← België

Arrest 167240 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.240 Rolnummer: A. 178209/X-13066 Zaak: Arrest 167240 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-06 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 14:50 Fiche Arrest nr 167.240 van 30 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.240 van 30 januari 2007 in de zaak A. 178.209/X-13.066. In zake : Carlo CORLUY, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : 1. de gemeente KNOKKE-HEIST, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14, 2. de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Carlo CORLUY op 31 oktober 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 27 april 2006 van de gemeenteraad van Knokke-Heist houdende opheffing van een aantal bestaande bouwverordeningen en vaststelling van een nieuwe gemeentelijke stedenbouwkundige verordening, en van het besluit van 31 augustus 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende goedkeuring van deze beslissing, "in de mate dat de bouwverordening van de vroegere gemeente Knokke wordt opgeheven zonder dat nieuwe bepalingen in de plaats worden gesteld met betrekking tot de nok- en kroonlijsthoogte van de gebouwen of het aantal bouwlagen"; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 december 2006 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 12 januari 2007; X-13.066-1/5 Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GHYSELS, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat J. GOETHALS, die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van adjunct- adviseur P. DE WULF, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoör- dineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende , wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoeker het volgende aanvoert: "1. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit berokkent verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN). 2. Het gemeenteraadsbesluit heft immers het bouwreglement op dat bij gebrek aan ruimtelijke uitvoeringsplan of BPA - de plaatselijke ordening volledig beheerste, terwijl er een nieuw bouwreglement wordt goedgekeurd dat evenwel geen enkele bepaling bevat in verband met de nok- en kroonlijsthoogte van de gebouwen of het aantal bouwlagen. Daardoor bestaat er, minstens voor de gebieden waarvoor geen BPA bestaat zoals dat van verzoekende partij (t.w. het gebied begrensd door het Albertplein, de zeedijk, het de Wielingen- plein/Wielingenstraat en de Kustlaan), een planologisch vacuüm en een gevaar voor willekeur. 3. Daarenboven werd aangetoond dat het bouwreglement buiten werking gesteld werd omdat verzoekende partij en andere eigenaars/huurders van appartementen in de Residentie St.Georges en de Residentie Grosvenor aan het plein 'De Wielingen' te Knokke zich hierop in het kader van het openbaar onderzoek hebben beroepen tegen de bouwaanvragen van de N.V. NEW PLAZA en de N.V. P.O.C. PARTNERS. Deze aanvragen voorzien in de bouw van een appartementsgebouw (de zogenaamde nieuwe 'Residentie Plaza') na afbraak van de sinds 1928 bekende Plaza Residence op het plein 'De Wielingen' en drie gekende restaurants in de Wielingen-straat te 8300 Knokke. Verzoekende partij en andere eigenaars/huurders van appartementen in de Residentie St.Georges en de Residentie Grosvenor aan het plein 'De Wielingen' X-13.066-2/5 te Knokke toonden in hun bezwaarschriften aan dat deze bouwaanvragen kennelijk in strijd zijn met het bouwreglement dat thans door het bestreden besluit werd opgeheven, o.a. met artikel 17, 30 en 70 (vaste uitsprongen en balkons), artikel 34 (bouwhoogte), artikel 36 (bouwlagen). Ingevolge de kennelijke strijdigheid met dit bouwreglement, zoals aangetoond door o.a. verzoeker in het kader van het openbaar onderzoek, moeten deze aanvragen dan ook geweigerd worden. Door de opheffing van dit bouwreglement en de invoering van een nieuw reglement dat niet langer de voornoemde bepalingen bevat zouden de aanvragen wel kunnen worden ingewilligd en worden verzoeker en andere bezwaarindieners afgetrokken van het bezwaarrecht dat de wet hen toekent. Verzoekende partij is, samen met zijn echtgenote, eigenaar van het appartement D 11 in de Residentie St. Georges, gelegen te 8.300 Knokke-Heist aan het De Wielingenplein, welk appartement gelegen is ter eerste verdieping van de Residentie St. Georges en pal op het De Wielingen-plein aan de hoek gevormd (rechts) met de bestaande 'Plaza Residence'. Praktisch ieder weekend, het ganse jaar door, het kerstverlof en vanaf het paasverlof tot einde september van het jaar, verblijft verzoeker met zijn echtgenote te Knokke in hun appartement. Thans geniet hij volop van de late voormiddagzon, de namiddag- en avondzon. De thans bestreden bouwverordening (B.S. 03.10.2006) maakt het sinds haar inwerkingtreding op 13.10.2006 mogelijk naast de Residentie St Georges en in de onmiddellijke omgeving - zo ondermeer binnen het gebied begrensd door het Albertplein, de Zeedijk, het de Wielingenplein/Wielingenstraat en de Kustlaan (en ook elders in Knokke-Heist waar geen B.P.A./GRUP van toepassing

