← België

Arrest 167208 - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen - 29/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.208 Rolnummer: A. 69559/IX-831 Zaak: Arrest 167208 - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen - 29/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-14 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 14:39 Fiche Arrest nr 167.208 van 29 januari 2007 Economische zaken - Beroepsordes en gereglementeerde beroepen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.208 van 29 januari 2007 in de zaak A. 69.559/IX-

  1. In zake : Marc DEMEY, wonende te KNOKKE, Helmweg 18 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landbouw en KMO’s, thans de minister van Middenstand en Landbouw, die woonplaats kiest bij advocaat M. MAHIEU, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marc DEMEY op 18 juni 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 29 februari 1996 van de Raad van Erkenning voor de Gezworen Landmeters-Experten waarbij zijn aanvraag om inschrijving op de lijst van het gereglementeerd beroep van gezworen landmeter-expert geweigerd wordt; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 29 januari 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 17 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 december 2006; IX-831-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, die persoonlijk verschijnt; Gehoord het behalve wat de kosten betreft eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.1.
  4. Artikel 3 van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstver-lenende intellectuele beroepen (hierna: de kaderwet), gewijzigd bij de wet van 30 december 1992, bepaalt dat niemand in de hoedanigheid van zelfstandige, als hoofd- of bijberoep een ter uitvoering van die wet gereglementeerd beroep mag uitoefenen of er de titel van mag voeren “indien hij niet is ingeschreven op het tableau van de beoefenaars van het beroep of op de lijst van de stagiairs”. Artikel 17, § 1, van de kaderwet bepaalt dat de personen, die op de datum waarop een ter uitvoering van de wet genomen besluit in werking treedt, “het gereglementeerd beroep uitoefenen in de voorwaarden en sedert de tijd vastgesteld door de Koning (...), op hun verzoek ingeschreven worden op een lijst opgemaakt door de burgemeester van de gemeente waar zij hun hoofdvestiging hebben”. Artikel 17 bepaalt voorts dat de Koning voor elk gereglementeerd beroep “Raden van erkenning” opricht (§ 3), bij wie “de aanvragers aan wie een inschrijving op de gemeentelijke lijst werd geweigerd (...) beroep kunnen instellen” (§ 4, tweede lid) en die, na uitspraak gedaan te hebben over de beroepen tegen de weigering tot inschrijving, de lijst van de beroepsbeoefenaars vaststelt (§ 5). 1.1.
  5. Het koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert (hierna: het koninklijk besluit van 18 januari 1995) richt het Beroepsinstituut van gezworen landmeters-experten op. Het bepaalt dat niemand als zelfstandige in hoofd- of bijberoep het beroep van gezworen landmeter-expert -de activiteiten worden omschreven in artikel 3 van het besluit en de vereiste diploma’s worden opgesomd IX-831-2/7 in artikel 4, § 1- mag uitoefenen of de beroepstitel ervan mag voeren, tenzij hij ingeschreven is op het tableau van de beoefenaars van het beroep of op de lijst van stagiairs die door het Instituut bijgehouden worden. Artikel 6 van het besluit bevat volgende overgangsbepaling : “De personen die, op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, sedert ten minste drie maanden de in artikel 3 bedoelde beroepswerkzaamheden uitoefenen voor eigen rekening of als gevolmachtigde of organen, voor rekening van een rechtspersoon, worden op eigen verzoek ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 17, § 1 van de kaderwet van 1 maart 1976, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 juni 1987 houdende organisatie van de overgangsregeling, bedoeld in artikel 17 van de kaderwet van 1 maart 1976 (...)”. 1.1.
