id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.494 Rolnummer: A. 180533/X-13158 Zaak: Arrest 167494 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 06/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-09 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 15:18 Fiche Arrest nr 167.494 van 6 februari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.494 van 6 februari 2007 in de zaak A. 180.533/X-13.
- In zake :
- Erik VANDERVELPEN,
- Gina SOCQUET, die woonplaats kiezen bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen :
- de gemeente BOUTERSEM, die woonplaats kiest bij advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat 24,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat Ph. DECLERCQ, kantoor houdende 3010 LEUVEN - KESSEL-LO, Tiensesteenweg
- tussenkomende partij : de b.v.b.a. SLOTS, die woonplaats kiest bij advocaat J. DESMET, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Westerlaan 37/
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Erik VANDERVELPEN en Gina SOCQUET op 24 januari 2007 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van:
- het besluit van 29 augustus 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boutersem waarbij aan de b.v.b.a. SLOTS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend “tot het verbouwen en uitbreiden van een bestaande ééngezinswoning tot een woning met een kansspelinrichting” aan de Leuvensesteenweg 465 te Boutersem, kadastraal gekend onder sectie C, nr. 44/y,
- het voorafgaand advies van 11 augustus 2006 van de gemachtigde ambtenaar; X-13.158-1/4 Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gelet op de beschikking van 25 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. VANSTIPELEN, die loco advocaat B. BEELEN verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat Ph. DECLERCQ, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat J. DESMET, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de b.v.b.a. SLOTS met een ter terechtzitting neergelegd verzoekschrift heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de eerste schorsingsvoorwaarde betreft, dat de toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State ernstig verstoort, de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende en eventueel tussenkomende partij aanzienlijk in het gedrang brengt; dat daarom de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk moet blijven; dat zij slechts mag worden X-13.158-2/4 aanvaard wanneer het uiterst dringend karakter door de verzoeker op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond; dat dit laatste impliceert dat de verzoeker aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zal komen omdat het nadeel door het verloop van de tijd onherstelbaar zal zijn geworden én op voorwaarde dat de verzoeker al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State; Overwegende dat hieruit voortvloeit dat een verzoeker die zich op deze procedure beroept zelf snel moet handelen teneinde de hoogdringendheid in de mate van het mogelijke te voorkomen ; dat, wanneer hij dit niet doet, hij zelf mede aan de basis van de hoogdringendheid ligt; Overwegende dat de bestreden vergunning werd verleend op 29 augustus 2006, doch de voorliggende vordering pas werd ingeleid op 24 januari 2007 ; dat de verzoekers om aan te tonen dat zij, ondanks dit tijdsverloop, snel hebben gehandeld, stellen dat zij onmiddellijk de nodige stappen hebben gezet zodra zij hadden vastgesteld dat de bouwwerken werden aangevat; Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partijen echter erop wijzen dat de verzoekers op 29 augustus 2006 over de kwestieuze bouwaanvraag een onderhoud met de burgemeester hebben gehad ; dat daaruit blijkt dat de verzoekers op die dag zeer goed op de hoogte waren van de precieze inhoud van die aanvraag ; dat er eveneens uit blijkt dat zij wisten dat het college van burgemeester en schepenen dezelfde dag over die aanvraag ging beslissen en dat de betrokken aanvraag die dag was geagendeerd op de vergadering van het college van burgemeester en schepenen ; dat zij desondanks tot het aanvatten van de werken, meer dan vier maanden later, hebben gewacht om dan een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te stellen; Overwegende dat het de verzoekende partijen, de inhoud van de aanvraag kennende, en derhalve wetende dat, volgens hen, de werken zeer snel konden worden uitgevoerd, toekwam toch minstens één keer zeer kort na 29 augustus 2006 ten gemeentehuize te gaan informeren of de stedenbouwkundige vergunning die dag al dan niet was afgeleverd ; dat, wanneer zij dit niet deden, zij zich ook niet meer maanden later, n.a.v. het begin der werken, plots konden beroepen op de hoogdringendheid, omdat zij, in die omstandigheden, de urgentie minstens zelf X-13.158-3/4 mede hebben in de hand gewerkt ; dat de eerste voorwaarde tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bijgevolg niet is vervuld, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de b.v.b.a. SLOTS in de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes februari 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.158-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.494 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.475 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div