id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.888 Rolnummer: A. 177539/VII-36635 Zaak: Arrest 167888 - Milieuvergunningen - 15/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-02 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-29 16:01 Fiche Arrest nr 167.888 van 15 februari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.888 van 15 februari 2007 in de zaak A. 177.539/VII-36.635. In zake : Tommy VAN DEN BROECK, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. tussenkomende partijen : 1. Louis ANTHONISSEN, 2. Raf VERHEYEN, die woonplaats kiezen bij advocaat J. SURMONT, kantoor houdende te TURNHOUT, de Merodelei 112. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Tommy VAN DEN BROECK op 9 oktober 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 13 juli 2006 waarbij deze de beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Merksplas van 21 maart 2006, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan Louis ANTHONISSEN voor de exploitatie van een inrichting voor vleeskalveren, gelegen aan de Steenweg op Turnhout 150 te Merksplas, ongegrond verklaart en de beroepen beslissing -mits aanpassing- bevestigt; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; VII-36.635-1/11 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 20 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 januari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. SACREAS die, loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor verzoeker, van bestuurssecretaris M. MICHIELS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat N. THYSEN die, loco advocaat J. SURMONT verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Overwegende dat met een verzoekschrift van 30 oktober 2006 Louis ANTHONISSEN en Raf VERHEYEN, begunstigden van het bestreden besluit, vragen om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat dit verzoek kan worden ingewilligd; 2. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 2.1. Verzoeker woont te Merksplas, Steenweg op Turnhout 154. 2.2. Op 12 december 2005 dient Louis ANTHONISSEN een milieuvergunningsaanvraag in voor de verandering van een inrichting voor runderen naar een inrichting voor vleeskalveren, tezamen met de verplaatsing van de inrichting van de Kerkstraat 2 in Kalmthout naar de Steenweg op Turnhout 150 te Merksplas. De aanvraag wordt op 20 december 2005 ontvankelijk en volledig verklaard door de gemeente Merksplas. VII-36.635-2/11 Er worden vier bezwaarschriften ingediend, onder meer door verzoeker, die alleen maar zegt dat hij bezwaar aantekent maar geen argumenten naar voor brengt. De Vlaamse Landmaatschappij geeft een ongunstig advies. Zij stelt dat, aangezien de verplaatsing in feite niet tot de oprichting van een nieuwe inrichting leidt maar wel tot de samenvoeging van twee inrichtingen, de te verplaatsen vergunde mestproductie met 25% moet worden verminderd en daardoor de aanvraag ten opzichte van de aldus verminderde vergunde mestproductie een stijging van deze productie behelst. De gemeentelijke vergunningendienst geeft een gunstig advies. Op 21 maart 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Merksplas de gevraagde vergunning. Het college weerlegt het negatief advies van de Vlaamse Landmaatschappij als volgt : "- Het ongunstige advies van VLM is gebaseerd op de veronderstelling dat de aanvraag een samenvoeging betreft met het bestaande bedrijf, gelegen Steenweg op Turnhout 150 en dat bijgevolg slechts 75% van de vergunning van de te verplaatsen inrichting in aanmerking kan genomen worden. - Het bestaande bedrijf, gelegen Steenweg op Turnhout 150 is een melkveebedrijf, vergund op naam van Verheyen Raf en Ben. Het bedrijf beschikt over een vergunning, voor 236 runderen, het stallen van 10 voertuigen, 3000 l mazoutopslag en 1438 m³ mestopslag. - Voorliggende aanvraag voorziet in de bouw van een mestkalverstal met bedrijfswoning achter het bestaande bedrijf. Op termijn zal deze woning met bijhorende stal dus een afzonderlijk adres krijgen. - Hierdoor werd reeds een gunstig stedenbouwkundig attest verkregen. - Uit navraag blijkt dat het de bedoeling is dat op termijn het mestkalverbedrijf en het melkveebedrijf als twee afzonderlijke inrichtingen zullen worden uitgebaat (afzonderlijke uitbaters, adres en bedrijfsvoering). - Uit aangehaalde argumenten kan besloten worden dat de aanvraag wel degelijk een verplaatsing en geen samenvoeging betreft". 