  6. Het koninklijk besluit van 24 juni 1987 houdende organisatie van de overgangsregeling bedoeld in artikel 17 van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen (hierna: het koninklijk besluit van 24 juni 1987) regelt onder meer de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de inschrijving op de gemeentelijke lijst gebeurt. Aldus bepaalt artikel 2 : “§
  7. De aanvrager die het beroep voor eigen rekening uitoefent, dient het bewijs van de beroepsuitoefening te leveren aan de hand van ten minste twee stukken gekozen uit de daartoe in het reglementeringsbesluit of in de onder- staande lijst opgesomde stukken : 1/ een getuigschrift van de controleur der directe belastingen, betreffende de aangiften van bedrijfsinkomsten door de aanvrager; 2/ een getuigschrift van de controleur van de belasting op de toegevoegde waarde, betreffende de betaling van B.T.W. op de voor beroepsprestaties uitgereikte facturen of ereloonnota’s; 3/ facturen of ereloonnota’s die samen de gehele in het reglementeringsbesluit vastgestelde periode bestrijken; 4/ een bewijs van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelf- standigen of bij de Nationale Hulpkas voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen; §
  8. Ingeval de aanvrager het beroep uitoefent voor rekening van een rechts- persoon, moet het bewijs van deze uitoefening worden geleverd : 1/ aan de hand van een van de stukken bedoeld in § 1, 1/ of 4/, samen met hetzij een uittreksel uit het proces-verbaal van de algemene vergadering of van de vergadering van de raad van beheer van de vennootschap waarbij hij tot gevolmachtigde wordt benoemd, hetzij indien hij vennootschapsorgaan was, de akte van zijn benoeming; 2/ ten minste één bewijsmiddel gekozen uit de daartoe in het reglementerings- besluit of in § 1, 1/ tot 3/ opgesomde stukken. Deze stukken moeten opgemaakt zijn op naam van de vennootschap voor rekening waarvan hij zijn beroep heeft uitgeoefend. §
  9. (...).” IX-831-3/7 1.1.
  10. Twee wetten van 11 mei 2003, een eerste tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, een tweede tot oprichting van federale raden van landmeters-experten -beiden in werking gesteld op 1 oktober 2004- hebben voor de bescherming van de titel en de uitoefening van het beroep van landmeter- expert een nieuwe regeling ingesteld. De uitoefening van het beroep en het voeren van de titel is voortaan afhankelijk van het bezit van een diploma en het afleggen van de voorgeschreven eed. De uitoefening van het beroep als zelfstandige in hoofd- of bijberoep is afhankelijk van de inschrijving op het tableau. Bij overgangsmaatregel mogen de personen die ingeschreven zijn op de lijst van beoefenaars bedoeld in artikel 17, § 5, van de kaderwet, de voorlegging van het vereiste diploma vervangen door het bewijs van inschrijving op de lijst van beoefenaars en mogen de personen die op de datum van inwerkingtreding van de wet het beroep van zelfstandig landmeter-expert uitoefenen en die het vereiste diploma bezitten of die ingeschreven zijn op de lijst van beoefenaars, voor zover zij om hun inschrijving op het tableau vragen binnen de zestig dagen na de inwerkingtreding van de wet, het beroep bij wijze van overgang verder uitoefenen of de titel ervan voeren totdat de bevoegde overheid beslist over hun daadwerkelijke inschrijving op het tableau. 1.
  11. Op 3 april 1995 vraagt verzoeker, meetkundig schatter van onroerende goederen en op dat ogenblik hoofdcontroleur bij de administratie van het kadaster van het ministerie van Financiën, aan het gemeentebestuur van Knokke- Heist de registratie als lid van het Instituut, overeenkomstig artikel 17, § 1, van de kaderwet. 1.
  12. Op 5 mei 1995 weigert de burgemeester de inschrijving op de lijst van het gereglementeerd beroep van landmeter-expert om reden dat verzoeker het zelfstandig beroep van landmeter-expert niet meer uitoefende gedurende de drie maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 18 januari
  13. 1.
  14. Op 24 mei 1995 stelt verzoeker tegen deze weigeringsbeslissing beroep in bij de Raad van Erkenning voor de Gezworen Landmeters-Experten. IX-831-4/7 Op 29 februari 1996 beslist de Raad van Erkenning voor de Gezworen Landmeters-Experten verzoeker niet in te schrijven op de lijst van het gereglementeerd beroep van gezworen landmeter-expert. Volgens de Raad toont verzoeker ook met de bijkomend overgelegde stukken niet aan dat hij tussen 7 december 1994 en 7 maart 1995 de zelfstandige beroepsactiviteit van landmeter- expert uitgeoefend heeft. 2.
