id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.486 Rolnummer: A. 152230/XIV-19707 Zaak: Arrest 167486 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 05/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-16 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 15:17 Fiche Arrest nr 167.486 van 5 februari 2007 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.486 van 5 februari 2007 in de zaak A. 152.230/XIV-19.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. A. NIANG, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Vorstlaan 144/
- tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kameroense nationaliteit, op 26 mei 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 22 april 2004 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 5 februari 2004 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 8 juni 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de beschikking van 28 juli 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-19.707-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HENDRICKX, die loco advocaat F. A. NIANG verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché F. VEREEKEN, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur R. VERCRUYSSEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 11 november 2003 en zich vluchteling verklaart op 12 november 2003; dat op 5 februari 2004 de minister van Binnenlandse Zaken beslist tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; dat op 22 april 2004 de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing bevestigt; dat dit de thans bestreden beslissing is, die als volgt is gemotiveerd: "A. Vluchtrelaas U verklaart een Kameroens staatsburger te zijn afkomstig van Douala. U bent van Akum- origine. U woonde in Bamenda en werkte bij J. N. als artiest in tekenen, schilderen en drukken. J. N. was lid van de anglofone afscheidingsbeweging Southern Cameroon National Council (SCNC) en via hem kwam u in contact met de beweging. U werd in augustus 2003 lid van de SCNC. Op 1 september 2003 bracht J. N. 500 t-shirts om te bedrukken voor de 1 oktober- viering van SCNC. U hielp uw baas bij deze opdracht en bedrukte de t-shirts. Op 20 september 2003 werd het atelier door vijf politie-agenten doorzocht. De agenten merkten de t-shirts op waarop J. N. en u werden ondervraagd over wie u de toelating had gegeven om deze t-shirts te drukken. U werd samen met J. N. opgepakt en naar het politiekantoor in Old Town, Bamenda gebracht. U werd op 21 september 2003, na ongeveer 4 à 5 uur rijden, naar een gebouw met cellen gebracht. U werd er samen met J. en 6 andere gevangenen opgesloten. U werd gevraagd of u lid was van SCNC en gevraagd om de namen te geven van de opdrachtgevers. U gaf hen geen antwoord. Op 7 november 2003 mocht u de cel verlaten om uw afval weg te brengen gevolgd door een bewaker. J. N. sloeg de bewaker waardoor u en J. N. konden weglopen. U volgde J. N. naar het huis van zijn vriend Mr S. in Douala. Mr S. regelde uw reis. U heeft Kameroen verlaten op 10 november 2003 en op 12 november 2003 in België asiel gevraagd. B. Motivering Er dient te worden vastgesteld dat u doorheen uw verklaringen uw vermeende lidmaatschap van en betrokkenheid bij de anglofone afscheidingsbeweging Southern Cameroons National Council (SCNC) niet aannemelijk maakte. Zo verklaart u op de Dienst Vreemdelingenzaken lid te zijn van SCNC, maar weet u niet waarvoor dit letterwoord staat (zie gehoorverslag Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) dd. 03.02.2004, punt 42), terwijl u op het Commissariaat-generaal wel de volledige naam kent (zie gehoorverslag Commissariaat-generaal (CGVS), p. 10). Op de Dienst Vreemdelingenzaken verklaart u eveneens niet te weten wie de leider is van SCNC (zie gehoorverslag DVZ, punt 42), terwijl u op het Commissariaat-generaal (enkel) de naam van Justice Frederick Ebong vernoemt maar geen andere leidende figuren kan opnoemen (zie gehoorverslag CGVS, p. 14). Dit is des te opmerkelijk, aangezien Justice Ebong reeds geruime tijd in Nigeria in ballingschap verblijft en sindsdien andere prominenten van de SCNC de leiding van de beweging in Kameroen hebben waargenomen; bovendien werd een nieuwe SCNC-leider verkozen in augustus 2003 te Bamenda, uitgerekend op de plaats en in de periode dat u beweerdelijk lid werd van de SCNC (zie informatie in het administratief dossier). Verder blijkt u niet de naam van de schatbewaarder van uw zone, namelijk degene die uw lidkaart ondertekend heeft, te kennen (p. 11). Buiten Prince Hitler Mbinglo, de SCNC-coördinator (u spreekt verkeerdelijk van nationale voorzitter) voor de Noordelijke Zone (provincie North West), kan u geen namen opnoemen van andere (belangrijke) leden die deelnamen aan de door u bijgewoonde SCNC-bijeenkomsten (p. 13). Buiten de functie van voorzitter, schatbewaarder XIV-19.707-2/6 en registratieverantwoordelijke, zijn er u geen andere functies binnen een bijeenkomst van de SCNC bekend (p. 14). Ook de namen van de nationale functiebekleders kan u