id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.297 Rolnummer: A. 169558/V-1717 Zaak: Arrêt / Arrest 167297 - Commissariat général aux Réfugiés et aux Apatrides / Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 30/01/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-19 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-03 06:46 Versie(s): Vertaling in voorbereiding Fiche Arrest nr 167.297 van 30 januari 2007 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 167.297 van 30 januari 2007 A. 169.558/V-1717 In zake:
- XXX,
- XXX, die woonplaats kiest bij Mr. Nasredine BENZERFA, advocaat, Arenbergstraat 44, bus 32 1000 Brussel tegen: de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien de vordering die op 4 januari 2006 is ingesteld door XXX en zijn neef XXX, beiden van Joegoslavische nationaliteit (Servisch-Montenegrijns), met het oog op de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissingen tot bevestiging van de weigering van verblijf die de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 1 december 2005 ten aanzien van hen heeft genomen; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekers de nietigverklaring van dezelfde beslissingen vorderen; Gelet op de beschikking van 20 februari 2006, waarbij de verzoekers het voordeel van kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de administratieve dossiers; Gezien het schriftelijke standpunt van de heer E. THIBAUT, auditeur bij de Raad van State, geformuleerd op basis van de artikelen 7 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over V - 1717 - 1/5 beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving aan de partijen van dat standpunt en gezien de oproeping waarbij deze verzocht worden te verschijnen op de terechtzitting van 12 december 2006 om 10.00 uur; Gehoord het verslag van de heer R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State; Gehoord de opmerkingen van Mr. M. KIWOKONO en Mr. N. BENZERFA, advocaten, die voor de verzoekers verschijnen, en van de heren ROISIN en HUYGHE, attachés, die voor de verwerende partij verschijnen; Gehoord het eensluidend advies van de heer THIBAUT, auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; I. De feiten Overwegende dat de volgende feiten aan het geding ten grondslag liggen:
- De tweede verzoeker, XXX, van Joegoslavische nationaliteit, zou op 3 oktober 2005 België binnengekomen zijn. ‘s Anderendaags zou hij zich als vluchteling op het grondgebied van het Rijk hebben gemeld.
- Aangezien de tweede verzoeker verzocht heeft om de hulp van een tolk, is overeenkomstig artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen beslist dat zijn aanvraag in het Frans zou worden behandeld.
- De eerste verzoeker, XXX, die de neef is van de tweede verzoeker en eveneens van Joegoslavische nationaliteit, zou België binnengekomen zijn op 11 oktober
- ‘s Anderendaags heeft hij zich gemeld als vluchteling op het grondgebied van het Rijk.
- Aangezien de eerste verzoeker eveneens verzocht had om de hulp van een tolk, is beslist dat zijn aanvraag in het Nederlands zou worden behandeld. V - 1717 - 2/5
- Op 17 oktober 2005 heeft de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken ten aanzien van de tweede verzoeker een beslissing genomen tot weigering van verblijf met het bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 26bis). De laatstgenoemde heeft tegen die beslissing op 20 oktober 2005 een dringend beroep ingesteld bij de verwerende partij.
- Op 19 oktober 2005 heeft de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf met het bevel om het grondgebied te verlaten genomen ten aanzien van de eerste verzoeker (bijlage 26bis). De laatstgenoemde heeft ‘s anderendaags tegen die beslissing een dringend beroep ingesteld bij de verwerende partij.
