← België

Arrest 167245 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/01/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.245 Rolnummer: A. 172111/X-12794 Zaak: Arrest 167245 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 30/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-15 Raadplegingen: 44 - laatst gezien 2026-06-29 06:21 Fiche Arrest nr 167.245 van 30 januari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.245 van 30 januari 2007 in de zaak A. 172.111/X-12.

  1. In zake : de nv DRIEMO, die woonplaats kiest bij advocaat A. COPPENS, kantoor houdende te 8800 ROESELARE, Westlaan 358 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  2. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de nv DRIEMO op 14 april 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 20 januari 2006 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk”, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 februari 2006; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur S. DE TAEYE, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 8 november 2006, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 november 2006; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; X-12.794-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. VEKEMAN, die loco advocaten A. COPPENS en H. LEMAHIEU verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur S. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vlaamse regering bij het bestreden besluit van 20 januari 2006 het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “afbakening regionaalstedelijk gebied Kortrijk” definitief heeft vastgesteld; dat de verzoekende partij eigenaar is van een perceel, gelegen te Wevelgem, hoek Tombroekdreef - Kleine Ieperstraat, kadastraal bekend afdeling 3, Sectie D, nr. 505 s; dat dit perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Kortrijk, vastgesteld bij koninklijk besluit van 4 november 1977, was gelegen, tot op een diepte van 50m in woongebied en voor het overige in agrarisch gebied; dat het volgens het bestreden besluit wordt bestemd tot “stedelijk landbouwgebied” (art. 9.2.); dat de Vlaamse regering bij besluit van 20 juli 2006 het bestreden besluit van 20 januari 2006 heeft ingetrokken “voor zover dit een gedeelte van het perceel, kadastraal gekend als Wevelgem (Gullegem) Afdeling 3, sectie D, Nr 505/S, herbestemt van landelijk woongebied tot bouwvrij agrarisch gebied”; dat dit laatste besluit definitief is geworden; dat de verzoekende partij in haar memorie omtrent dit intrekkingsbesluit onder meer stelt: “Kwestieus perceel behoort verzoekende partij toe en het was inderdaad de bestemmingswijziging ervan die het voorwerp uitmaakte van onderhavig vernietigingsberoep”; dat hieruit blijkt dat het werkelijke voorwerp van het beroep door de verzoekende partij is beperkt tot voormeld perceel; dat het ingevolge voormeld intrekkingsbesluit zonder voorwerp en derhalve doelloos is geworden; dat het beroep kennelijk niet ontvankelijk is; dat het gelet op de omstandigheden van de zaak past dat de kosten ten laste van de verwerende partij worden gelegd, X-12.794-2/3 B E S L U I T: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig januari 2007, door: de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-12.794-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.245 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.