niet opnoemen, evenmin als de namen van vroegere voorzitters van de SCNC (p. 14). Als verantwoording voor uw onwetendheid, roept u in dat u nog niet lang lid was, hetgeen echter niet kan overtuigen (p. 13 en 14). U verklaarde immers reeds gedurende 6 jaar in Bamenda te hebben gewerkt voor een werkgever die reeds lang lid was van de SCNC (p. 7, zie ook gehoorverslag DVZ, punt 42) en die u uiteindelijk overtuigde om eveneens lid te worden (p. 12); dat u een lidkaart bezit en dat uw activiteiten voor het SCNC als lid erin bestonden deel te nemen aan bijeenkomsten (p. 17); dat uw werkgever u belangrijke informatie verschafte wanneer u een meeting zelf niet bijwoonde (p. 17); en dat u zich dermate engageerde voor de beweging dat u hielp bij het drukken van de t-shirts, vrijwillig naast de andere werkopdrachten. Er mag dan ook worden verondersteld dat u toch minstens de naam van enkele belangrijke personen van SCNC zou kunnen noemen en situeren. Te meer daar de jarenlange activiteiten en problemen van de SCNC in Bamenda, alsook van SCNC-prominenten, notoir kunnen genoemd worden (zie informatie in het administratief dossier). Het is in dit verband des te opmerkelijk dat u verklaarde niets te weten over andere SCNC-leden die werden aangehouden of problemen kenden omwille van hun betrokkenheid bij SCNC (p. 31). Vervolgens kent u niet de namen van andere organisaties die strijden voor de rechten van de Anglofonen, terwijl in uw streek van herkomst verschillende van dergelijke organisaties actief zijn (zie gehoorverslag CGVS, p. 16 en desbetreffende informatie in het administratief dossier). Overigens verklaart u foutief dat de SCNC een jeugdafdeling heeft, namelijk de Southern Cameroon Youth League (zie gehoor CGVS, p.17). Uit de informatie waarover het Commissariaat-generaal beschikt en waarvan een kopie bij het adminstratief dossier werd gevoegd, blijkt immers dat de SCNC geen jeugdafdeling heeft en dat de Southern Cameroon Youth League een autonome organisatie is. Bovenstaande vaststellingen omtrent uw gebrekkige kennis van het SCNC ondermijnen de geloofwaardigheid van uw beweerd lidmaatschap van en activiteiten voor de SCNC, alsook van uw vermeende politieke problemen die hieruit zouden voortvloeien. Er dient nog opgemerkt te worden dat u bedenkelijke verklaringen aflegde betreffende uw detentie en ontsnapping. U blijft uiterst vaag over de benaming en situering binnen Kameroen van de detentieplaats, waar u nochtans gedurende 6 weken zou zijn vastgehouden samen met uw werkgever en waaruit jullie zouden zijn ontsnapt (p. 22, 24 en 27). U stelde in dit verband ten aanzien van het Commissariaat-generaal dat jullie vanuit het politiekantoor in Old Town (Bamenda) werden overgebracht naar een plaats met cellen na een 4 à 5 uur durende rit per wagen; jullie ontsnapten anderhalve maand later door een bewaker (andere bewakers hebt u toen niet gezien) te verschalken en over een muur te springen; vervolgens reden jullie per taxi naar het huis in Douala van een vriend van uw werkgever (ibidem). Na het verhoor door het Commissariaat-generaal werd overigens vastgesteld dat u enerzijds voor het Commissariaat- generaal verklaarde dat uw werkgever u tijdens jullie detentie vertelde dat hij wist dat jullie in Douala opgesloten zaten, terwijl u tijdens het verhoor door de Dienst Vreemdelingenzaken herhaaldelijk verklaarde geheel niet te weten waar (u sprak tijdens dit verhoor weliswaar van een politiekantoor) jullie werden vastgehouden (punt 42). De door u neergelegde documenten (diploma dd. 08.08.2000, Kameroense identiteitskaart n/ 100556368 dd. 16.09.2000, lidkaart SCNC n/ 02159 dd. 08.09.2003 en arrestatiebevel dd. 04.12.2003) die u via uw moeder in Kameroen bekwam per colis express op 20 februari 2004, wijzigen hetgeen hiervoor werd uiteengezet niet. De identiteitskaart en het diploma verwijzen naar uw identiteit en studies, waaraan hier niet meteen wordt getwijfeld. De lidkaart van SCNC en het arrestatiebevel kunnen gezien bovenstaande overwegingen en vaststellingen, niet meer ernstig worden genomen. Het is overigens merkwaardig dat op de voorgelegde lidkaart van SCNC staat dat u lid werd op 8 september 2003, hoewel u verklaart in augustus lid te zijn geworden van SCNC (zie gehoorverslag DVZ, punt 42 en CGVS, p. 10). Het arrestatiebevel geeft in casu geen uitsluitsel over de politieke aard van uw vermeende problemen. Bovendien kunnen dergelijke officiële documenten op eenvoudige wijze tegen betaling -frauduleus of vervalst- verkregen worden in Kameroen, zodat de authenticiteit ervan niet als vaststaande kan beschouwd worden (zie informatie in het administratief dossier). Daarenboven is het zeer bedenkelijk dat u via uw moeder in het bezit zou zijn gekomen zijn van een officiëel arrestatiebevel, aangezien een dergelijk document -dat opgesteld wordt door de gerechtelijke overheid en gericht is aan de bevoegde politionele overheden- in principe in handen blijft van de overheid. