id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.604 Rolnummer: A. 177111/VII-36570 Zaak: Arrest 167604 - Milieuvergunningen - 08/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 15:28 Fiche Arrest nr 167.604 van 8 februari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.604 van 8 februari 2007 in de zaak A. 177.111/VII-36.
- In zake :
- Christiane NUYTS,
- Erna ANTHONISSEN, die woonplaats kiezen bij advocaat L. SOL, kantoor houdende te TURNHOUT, Gemeentestraat 4, bus 6 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christiane NUYTS en Erna ANTHONISSEN op 25 september 2006 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van "de beslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen van 13 juli 2006, houdende uitspraak in beroep met betrekking tot het beroepschrift ingediend door de aanvrager tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van Retie waarbij aan mevrouw AELTERMAN Magdalena de vergunning werd geweigerd tot het exploiteren te 2470 Retie, Kortijnen z/n van een hinderlijke inrichting"; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 januari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; VII-36.570-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat B. D'HAENE die, loco advocaat L. SOL verschijnt voor verzoeksters, en van bestuurssecretaris M. MICHIELS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Op 30 december 2005 dient Magdalena AELTERMAN bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Retie een milieuvergun- ningsaanvraag in voor de exploitatie van een nieuw varkensbedrijf (833 vleesvarkens), gelegen te Retie, Kortijnen z/n. Het betreft in feite de stopzetting en verplaatsing van een inrichting die gelegen is te Heusden naar een nieuw perceel gelegen aan de Kortijnen te Retie. 1.
- Met een besluit van 23 februari 2006 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Retie de gevraagde vergunning. Het college van burgemeester en schepenen wijst er op "dat nieuwe grondloze bedrijven hier niet op hun plaats zijn" en citeert ook uit het ongunstig advies van de Vlaamse Landmaatschappij. 1.
- Met een aangetekend schrijven van 28 maart 2006 gaat Magdalena AELTERMAN tegen dit weigeringsbesluit in beroep. 1.
- In het kader van de beroepsprocedure wordt een aantal adviezen uitgebracht. De afdeling Milieuvergunningen brengt een gunstig advies uit, de Vlaamse Landmaatschappij een ongunstig advies, en de Provinciale Milieuvergun- ningscommissie een gunstig advies (met een minderheidsstandpunt van de Vlaamse Landmaatschappij). AHROHM (ruimtelijke ordening) brengt geen advies uit. VII-36.570-2/6 1.
- Op 13 juli 2006 wordt de thans bestreden beslissing genomen. Het beroep wordt gegrond bevonden, het beroepen besluit wordt opgeheven en de gevraagde vergunning wordt verleend;
- Overwegende dat ter terechtzitting verzoeksters twee bijkomende stukken bevattende een foto en documentatie in verband met een Amerikaans monument neerleggen; dat de verwerende partij vraagt om deze stukken uit de debatten te weren; dat op dat verzoek kan worden ingegaan;
- Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeksters doen gelden wat volgt : "1.- Verzoekers vrezen dat door de toekenning van de milieuvergunning en de onmiddellijke exploitatie ervan de nadelen rechtevenredig zullen toenemen : - het verkeer van en naar de nieuwe inrichting zal enorme proporties aannemen (dagelijks zwaar transport van en naar het nieuwe varkensbedrijf) - het Amerikaanse monument dat gebouwd werd ter ere van de gesneuvelde geallieerde soldaten zal aangetast worden - de toename van de mest (zelfs boven de toegelaten mesthoeveelheid) zal niet te overzien zijn - geurhinder - esthetische verstoring van het landschap door de bouw van de varkens- stal(len) - lawaaihinder - impact op het grondwater - waardedaling van de grond en huizen 2.- Het spreekt voor zich dat mevrouw Aelterman onmiddellijk met de exploitatie zal beginnen van de nieuwe inrichting, wat zich zal vertalen in de opgesomde nadelen die zich onmiddellijk zullen manifesteren. Die vele nadelen zijn uiteraard moeilijk te herstellen. 'Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet kunnen worden berok- kend door de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement, d.w.z. door de toepassing ervan, alvorens de Raad van State zich over de grond van de zaak heeft uitgesproken (MAST, A., e.a., Overzicht van het Belgisch administratief recht, Antwerpen. Kluwer, 1996, 805)'. 3.- Verzoekers menen dat het moeilijk te herstellen nadeel aangetoond is"; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij desbetreffend doet gelden wat volgt : VII-36.570-3/6 "Verzoekers stellen dat door de toekenning van de milieuvergunning een aantal nadelen recht evenredig zullen toenemen. Zo wordt vermeld dat het verkeer enorme proporties zal aannemen, het Amerikaans monument dat gebouwd werd ter ere van de geallieerde soldaten aangetast zal worden, er een grote toename van mest en geurhinder zal zijn en er esthetische verstoring van het landschap zal zijn. Bovendien is er sprake van lawaaihinder, impact op het grondwater en een waardedaling van de grond en huizen. Volgens verzoekers zal mevrouw Aelterman onmiddellijk met de exploitatie beginnen en zullen de nadelen, die moeilijk te herstellen zijn, zich onmiddellijk manifesteren. Ten eerste dient hierover te worden opgemerkt dat de argumenten van verzoekers (geurhinder, lawaaihinder, esthetische