← België

Arrest 167673 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 12/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.673 Rolnummer: A. 150889/IX-4500 Zaak: Arrest 167673 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 12/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-26 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 15:39 Fiche Arrest nr 167.673 van 12 februari 2007 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.673 van 12 februari 2007 in de zaak A. 150.889/IX-

  1. In zake : Ilona VAN BELLEGHEM, wonende te NINOVE, Brakelsesteenweg 126/1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ilona VAN BELLEGHEM op 20 april 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 3 maart 2004 van de Algemene Directie Human Ressources van het ministerie van Landsverdediging om met het oog op de aanwerving van een lid van het statutair burgerpersoneel geen interview met haar te organiseren, hetgeen een impliciete afwijzing inhoudt van haar kandidatuur; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur St. DE TAEYE; Gelet op de beschikking van 9 juni 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4500-1/7 Gehoord de opmerkingen van luitenant-kolonel militair administra- teur A. DE DECKER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur St. DE TAEYE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
  3. Verzoekster is sedert 1 augustus 1975 bij het ministerie van Landsverdediging tewerkgesteld. Eerst als contractueel bediende typiste bij de Belgische strijdkrachten in Duitsland. Vervolgens als contractueel klerk-typiste, contractuele klerk en sedert 1 januari 2002 als contractueel administratieve medewerker in Brussel. 1.
  4. In de loop van 1991 wordt een vergelijkend examen voor de werving van typisten en ponsers-mechanografen (rang 42) nr. AN91044A georgani- seerd. Onder punt 5 van het examenreglement wordt het volgende gesteld : “De geslaagden voor het in punt 2.
  5. vermelde examen worden per taalgroep aangesteld in volgorde van hun rangschikking en binnen de perken van het niet voorbehouden quotum. Er zal rekening worden gehouden met de wetten op de prioriteitsrechten bij het begeven van de openbare betrekkingen, voor zover de vereiste documenten voor het afsluiten van het proces-verbaal werden overgemaakt. Bij gelijkheid van punten zal de voorrang worden verleend aan de oudste geslaagde kandidaat. (...)”. 1.
  6. Met een schrijven van het Vast Secretariaat voor Werving van het Rijkspersoneel van 31 oktober 1991 wordt verzoekster gemeld dat zij geslaagd is voor het vergelijkend examen en het nr. 217 in de rangschikking behaalde. Volgens die brief blijft de wervingsreserve geldig tot 28 oktober 1995 en zal aan verzoekster worden medegedeeld wanneer zij in aanmerking komt voor een openstaande betrekking. IX-4500-2/7 Uit een mededeling van 24 juni 2004 van Selor aan de ambtenaar belast met de redactie van het verweer van de verwerende partij blijkt dat de wervingsreserve geldig was tot 28 oktober 2004 en dat een verdere verlenging niet overwogen werd. 1.
  7. Met een brief van 14 november 2003 deelt de chef van de Sectie Wervingsbeleid van de Algemene Directie Human Resources (hierna : DGHR) aan verzoekster mee dat het ministerie van Defensie één vacature voor een administratief medewerker te Brussel opent. Dit schrijven luidt : “ONDERWERP : Werving van statutair burgerpersoneel voor Defensie - administratief medewerker niveau D UW REF : AN91044A Mevrouw, Mijnheer, Het Ministerie van Defensie opent één vacature administratief medewerker (niveau D) te BRUSSEL. Alle geïnteresseerde kandidaten zullen worden opgeroepen voor een bijkomend interview in de schoot van Defensie. Dit interview evalueert de overeenstemming van het profiel van de sollicitant met de specifieke functie- vereisten van de vacante betrekking, evenals van zijn motivatie en de affiniteit met het werkterrein. Mag ik U vragen het document (bijlage A) hierbij gevoegd in te vullen en binnen de 15 dagen na ontvangt terug over te maken.” Op 27 november 2003 laat verzoekster aan verweerster weten “de vacature te aanvaarden”. 1.
  8. Op 9 februari 2004 deelt een personeelslid van DGHR verzoekster met een e-mailbericht mee dat “de dame die voor (verzoekster) is gerangschikt de betrekking van administratief medewerker (niveau D) heeft aanvaard” en dat er voorlopig “geen enkele mogelijkheid (bestaat) om (verzoekster) in statutair verband in dienst te nemen”. 1.