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. XIV-19.707-3/6 Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/1993: artikel 17, par. 2, al.2.).”; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van de artikelen 52 en 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en van artikel 1 van het Internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen ondertekend te Genève op 28 juli 1951 (Vluchtelingenconventie); dat de verzoekende partij aanvoert dat in het kader van een ontvankelijkheidsonderzoek van een kandidaat–vluchteling enkel verwacht wordt dat hij een coherent en plausibel asielrelaas aanbrengt, dat haar asielaanvraag gebaseerd is op haar lidmaatschap van het SCNC, dat de door haar neergelegde lidkaart van het SCNC dateert van 8 september 2003, doch dat dit niet wegneemt dat zij lid geworden is in augustus 2003, dat haar arrestatie en opsluiting het gevolg waren van dit lidmaatschap, dat uit de informatie waarover de commissaris-generaal beschikt blijkt dat verschillende leden of sympathisanten van het SCNC het voorwerp zijn van vervolging in Kameroen, dat de commissaris-generaal zich louter op algemene informatie baseert om de echtheid van de voormelde lidkaart en het voorgelegde aanhoudingsbevel in twijfel te trekken, dat haar geringe kennis over het SCNC te verklaren is door het feit dat haar lidmaatschap van recente datum was en dat het haar werkgever was die informeerde over de gang van zaken in het SCNC, dat haar onwetendheid over de naam van de huidige leider van het SCNC te verklaren is door de voortdurende verandering van de leiders sinds de ballingschap van Justice Frederick Ebong, dat haar onwetendheid over het bestaan van andere organisaties die opkomen voor de rechten van Engelstaligen in Kameroen irrelevant is, in die zin dat zij altijd verklaard heeft zich uitsluitend bezig te hebben gehouden met het SCNC en dat de tegenstrijdigheid aangaande de plaats van detentie niet opgaat omdat de gestelde vraag enkel betrekking had op de precieze plaats waar zij gevangen was genomen en niet de stad waarin de gevangenis zich bevond, dat zij zich wel degelijk heeft vergist over de South Cameroon Youth League, doch dat de commissaris-generaal over het geheel een onderzoek ten gronde had moeten voeren; 2.
- Overwegende dat de artikelen 63 en 63/3 juncto 52 van de wet van de Vreemdelingenwet de commissaris-generaal de mogelijkheid bieden om een bevestigende beslissing te nemen inzake de onontvankelijkheid van een asielaanvraag op basis van de bedrieglijkheid en/of de kennelijke ongegrondheid ervan; dat een onderzoek in de ontvankelijkheidsfase door de commissaris-generaal, waarbij wordt besloten tot de bedrieglijkheid en/of de kennelijke ongegrondheid van een asielaanvraag, onder meer een vergelijking inhoudt tussen de opeenvolgende verklaringen van de betrokkene bij de verschillende asielinstanties en een toetsing van die verklaringen aan objectieve, bekende gegevens; dat daarbij dient te worden onderzocht of er redelijkerwijze van uit mag worden XIV-19.707-4/6 gegaan dat de feiten die de asielaanvrager naar voren brengt tijdens zijn asielaanvraag, waarachtig zijn en beantwoorden aan de criteria van de Vluchtelingenconventie; dat indien uit dit onderzoek blijkt dat de verstrekte gegevens niet waarachtig zijn of niet redelijkerwijze onder de criteria van de Vluchtelingenconventie zijn te brengen, kan worden besloten tot de kennelijke ongegrondheid van de asielaanvraag; Overwegende dat in casu de commissaris-generaal stelt dat de lidmaatschapskaart van de verzoekende partij niet ernstig kan worden genomen, gelet op de in de bestreden beslissing op uitvoerige wijze weergegeven gebrekkige kennis en incoherente verklaringen van de verzoekende partij omtrent het SCNC; dat van een kandidaat-vluchteling die zijn asielaanvraag steunt op politieke motieven mag worden verwacht dat hij essentiële informatie over de partijleiders en de structuur van de partij, waarvan hij beweert lid te zijn geweest, op een correcte en gedetailleerde wijze weet weer te geven; dat het feit dat bij het SCNC voortdurend macht wordt gewisseld niet verklaart waarom de verzoekende partij niet in staat was de naam van de nieuwe leider op te geven, nu uit de bestreden beslissing blijkt dat deze in augustus 2003 te Bamenda werd verkozen en dat de verzoekende partij op deze plaats en in dezelfde periode beweerdelijk lid van het SCNC is geworden; dat de verzoekende partij aldus niet aannemelijk maakt dat de commissaris-generaal de bestreden beslissing op grond van onjuiste feitelijke gegevens, op kennelijk onredelijke wijze of met overschrijding van de ruime appreciatiebevoegdheid, die hem door de artikelen 63 en 63/3 juncto 52 van de Vreemdelingenwet is gegeven, heeft genomen; dat het middel ongegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- XIV-19.707-5/6 De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf februari tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-19.707-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.486 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.