- De Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen heeft op 1 december 2005 twee beslissingen genomen tot bevestiging van de weigering van verblijf. De beide beslissingen bevatten eenzelfde motief, ontleend aan de ongeloofwaardigheid van de respectieve verklaringen van de twee verzoekers, en andere specifieke motieven. II. In rechte Overwegende dat de verzoekers, wegens de verknochtheid van de zaken, een enige vordering tot schorsing en een enig beroep tot nietigverklaring hebben mogen instellen; Overwegende dat zij een enig middel ontlenen aan schending van artikel 1, tweede lid, van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen ondertekend te Genève op 28 juli 1951, van de artikelen 48, 52 en 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, aan schending van het beginsel van het tegensprekelijk debat en van het beginsel volgens hetwelk de bestuursoverheid moet beslissen met kennis van alle gegevens van de zaak, alsmede aan kennelijke dwaling omtrent de beoordeling; dat zij ter adstructie van dat middel in hoofdzaak aanvoeren dat elk van zijn kant geconfronteerd geweest is met alle opgeworpen tegenstrijdigheden en zijn versie heeft gehandhaafd, dat zij verhoord zijn door twee verschillende verhoorders, en de vragen daardoor verschillend waren, ook al betroffen zij de redenen waarom zij hun land waren ontvlucht, zodat het geen verbazing wekt dat sommige tegenstrijdigheden van gering belang zijn vastgesteld die geenszins afbreuk doen aan de redenen voor hun verzoek tot erkenning van de V - 1717 - 3/5 hoedanigheid van vluchteling, dat "de bestreden beslissing" niets zegt over hun "mishandeling", dat Albanië geen enkele wet heeft die homoseksuelen beschermt, dat zij moslim zijn en dat de Koran homoseksualiteit verbiedt en veroordeelt, en ten slotte dat zij thans niet kunnen terugkeren naar Servië-Montenegro omdat zij vrezen opnieuw te worden vervolgd en beschimpt door de dorpelingen; Overwegende dat het enige middel niet-ontvankelijk is in zoverre het ontleend is aan het algemene beginsel van het tegensprekelijk debat, omdat niet wordt uiteengezet in welk opzicht dit beginsel zou zijn geschonden bij de behandeling van hun verzoek; dat, wat betreft het motief ontleend aan het gemis aan geloofwaardigheid van de aangevoerde vrees, volgens artikel 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, de ontvankelijkheid van een asielaanvraag afhankelijk kan worden gesteld van de coherentie, de constantheid en de uitvoerigheid van het relaas van een kandidaat-vluchteling, zodat de verwerende partij een bevestigende beslissing van weigering van verblijf rechtens kan motiveren met een belangrijke wijziging in het relaas, met de tegenstrijdigheden of weglatingen die ervoor zorgen dat afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van het verhaal van de kandidaat-vluchteling, in zoverre zij een belangrijk onderdeel van diens asielaanvraag betreffen; dat de Raad van State in dat opzicht zijn beoordeling niet in de plaats mag stellen van die van de bevoegde overheid, maar zich er integendeel toe moet beperken na te gaan of die overheid geen feiten voor bewezen heeft beschouwd die niet uit het administratief dossier blijken, en of ze in de motivering van de bestreden beslissing geen interpretatie ervan heeft gegeven die voortvloeit uit een kennelijke dwaling omtrent de beoordeling; dat de verwerende partij in het onderhavige geval in de bestreden beslissingen onder meer wijst op belangrijke tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van de verzoekers en daaruit afleidt dat de aangevoerde vrees niet geloofwaardig is; dat die beoordeling niet onredelijk is en steunt op tegenstrijdigheden die zijn vastgesteld bij het onderzoek van de administratieve dossiers, waarvan de juistheid trouwens niet wordt betwist, en waarop niet naar behoren kritiek is uitgebracht; dat de tweede verzoeker, de enige die geconfronteerd is geweest met de tegenstrijdigheden tussen zijn verklaringen en die van zijn neef, terwijl deze nochtans betrekking hadden op feiten die ze samen hadden meegemaakt, immers geen geloofwaardige uitleg heeft kunnen geven; dat de tegenstrijdigheden en de weglating waarop is gewezen, zaken betreffen die de bevoegde overheid terecht als wezenlijk heeft kunnen beschouwen; dat het feit dat de verhoorders verschillend waren irrelevant is aangezien de vragen die gesteld zijn in hoofdzaak dezelfde waren; dat die tegenstrijdigheden en die weglating voldoende zijn om de bestreden beslissingen te wettigen; dat er bijgevolg geen grond is om de overige grieven die tegen de bestreden beslissingen zijn ingebracht te onderzoeken, V - 1717 - 4/5 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden afgewezen. Artikel
- De kosten, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekers, ten belope van 175 euro elk. Aldus uitgesproken te Brussel in openbare terechtzitting van de Ve kamer van de Raad van State, op dertig januari tweeduizend zeven, door: de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, L. HELLIN, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier, De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1717 - 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.297 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.