id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.584 Rolnummer: A. 174914/XII-4820 Zaak: Arrest 167584 - Overheidsopdrachten - 08/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-21 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 15:27 Fiche Arrest nr 167.584 van 8 februari 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.584 van 8 februari 2007 in de zaak A. 174.914/XII-
- In zake : de Gmbh SCHIFFEL VERKEHRSSCHILDERVERTRIEB, vennootschap naar Duits recht, die woonplaats kiest bij advocaten R. Peeters en D. Aerts, kantoor houdende te Overijse, Brusselsesteenweg 506 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de GmBh Schiffel Verkehrsschildervertrieb, vennootschap naar Duits recht, op 14 juli 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing van de Belgische Staat van de Minister van Mobiliteit dd. 17 mei 2006 houdende vaststelling van het Bestek (BC/PLA/0602) voor levering van kentekenplaten en bij samenhang het Bestek BC/PLA/0602 zelf”; Gelet op het arrest nr. 163.197 van 5 oktober 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen en de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 12 oktober 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van XII-4820-1/3 geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 163.197 van 5 oktober 2006 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. XII-4820-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht februari 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4820-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.584 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.197 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.