  9. Eveneens op 9 februari 2004 richt verzoekster zich in een schrijven tot de Federale Ombudsman. Zij vraagt een “administratieve procedurefout” met betrekking tot haar niet-aanwerving als administratief medewerker te willen onderzoeken. 1.
  10. Uit een verklaring van 30 juni 2004 van de beheerder van het statutair burgerpersoneel van het ministerie van Landsverdediging blijkt dat verzoekster tussen 9 en 13 februari 2004 met hem een onderhoud heeft betreffende haar niet-aanstelling als administratief medewerker niveau D. Er wordt haar IX-4500-3/7 medegedeeld dat “Defensie de bepalingen van het examenreglement AN91044A diende toe te passen (wat) in concreto betekent dat de geslaagden (...) worden aangesteld in de volgorde van hun rangschikking” en dat Myriam VAN ACKER, die op de 158e plaats gerangschikt was, de aangeboden betrekking aanvaardde, hetgeen betekende dat verzoekster, die de 217e plaats bezette, niet tot de stage voor de enige te begeven plaats toegelaten kon worden, zeker nu ook de kandidaat die 202e gerangschikt was de betrekking wou aanvaarden. 1.
  11. Op 18 februari 2004 richt de Federale Ombudsman zich tot de Algemene Inspectiedienst van Defensie met een vraag om nadere toelichting van verzoeksters dossier. 1.
  12. Met een brief van 23 februari 2004 herinnert verzoekster de DGHR eraan dat zij volgens paragraaf 2 van de sub 1.
  13. vermelde nota van 14 november 2003 zou worden opgeroepen voor een bijkomend interview en vraagt zij of er voor haar reeds een datum gepland is. 1.
  14. Op 1 maart 2004 wordt Miriam VAN ACKER, laureaat nr. 158 van het vergelijkend examen AN91044A, in de hoedanigheid van stagiair administra- tief medewerker niveau D benoemd. Die benoeming wordt bekend-gemaakt in het bulletin van het personeel van 6 april
  15. 1.
  16. Op 3 maart antwoordt de chef van de sectie wervingsbeleid van DGHR op verzoeksters schrijven van 23 februari 2004 : “Betreft : Werving van statutair burgerpersoneel voor Defensie - administra- tief medewerker niveau D. Ref.:
  17. Examenreglement Selor ANG91044A
  18. Onze Nr. HRP-W/Stu 03-098899 van 14 november 2003
  19. Uw Nr. 8234 van 23 februari 2004 De formulering van de nota in Ref 2 laat vermoeden dat er voor elke kandidaat een bijkomend interview in de schoot van Defensie wordt georgani- seerd. Daarmee werd een administratieve fout gemaakt. Met dit bijkomende interview bedoelden we het gesprek dat wordt afgenomen in de volgorde bepaald door de laureatenrangschikking van het examenreglement (Ref 1). Dit bijkomend interview heeft geen invloed op de rangschikking van de laureaten, d.w.z. dat dus de rangschikking van het examen van Selor beslissend is. Van deze wettelijke beschikkingen mag Defensie niet afwijken. Aangezien de best geklasseerde kandidaat deze betrekking heeft aanvaard, worden geen verdere interviews meer georganiseerd. IX-4500-4/7 Als U het wenst, nodigen wij U uit voor een gesprek ten einde deze problematiek uit te klaren. In dit geval, gelieve telefonisch contact met de correspondent te nemen ten einde een samenkomst met de betrokken partijen te regelen.” Dit is de bestreden beslissing. Verzoekster neemt er op 12 maart 2004 kennis van;
  20. Overwegende dat verzoekster de vernietiging nastreeft van de beslissing van de verwerende partij om voor de benoeming van een administratief medewerker geen interview te organiseren onder de laureaten van het vergelijkend examen AN 91044A omdat de best geklasseerde kandidaat de betrekking aanvaard had, hetgeen de impliciete afwijzing van haar kandidatuur inhoudt; 2.
