spijts de verwittigingen door Mr. K. Bouve en door de griffie van de Raad van State zelfs dan niet nodig vindt zijn tussenkomst te melden en zonder enig ander initiatief zijnerzijds, afwezig blijft op de terechtzitting; Overwegende dat een verzoekende partij, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces moet vertonen; dat voorts haar houding het behoorlijk verloop van het proces, waartoe ook zij moet bijdragen, niet mag verstoren; dat zij om die redenen verplicht is haar medewerking aan de rechter te verlenen wanneer zij daartoe wordt verzocht; dat wanneer haar belang in vraag wordt gesteld, zij daarover een standpunt moet innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen; dat, wanneer zij bij de ingereedheidbrenging van de zaak om aanvullende informatie ter actualisering van het dossier wordt verzocht, zij aldus over het al dan niet bestaan van nieuwe gegevens uitsluitsel moet geven; dat het hiervoor beschreven vertoon van gemis aan belangstelling voor de behandeling van haar beroep uitwijst dat de verzoekende partij zelf van oordeel is dat zij geen belang meer heeft bij de vernietiging van de aangevochten beslissing; dat aangenomen moet worden dat zij niet doet blijken van het door de wet vereiste actueel belang; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-9424-4\5 De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,73 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig januari 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. BOVIN. X-9424-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.149 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.