← België

Arrest 167541 - Overheidsopdrachten - 06/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.541 Rolnummer: A. 178417/XII-4921 Zaak: Arrest 167541 - Overheidsopdrachten - 06/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-09 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 06:22 Fiche Arrest nr 167.541 van 6 februari 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.541 van 6 februari 2007 in de zaak A. 178.417/XII-

  1. In zake : de VZW VERENIGING VAN VERWERKERS VAN SLOOP- PUIN, die woonplaats kiest bij advocaten M. Faure en K. Crauwels, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210 a tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat S. Ronse, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8 b. tussenkomende partij : de VZW ONPARTIJDIGE INSTELLING VOOR DE CONTROLE VAN BOUWPRODUCTEN, die woonplaats kiest bij advocaat M. Cottyn, kantoor houdende te Aalst, Leopoldlaan 32 a, bus 1-
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Vereniging van Verwerkers van Slooppuin op 10 november 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “Het besluit van de Vlaamse Gemeenschap - Administratie Overheidsopdrachten, gebouwen en gesubsidieerde infrastructuur tot uitvaardiging en publicatie van het standaardbestek 250 voor de bouw - versie 2.1 - van niet nader bepaalde datum”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; XII-4921-1/4 Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. Barra; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 26 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 februari 2007; Gezien het op 22 december 2006 ingediende verzoekschrift waarbij de VZW Onpartijdige Instelling voor de Controle van Bouwproducten vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Clonen, die loco advocaat K. Crauwels verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat S. Ronse, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat W. Van Laethem, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij en de tussenkomende partij in een van hun excepties opwerpen dat de vordering niet ontvankelijk is aangezien ze te laat is ingesteld want buiten de voorgeschreven termijn van zestig dagen na kennisname van de bestreden beslissing; Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State de beroepen tot nietigverklaring verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend en indien ze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden, de XII-4921-2/4 termijn ingaat met de dag waarop een verzoekende partij er kennis heeft van gehad; Overwegende dat niet lijkt te worden betwist dat de bestreden akte - waarbij overigens ook de vraag kan rijzen of ze een voor de Raad van State aanvechtbare bestuurshandeling is - niet diende te worden betekend of bekendgemaakt; dat dienvolgens de vraag moet worden beantwoord op welk ogenblik de verzoekende partij er kennis van had; dat bij brief van 16 augustus 2006 de raadsvrouw van de verzoekende partij aan de verwerende partij onder andere een kopie van de bestreden beslissing vraagt; dat in deze brief melding wordt gemaakt van haar consultatie van de website www.wegen.vlaanderen.be en van het feit dat daaruit blijkt dat de voorwaarden van het standaardbestek 250 recent werden gewijzigd; dat met een brief van 1 september 2006 de verwerende partij op de voormelde brief antwoord geeft, de bestreden beslissing aan de raadsman van de verzoekende partij toezendt en er onder meer op wijst dat de goedkeuring van de Vlaamse regering voor de bestreden beslissing niet werd gevraagd maar het bestek werd “uitgegeven onder de verantwoordelijkheid van het Nieuwe Agentschap Infrastructuur van het Ministerie Mobiliteit en Openbare Werken”; Overwegende dat aldus de verzoekende partij, zoal niet op 16 augustus 2006, dan toch zeker met het antwoord vervat in de brief van 1 september 2006 geacht moet worden feitelijk kennis te hebben gehad of diende te kunnen hebben van de bestreden beslissing; dat het verzoekschrift tot nietigverklaring en de voorliggende vordering tot schorsing pas op 10 november 2006 bij ter post aangetekend schrijven zijn ingediend; dat zulks is gebeurd buiten de in artikel 4, eerste lid, van het voormelde besluit gestelde termijn van zestig dagen en dat het verzoekschrift tot nietigverklaring in de huidige stand van de procedure aldus niet ontvankelijk lijkt want laattijdig; dat om die reden eveneens de vordering tot schorsing niet ontvankelijk is, aangezien overeenkomstig artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts mag worden bevolen indien de betrokken akte vatbaar is voor nietigverklaring; dat de exceptie gegrond is, XII-4921-3/4 BESLUIT: Artikel
  3. Het verzoek tot tussenkomst van de VZW Onpartijdige Instelling voor de Controle van Bouwproducten in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  4. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  5. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes februari 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4921-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.541 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.490 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.