  1. is)- megalomane torengebouwen van meerdere tientallen meters op te richten, naast het feit dat nu ook het voorliggend bouwproject van de N.V. New Plaza en de N.V. POC & Partners eveneens kan worden/wordt opgericht met een hoogte volgens planblad 11/11 van in totaal 33m07, kortom minstens 13m07 hoger dan voorzien en toegelaten overeenkomstig het sinds 1920 van toepassing zijnde bouwreglement (zie de artikelen 34, 35, 36 en 70 van het bouwreglement). Dit maakt dan ook niet alleen dat verzoeker definitief en onherroepelijk uitgesloten wordt van elke bezonning, en deze dan ook volledig wordt ontnomen, maar bovendien wordt door het project van de N.V. New Plaza en de N.V. POC & Partners en de in het project voorziene grote vaste uitsprongen en balkons in de hoek met de Residentie St Georges, rechtstreekse inkijk genomen in het appartement van verzoeker en dit van op minder dan 2 meter. De door de nieuwe bouwverordening gecreëerde mogelijkheid tot realisering van megalomane projecten, en in concreto door het project van de N.V. New Plaza/N.V. POC & Partners wordt het plein "De Wielingen" bovendien volledig in de schaduw gelegd, zodat het plein geheel onaantrekkelijk wordt en een (ijs)koude bedoening wordt, zelfs midden de zomer. De ingang van de Residenties St.Georges en Grosvenor zijn bovendien eveneens op dat plein gelegen. Verzoeker en andere bezwaarindieners toonden in hun bezwaarschriften reeds aan dat voornoemd megalomaan project het plein 'De Wielingen' volledig in de schaduw zal leggen, zodat het plein geheel onaantrekkelijk wordt. De ingang van de Residenties St.-Georges en Grosvenor is op dat plein gelegen. Bovendien zal het project verscheidene gedeelten van de residentie St.-Georges zelf, die nu geen schaduw hebben, wel in de schaduw stellen. Hetzelfde geldt, zij het in mindere mate, voor de residentie Grosvenor. Daarenboven werd aangetoond dat er zich uiterst zware mobiliteits- problemen zullen stellen ten gevolge van het project, dat in niet minder dan 87 ondergrondse garages voorziet die allen hun in- en uitgang zouden nemen langs één en dezelfde in- en uitrit over het De Wielingenplein, Zeedijk en de X-13.066-3/5 nabijgelegen straten. De in- en uitgang is voorzien pal in de hoek naast de Residentie Gosvenor. Naar de toekomst mag men dan ook een permanente verkeerschaos verwachten op het De Wielingenplein, Zeedijk, nabijgelegen straten en een zeer sterke verhoging van de geluidsoverlast en luchtvervuiling (als gevolg van de uitlaatgassen en de draaiende motoren in afwachting van hun mogelijk in- en uitrijden naar de 87 ondergrondse garages, nu in het project slechts één weg voorzien is met breedte voor één wagen) op het 'De Wielingenplein' én in het bouwproject van de nieuwe 'Residentie Plaza'. 4. Ingevolge de bezwaarschriften van verzoekende partijen waarin werd aangetoond dat de bouwaanvragen kennelijk in strijd zijn met het kwestieuze bouwreglement, werd de indruk gewekt dat afstand gedaan werd van de bouwaanvraag door de N.V. NEW PLAZA. Aanvang december 2002 werd door de N.V. P.O.C. PARTNERS een nieuwe bouwaanvraag ingediend. Nu blijkt dat beide aanvragen nog steeds bestaande zijn en een beslissing nu nakende is (...) Door de opheffing van het kwestieuze bouwreglement en de aanneming van een nieuw reglement krijgen bouwpromotoren de vrije hand om hun megalomaan project alsnog door te voeren, en zullen andere promotoren vlug volgen om nieuwe bouwaanvragen in te dienen om zéér gróte bouwprojecten te realiseren, niet alleen in de onmiddellijke omgeving doch tevens op beeldbepalende en centraal gekende plaatsen te Knokke waar slechts kan verwezen naar het gemeentelijk bouwreglement. 5. De vernietiging van de bestreden beslissing alleen, zonder voorafgaande schorsing, kan in casu niet volstaan om aan verzoekers een genoegzaam herstel van het door de bestreden handeling teweeggebrachte nadeel te waarborgen. Een vernietigingsarrest alleen zal te laat komen. Op dat ogenblik zal de ernstige schade van verzoekers zich reeds onherroepelijk gerealiseerd hebben en niet meer kunnen hersteld worden. Het niet meer bestaan van het oude bouwreglement van 1920 zal maken dat bouwvergunningen kunnen worden afgeleverd, die onder vigeur van het oude bouwreglement onmogelijk kunnen. De betrokken bouwprojecten waarvoor in strijd met het opgeheven bouwreglement vergunningen zullen zijn afgeleverd, zullen reeds gerealiseerd zijn op het ogenblik van een uitspraak ten gronde. Het feit van het niet meer bestaan van het vroegere bouwreglement zal maken dat binnen het gebied waar geen B.P.A.'s van toepassing zijn, megalomane projecten zullen gerealiseerd worden, hetgeen tot op heden niet kon. Het is dan ook duidelijk dat verzoekende partijen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel lijden door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit."; Overwegende dat de verwerende partijen op goede gronden repliceren dat de aangevoerde nadelen niet rechtstreeks voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akten; dat die gebeurlijke nadelen immers pas dreigen te ontstaan indien het project waarnaar de verzoeker verwijst zou worden vergund, en op de eerste plaats verbonden zullen zijn aan de tenuitvoerlegging van de voor dat project noodzakelijke stedenbouwkundige vergunning; dat de tenuitvoerlegging van de thans bestreden akten geenszins tot gevolg heeft dat een vergunning voor een "megalomaan" bouwwerk zoals gevreesd door de verzoeker onafwendbaar is; dat bovendien de vergunningsaanvraag hoe dan ook zal moeten worden getoetst aan de eisen van een goede plaatselijke ordening; dat X-13.066-4/5 de desbetreffende bouwaanvraag trouwens ingetrokken blijkt te zijn; dat aan de tweede schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig januari 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.066-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.240 Gerelateerde publicatie(
  2. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.430 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.