verstoring, impact op grondwater, waardedaling grond en huizen) slechts als beweringen kunnen worden beschouwd zonder dat hier ook maar het minste bewijs door verzoekers wordt geleverd. Daarenboven is het ook volstrekt onduidelijk hoe het Ameri- kaans monument ter ere van de geallieerde soldaten zou kunnen worden aangetast. Ten tweede bepaalt vaststaande rechtspraak van de Raad van State duidelijk dat het aangevoerde nadeel door de verzoekende partij persoonlijk moet worden ondergaan. Zo is de schade die aan het leefmilieu in het algemeen wordt toegebracht (bv. in casu esthetische verstoring van het landschap, aantasting monument, impact grondwater ...) geen specifiek persoonlijk nadeel van een particulier. (R.v.St., nr. 65.323, 18 maart 1997, Braet). Ten derde wordt opgemerkt dat de verzoeker er zich toe beperkt de gevolgen op te sommen die de bestreden beslissing voor hem heeft maar absoluut verzuimt aan te tonen dat, in de veronderstelling dat het door hem aangevoerde nadeel 'ernstig' is , het nadeel moeilijk te herstellen is zodat hier geen omschrijving wordt gegeven van het moeilijk te herstellen nadeel (R.v.St., nr. 51.402, 30 januari 1995, Butaye). Ten vierde dient gesteld te worden dat artikel 8, 5/ van het procedureregle- ment van de Raad van State met betrekking tot de schorsingsprocedure uitdrukkelijk voorschrijft dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten dient te bevatten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen nadeel kan berokkenen dat bovendien ernstig is. Een akte van vordering tot schorsing die zich beperkt tot algemeenheden, waarvan bovendien niet het minste bewijs wordt geleverd, voldoet overduidelijk niet aan deze voorwaarde. Ten vijfde stellen verzoekers, alweer zonder enige vorm van bewijs, dat mevrouw Aelterman onmiddellijk met de exploitatie van de nieuwe inrichting zal beginnen. Alweer wordt geen enkel bewijs van deze veronderstelling bijgevoegd zodat het hier alweer over een gissing van verzoekers gaat. Uit al deze elementen blijkt duidelijk dat verzoekers nergens aantonen dat ze een moeilijk te herstellen nadeel ondervinden, laat staan dat ergens wordt aangetoond dat dit nadeel ernstig zou zijn. Er wordt in casu dan ook absoluut niet voldaan aan de schorsingsvereiste. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt door verzoekers niet aangetoond"; 3.
- Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van VII-36.570-4/6 State bepaalt dat de vordering tot schorsing moet bevatten : "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat daaruit volgt dat een verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan; dat een verzoekende partij zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar concrete en precieze gegevens dient aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat hij/zij ondergaat of dreigt te ondergaan, hetgeen inhoudt dat hij/zij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen karakter van het nadeel blijkt; Overwegende dat in casu vooreerst wordt vastgesteld dat verzoeksters niet aangeven op welke afstand zij precies van het bedrijf wonen, en dat dan ook niet staven, hetgeen de inschatting van het nadeel ten zeerste bezwaart; dat zij weliswaar onder de hoofding "belang" betogen dat hun perceel "grenst aan en/of in de nabijheid ligt van het perceel waarvoor een vergunning werd toegestaan", doch daarmee is nog niet geweten welke de afstand is van de inrichting tot de woning en/of percelen van verzoeksters; dat ook niet wordt gepreciseerd in welke windrichting de woning van verzoeksters zich situeert ten overstaan van de inrichting, en in welk gebied de woning van verzoeksters zelf gelegen is; dat nochtans ook dat laatste element belangrijk is, omdat in agrarische gebieden of in woongebieden met landelijk karakter een hogere tolerantiedrempel ten opzichte van veehouderijen in acht moet worden genomen; dat, voorts, verzoeksters hun nadeel op een zeer algemene en vage wijze uiteenzetten, zonder enig concreet gegeven aan te voeren of stavingsstukken in verband met hun nadeel bij te brengen; dat zij alzo zonder enige precisering poneren dat het verkeer van en naar de inrichting "enorme proporties" zal aannemen; dat zij niet uitleggen hoe het Amerikaanse monument ter ere van gesneuvelde soldaten aangetast zal worden, en welk persoonlijk nadeel zij hierdoor ondergaan, noch hoe de toename van de mest noodzakelijkerwijze zal leiden tot geurhinder - hetgeen nochtans niet evident is; dat, voorts, de esthetische verstoring door de bouw van de varkensstallen in de eerste plaats voortvloeit uit de bouwvergunning, en dat daarenboven verzoeksters niet uitleggen in welke mate de inrichting voor hen persoonlijk een negatieve visuele impact zal hebben; dat verzoeksters zich ook nog VII-36.570-5/6 beroepen op lawaaihinder en impact op het grondwater, maar ook hier niet verder komen dan een loutere en zeer summiere bewering; dat, ten slotte, de waardedaling van de onroerende goederen, zo dit al een ernstig nadeel is, hersteld kan worden door een annulatiearrest; 3.
- Overwegende dat derhalve aan de tweede voorwaarde gesteld door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht februari tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-36.570-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.604 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.759 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div