id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.203 Rolnummer: A. 152613/IX-4558 Zaak: Arrest 167203 - Federale reglementen (fiscaliteit) - 29/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-15 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 06:20 Fiche Arrest nr 167.203 van 29 januari 2007 Fiscaliteit - Federale reglementen (fiscaliteit) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.203 van 29 januari 2007 in de zaak A. 152.613/IX-
- In zake : Pascal DE HANDSCHUTTER, die woonplaats kiest bij advocaat H. BERGHS, kantoor houdende te HASSELT, Guffenslaan 84 tegen : het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, dat woonplaats kiest bij advocaat M. LEBBE, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Pascal DE HANDSCHUTTER op 10 juni 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Algemene Vergadering van het Instituut der Accountants en Belastingconsu- lenten van 17.04.2004" houdende de verkiezing van Erwin VERCAMMEN als ondervoorzitter; Gelet op het arrest nr. 135.437 van 27 september 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 9 november 2004 door verzoeker; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J.STEVENS; IX-4558-1/6 Gelet op de beschikking van 10 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 december 2006; Gehoord het verslag van de voorzitter van de Raad van State J. DE BRABANDERE; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. DRIESSEN, die loco advocaat H. BERGHS verschijnt voor verzoeker, en van advocaat M. LEBBE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker zich, samen met drie anderen, kandidaat stelt voor het ondervoorzitterschap van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, hierna: “het Instituut”; dat tijdens de algemene vergadering van 17 april 2004 de stemming het volgende resultaat oplevert : - Christine CLOQUET : 231 stemmen - Pascal DE HANDSCHUTTER : 92 - André BERT : 754 - Ludo VAN DEN BOSSCHE : 102 - Erwin VERCAMMEN : 758; dat Erwin VERCAMMEN, die de meeste stemmen behaald heeft, tot ondervoorzitter wordt uitgeroepen; dat dit de bestreden beslissing is; Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat haar algemene vergadering niet gelijk te stellen is met de verwerende partij als administratieve overheid daar de algemene vergadering niet het Instituut vertegenwoordigt en niet de beslissingen neemt die volgens de wet aan het Instituut toekomen, omdat het de IX-4558-2/6 Raad is die deze beslissingen neemt voor het Instituut; dat volgens de verwerende partij de algemene vergadering bezwaarlijk als een administratieve overheid kan worden beschouwd en de verkiezing door haar leden van een ondervoorzitter dus geen administratieve beslissing is; Overwegende dat verzoeker terecht repliceert dat de verwerende partij optreedt door middel van haar organen en diensten en dat afhankelijk van de materie, daarbij de voorzitter, de raad of de algemene vergadering de bevoegdheid kan hebben om op te treden; dat de beslissing die genomen wordt door het bevoegde orgaan van de verwerende partij, welke zoals zijzelf erkent als een administratieve overheid te beschouwen is, wel degelijk een beslissing is van een administratieve overheid en de algemene vergadering van de verwerende partij onmogelijk losgekoppeld kan worden van de verwerende partij zelf, waarvan zij deel uitmaakt; dat de exceptie niet opgaat; Overwegende dat de verwerende partij ook opwerpt dat verzoeker geen belang heeft bij zijn beroep, omdat hij zodanig weinig stemmen behaald heeft dat het totaal uitgesloten is dat bij een eventuele vernietiging van de verkiezing van de ondervoorzitter, hij tot ondervoorzitter zou worden verkozen : immers, dan zou er, volgens verweerster, een herstemming plaats moeten hebben tussen de twee kandidaten die het meest stemmen hebben behaald en daar is verzoeker niet bij; Overwegende dat verzoeker terecht repliceert dat nergens in de wet bepaald is dat bij een herstemming enkel de twee kandidaten met de meeste stemmen in aanmerking zouden komen voor een herstemming en dat het aantal stemmen dat door een kandidaat behaald wordt niet relevant is ten aanzien van zijn belang; dat de exceptie evenmin opgaat; Overwegende dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van artikel 8 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, hetwelk onder meer bepaalt dat de algemene vergadering van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten bestaat uit alle leden die natuurlijke personen zijn, dat deze vergadering de voorzitter, de ondervoorzitter, de commissarissen en de andere leden van de Raad van het Instituut kiest, en dat de beslissingen van de algemene vergadering worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden waarbij elk lid recht heeft op één stem; dat volgens verzoeker uit deze bepaling volgt dat de beslissing van de algemene IX-4558-3/6 vergadering waarbij de ondervoorzitter wordt gekozen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden moet genomen worden; dat hij vaststelt dat er op basis van de meegedeelde gegevens minstens 1.937 aanwezige of vertegen- woordigde leden gestemd hebben en dat de algemene vergadering dan ook maar geldig de ondervoorzitter kan kiezen voorzover deze gekozen wordt door de meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden ofwel met minstens 969 