← België

Arrest 167756 - Overheidsopdrachten - 13/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.756 Rolnummer: A. 179484/XII-4956 Zaak: Arrest 167756 - Overheidsopdrachten - 13/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-02-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 15:49 Fiche Arrest nr 167.756 van 13 februari 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.756 van 13 februari 2007 in de zaak A. 179.484/XII-

  1. In zake : de BVBA ENVIRO ENGINEERING, die woonplaats kiest bij advocaten W. Mertens en A. Beelen, kantoor houdende te Beringen, Scheigoorstraat 5 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten Y. De Smet en J. De Coninck, kantoor houdende te Aalst, Stationsstraat 10, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat bvba Enviro Engingeering op 18 december 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van : “
  3. De beslissing van de Minister van Justitie d.d. 08.09.2006 waarbij o.m. Abesco cvba uit Tienen werd geselecteerd en toegelaten tot het volgend stadium van de procedure, namelijk het onderzoek van de offertes in het raam van de administratieve regelmatigheid (stuk 1).
  4. De beslissing van de Minister van Justitie d.d. 08.09.2006 waarbij o.m. de offerte van Abesco cvba uit Tienen als administratief en technisch regelmatig werd beschouwd en o.m. haar offerte wordt toegelaten tot het volgend stadium van de procedure, namelijk het onderzoek van de offertes in het raam van het gunningscriterium ‘prijs’ vermeld in het bestek (stuk 2)
  5. De beslissing van de Minister van Justitie d.d. 08.09.2006 waarbij de opdracht wordt gegund aan Abesco cvba uit Tienen (stuk 3)”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-4956-1/3 Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. Barra; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 2 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Beelen, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. De Coninck, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij betoogt dat de in het geding zijnde opdracht voor haar een belangrijke prestige- en referentiewaarde heeft, een grote omzet met zich meebrengt en dat ze thans de contractspartij voor die opdracht is; dat zij haar nadeel ziet in het niet zelf kunnen uitvoeren van de opdracht die met de derde bestreden beslissing is toegewezen “hetgeen in geval van betekening van de beslissing door verweerster aan de firma Abesco, met als gevolg de totstandkoming van de overeenkomst, nog moeilijk herstelbaar is”; Overwegende dat bij beslissing van 21 december 2006 de bevoegde minister besliste af te zien van de gunning van de betrokken opdracht; dat voorts de verwerende partij bij monde van haar raadsman stelt niet de intentie te hebben om de bestreden toewijzingsbeslissing nog te betekenen; dat aldus niet wordt ingezien op XII-4956-2/3 welke wijze, zonder daarbij de zorgvuldigheidsplicht te schenden, de verwerende partij toch nog door betekening van de voornoemde toewijzingsbeslissing een overeenkomst zou kunnen tot stand brengen; dat pas de totstandkoming van een dergelijke overeenkomst het nadeel van de verzoekende partij zou realiseren; dat dit nadeel heden al te onwaarschijnlijk is om er de gevraagde schorsing op te doen steunen; dat de vordering dienvolgens moet worden afgewezen aangezien niet aan de voornoemde voorwaarde inzake het nadeel is voldaan, BESLUIT: Artikel
  6. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  7. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien februari 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4956-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.756 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.