  15. Overwegende dat met een brief van 21 augustus 2006 verzoeker er op gewezen is dat zijn eventuele retroactieve inschrijving op de lijst van het gereglementeerd beroep van gezworen landmeter-expert thans geen gevolgen meer kan hebben aangezien sedert de inwerkingtreding van de wetten van 11 mei 2003 voor het voeren van de titel en de uitoefening van het beroep een nieuw systeem bestaat waarbij de inschrijving op het tableau - noodzakelijk om het beroep als zelfstandige te kunnen uitoefenen - nog alleen het bezit van een diploma en de eedaflegging voorschrijft, terwijl er voortaan geen bewijs van voorafgaande beroepsuitoefening meer wordt vereist; dat afgaande op die vaststelling, aan verzoeker gevraagd is of hij thans nog belangstelling heeft voor de gewone afhandeling van de zaak en dat hem ook gevraagd is zijn actueel belang te staven; 2.
  16. Overwegende dat verzoeker met een brief van 24 september 2006 aan de Raad van State medegedeeld heeft dat hij “zijn belangstelling tot verderzetten van de procedure” bevestigt en de “verderzetting” aanvraagt; dat hij er in die brief ook aan herinnert dat hij wel degelijk voldaan heeft aan de voorwaarden om op de lijst van het gereglementeerd beroep van landmeter-expert opgenomen te worden, aangezien hij bewezen heeft dat minstens twee van de vier gestelde voorwaarden vervuld waren en hij in ieder geval als landmeter in dienst van de Belgische Staat werkte voor een rechtspersoon en in die hoedanigheid de beroepswerkzaamheden uitoefende; dat hij ook nog betoogt dat hij nog belangstelling blijft hebben omdat er nog uitspraak gedaan moet worden over de kosten van het geding; 2.3.
  17. Overwegende dat verzoeker met zijn schrijven van 24 september 2006 aantoont dat hij nog belangstelling heeft voor de gewone afhandeling van het geding; dat evenwel die blijk van belangstelling niet volstaat om het geding ten gronde te behandelen, aangezien artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereist dat een verzoeker op het ogenblik van de uitspraak over zijn beroep nog een actueel belang bezit in de zin dat een vernietiging hem een tastbaar voordeel moet opleveren; IX-831-5/7 Overwegende dat verzoeker niet geantwoord heeft op de vraag die hem daarover gesteld is; dat hij ook ter terechtzitting daarover geen nadere uitleg verstrekt heeft; 2.3.
  18. Overwegende dat de veroordeling van de verwerende partij tot de betaling van de kosten geen tastbaar voordeel is dat verbonden is met de nietig- verklaring van de bestreden beslissing; dat voorts, nu buiten betwisting staat dat verzoeker beschikt over een diploma bedoeld in artikel 2 van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert en dat hij de eed heeft afgelegd, hij op grond daarvan zijn inschrijving op het tableau heeft kunnen vragen bij de Federale Raad van landmeters-experten; dat verzoeker in zijn brief van 24 september 2006 ook formeel verwijst naar zijn inschrijving “op de tableau van de landmeters-experten”; dat een en ander tot gevolg heeft dat verzoeker sinds de inwerkingtreding op 1 oktober 2004 van de wet van 11 mei 2003, het beroep van landmeter-expert als zelfstandige in bijberoep kan uitoefenen; dat verzoeker geen enkel gegeven overlegt waaruit kan opgemaakt worden dat de weigering om hem in te schrijven op de lijst van het gereglementeerde beroep van landmeter-expert, die hem belet heeft tot einde 2004 het beroep uit te oefenen, hem concreet benadeeld heeft in de zin van artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat het beroep bij gebrek aan bewezen actueel belang niet langer ontvankelijk is;
  19. Overwegende dat het teloorgaan van het belang te wijten is aan de totstandkoming, in de loop van het geding, van de wetten van 11 mei 2003; dat het past de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  20. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  21. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-831-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 29 januari 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld als volgt : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, door de eerste voorzitter van de Raad van State aangewezen ter vervanging van de H. J. DE BRABANDERE, voorzitter van de Raad van State, overleden na de debatten te hebben bijgewoond en na te hebben deelgenomen aan het beraad; de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-831-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.208 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.