stemmen; dat echter geen van de kandidaten aan deze vereiste van het minimum aantal stemmen voldoet en geen meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordig- de leden gestemd heeft op één van de kandidaten; dat nochtans na het meedelen van de uitgebrachte stemmen, werd gesteld en aangenomen dat dhr. VERCAMMEN de nieuwe ondervoorzitter van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsu- lenten is; dat verzoeker concludeert dat aldus inbreuk werd gepleegd op de ingeroepen bepalingen van de voormelde wet van 22 april 1999; Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat noch in artikel 8, noch in artikel 10, 1° en 2°, van de wet van 22 apri11999, noch in het huishoudelijk reglement van het Instituut (artikelen 16 tot 25 van het koninklijk besluit van 2 maart 1989), er sprake is van een volstrekte of absolute meerderheid voor de verkiezing van personen tot bepaalde mandaten of functies, dat die wetsbepalingen evenmin voorzien in een systeem van herstemming voor het geval een volstrekte meerderheid bij een stemming voor een bepaald mandaat niet wordt behaald en dat daaruit kan worden afgeleid dat voor de verkiezingen die betrekking hebben op mandaten bij het Instituut een relatieve meerderheid volstaat; dat de verwerende partij voorts opmerkt dat zij het altijd zo begrepen heeft en dat sedert de oprichting in 1985 van haar rechtsvoorganger, het Instituut der Accountants, steeds verkozen werd met een relatieve meerderheid, zonder dat ooit daartegen door iemand werd geprotesteerd; dat naar haar mening artikel 8 van de wet van 22 april 1999, waarin staat dat de beslissingen van de algemene vergadering worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden, dus niet geldt voor de verkiezing met betrekking tot mandaten binnen het Instituut; dat zij bijkomend opmerkt dat indien de stelling van verzoeker zou worden gevolgd, zulks tot praktisch onoplosbare problemen zou leiden, aangezien op een algemene vergadering van het Instituut er twee à drieduizend leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, die bij geheime stemming moeten kiezen voor een voorzitter, een ondervoorzitter, twaalf leden van de raad, twee commissarissen, twee effectieve leden van de commissie van beroep, en twee plaatsvervangende leden van die commissie en dat, indien voor elk van die mandaten een volstrekte meerderheid van stemmen zou gelden, dit zou IX-4558-4/6 betekenen dat voor elk mandaat afzonderlijk zou moeten worden gestemd en eventueel herstemd totdat een kandidaat een volstrekte meerderheid behaalt, wat uren, zo niet meer dan een dag, in beslag zou nemen en ter plaatste telkens nieuwe stembiljetten zouden moeten worden gedrukt; Overwegende dat verzoeker repliceert dat het feit dat gedurende jaren op een bepaalde manier gehandeld werd niet aantoont dat die handelwijze als juridisch correct bestempeld dient te worden, terwijl de tekst van artikel 8 nochtans duidelijk is; dat volgens hem eventuele praktisch onoplosbare problemen evenmin van de naleving van de wet vrijstellen; dat hij voorts stelt dat de verwerende partij geen gegevens overlegt waaruit zou blijken dat het onmogelijk de bedoeling van de wetgever geweest kan zijn om een volstrekte meerderheid op te leggen; dat hij in zijn laatste memorie nog opmerkt dat zowel uit de tekst van artikel 8 van de wet en tevens uit de handelwijze van het Instituut blijkt dat al hetgeen opgenomen is in artikel 8, en dus ook hetgeen bepaald wordt in alinea 5, betrekking heeft op het kiezen van de Voorzitter, de Ondervoorzitter, ... en als een geheel dient te worden gelezen, waarbij hij opmerkt dat de aanwezige gerechtsdeurwaarder ook heeft vastgesteld dat de andere vereisten gesteld door artikel 8, onder meer wat de volmachten betreft, werden nageleefd, waaruit dan de vraag rijst waarom de andere voorschriften ervan enkel zouden moeten worden nageleefd door de bestuursorganen van het Instituut en niet door de algemene vergadering; Overwegende dat de bepaling welke verzoeker inroept blijkbaar doelt op stemmingen waarbij voorstellen van individuele en reglementaire handeling- en worden aangenomen dan wel verworpen, met andere woorden waarbij met ja of neen gestemd moet worden; dat zij niet bruikbaar is in gevallen als de onderhavige, waar voor een bepaalde persoon gestemd dient te worden en waar zoveel keuzemo- gelijkheden zijn als er kandidaten zijn; dat derhalve er niets onwettigs aan is de kandidaat met het grootste aantal stemmen als verkozen te beschouwen, ook al heeft hij niet de absolute meerderheid behaald; dat het immers geen algemeen principe is dat een verkozene de absolute meerderheid van de stemmen moet hebben behaald; dat het middel niet gegrond is, IX-4558-5/6 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig januari 2000 en zeven, door de IXe kamer, die was samengesteld als volgt : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, door de Eerste Voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de H. J. DE BRABAN- DERE, voorzitter van de Raad van State, overleden na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier, De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-4558-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.203 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.437 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.