  21. Overwegende dat verzoekster niet betwist dat de benoemings- procedure voor de betrekking van een administratief medewerker niveau D gevoerd is op grond van de uitslag van het vergelijkend examen nr. AN 91044A; dat zij evenmin betwist dat zij in de uitslag van dat examen op de 217e plaats van de wervingsreserve gerangschikt werd terwijl Myriam VAN ACKER, die uiteindelijk de benoeming gekregen heeft, op de 158e plaats gerangschikt was; Overwegende dat verzoekster in haar laatste memorie wel betoogt dat de wervingsreserve verstreken was sinds 28 oktober 1995 en dat die wervingsre- serve de verwerende partij derhalve in 2004 niet meer kon binden; dat evenwel uit het administratief dossier -met name een mededeling van 24 juni 2004 vanwege Selor aan de verwerende partij- blijkt dat de wervingsreserve liep tot 28 oktober 2004; dat verzoekster niet aantoont waarom met die mededeling geen rekening gehouden zou mogen worden en dat zij dat stuk ook niet van valsheid beticht heeft; dat zij daar overigens geen enkel belang bij heeft omdat ook haar eigen kandidatuur steunt op het resultaat dat zij in het betrokken examen behaald had; 2.
  22. Overwegende dat het organiseren van een vergelijkend examen het bestuur ertoe verplicht de laureaten te benoemen in volgorde van hun rangschikking; dat, gelet op haar plaats in de wervingsreserve, verzoekster derhalve slechts in de betrekking van administratief medewerker benoemd mocht worden voor zover er geen beter gerangschikte kandidaat meer beschikbaar was; dat zulks hier niet het geval was; IX-4500-5/7 2.3.
  23. Overwegende dat verzoekster daar tegenover stelt dat de verwerende partij haar op 14 november 2003 medegedeeld heeft dat “alle geïnteres- seerde kandidaten zullen worden opgeroepen voor een bijkomend interview in de schoot van Defensie”, teneinde het profiel van de sollicitant te vergelijken met “de specifieke functievereisten van de vacante betrekking” en zijn “motivatie en affiniteit met het werkterrein” na te gaan; dat zij daaruit afleidt dat de verwerende partij op basis van het interview discretionair een keuze zou maken onder alle geïnteresseerden die op de werfreserve waren ingeschreven en dat zij aldus “tot een andere rangschik- king (zou) kunnen komen”; dat dergelijke stellingname, waarbij aan de verwerende partij de bedoeling wordt toegedicht om louter op grond van het interview een kandidaat te kiezen, niet uit de tekst van die mededeling opgemaakt kan worden en dat zij overigens ook niet te verzoenen is met de verplichting van het bestuur om de rangschikking van het examen te volgen; dat een interview met alle geïnteresseerden die nog in de werfreserve opgenomen zijn, nooit tot gevolg kan hebben dat de kandidaat met de beste rangschikking niet wordt benoemd; dat zulk interview van alle kandidaten dan ook overbodig is wanneer de best gerangschikte kandidaat benoemd kan worden; 2.3.
  24. Overwegende dat de verwerende partij bij de mededeling van de bestreden beslissing aan verzoekster de problematiek in zijn juiste context gesteld heeft waar zij, afgaande op de nieuwe praktijk van Selor om de geslaagden in een examen niet meer in volgorde van hun rangschikking te laten kiezen voor een bepaalde betrekking, maar om de betrekkingen toe te wijzen “in overleg tussen de laureaten en de betreffende diensten”, waarbij de diensten “gesprekken organiseren met deze laureaten en hun al dan niet voorstellen bij hen te komen werken”, gesteld heeft dat het interview gehouden werd in de volgorde van de plaats op de werf- reserve, dat van de verplichting om de best gerangschikte te benoemen niet afgeweken mocht worden, en dat het aanvaarden van de betrekking door de best gerangschikte elk interview met de minder gunstig gerangschikten -zoals verzoekster- in feite overbodig maakte; 2.
  25. Overwegende dat de weigering om verzoekster te benoemen niet besloten ligt in de weigering om haar aan een interview te laten deelnemen, maar in het feit dat zij minder gunstig gerangschikt was dan Myriam VAN ACKER; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat verzoekster geen belang heeft bij de vernietiging van de weigering om haar een interview af te nemen, IX-4500-6/7 BESLUIT: Artikel
  26. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  27. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf februari 2000 en zeven, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-4500-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.673 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.