2.3. Op 29 maart 2006 tekent verzoeker tegen deze beslissing beroep aan bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. Zijn beroep steunt op de volgende elementen : "- de inplanting: het uitzicht van de woningen gelegen langs de Steenweg op Turnhout wordt belemmerd door de inplanting van de stallen evenwijdig met de weg. Volgens mijn inlichtingen komen deze stallen te liggen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en betekent de inplanting van deze stallen een aantasting van dit gebied. - te verwachten milieu overlast zoals vliegen, ongedierte, geurhinder en lawaai". VII-36.635-3/11 Op 24 april 2006 tekent ook de Vlaamse Landmaatschappij beroep aan tegen deze beslissing bij de verwerende partij. De Vlaamse Landmaatschappij herhaalt de argumentatie die zij reeds liet gelden in haar eerder advies. In haar advies aan de Provinciale Milieuvergunningscommissie stelt zij dat het weliswaar correct is dat de inrichting wordt verplaatst naar een nieuw kadastraal perceel dat gelegen is achter de percelen van het bestaande bedrijf, maar dat dit logisch is daar de percelen waarop het bestaande bedrijf is gelegen volgebouwd zijn, zodat de aanvraag als een feitelijke samenvoeging moet worden beschouwd. Dientengevolge betreft de aanvraag een klasse 1-bedrijf en moet de milieuvergunningsaanvraag bij de bestendige deputatie worden ingediend. De afdeling ROHM geeft een gunstig advies. De afdeling Milieuvergunningen adviseert het beroep ingediend door de Vlaamse Landmaatschappij gegrond te verklaren en het beroep ingediend door verzoeker ongegrond omdat de hinder kan worden opgevangen door naleving van de opgelegde voorwaarden. De Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert op 20 juni 2006 ongunstig. Ook zij is van mening dat het wel degelijk gaat om een samenvoeging van bedrijven en dat bijgevolg niet voldaan is aan de voorwaarden van het meststoffendecreet. 2.4. Op 13 juli 2006 besluit de verwerende partij dat de beide beroepen ongegrond zijn en bevestigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen, mits aanpassing van artikel 1 van deze beslissing als volgt : "Aan Anthonissen Louis, Kerkstraat 2, 2920 Kalmthout, wordt onder voorwaarden vergunning verleend voor de exploitatie van een nieuwe inrichting, gelegen te Steenweg op Turnhout z/n, é0 Merksplas met kadastraal nr. sectie E, nr. 236 a, zodat de inrichting omvat: - 466 vleeskalveren (9.4.2.c.1) - 4200 m³ dierlijke mestopslag (28.2.c.1) i.k.v. de stopzetting van een bestaande inrichting, gelegen te Kerkstraat 2 te 2920 Kalmthout". Het bestreden besluit is uitgebreid gemotiveerd als volgt : "Gelet op de ligging van de inrichting in een gebied van het gewestplan Turnhout, waarvoor volgende voorschriften van toepassing zijn: agrarisch gebied; Overwegende dat gesteld kan worden dat de exploitatie van de inrichting, die het voorwerp van de voormelde milieuvergunningsaanvraag uitmaakt, verenigbaar is met voormelde ruimtelijke en stedenbouwkundige voorschriften; Overwegende dat de vergunning tot hernieuwing en verplaatsing werd aangevraagd door de heer L. Anthonissen; dat het naastgelegen melkveebedrijf wordt geëxploiteerd door en is vergund op naam van de gebroeders Verheyen; VII-36.635-4/11 dat hieruit blijkt dat het 2 verschillende exploitanten betreft en dat de aanvraag derhalve niet kan beschouwd worden als een uitbreiding van het bestaande bedrijf op naam van de gebroeders Verheyen; Overwegende dat uit de gegevens van het dossier en uit de verklaringen afgelegd door betrokkene (in de PMVC) voldoende blijkt dat in de toekomst, de heer Raf Verheyen, na overname deze inrichting zal exploiteren en dat de heer Ben Verheyen het bestaande melkveebedrijf alleen zal blijven verder exploiteren; dat de PMVC er derhalve ten onrechte van uit gaat dat het een samenvoeging betreft; Overwegende dat de bedrijven elk een aparte toegang hebben; dat het melkveebedrijf, vergund op naam van Ben Verheyen, gelegen is aan de Steenweg op Turnhout; dat het mestkalverenbedrijf, gelegen achter het bestaande bedrijf, toegankelijk zal zijn via een servitudeweg; dat deze weg in de toekomst verhard wordt en er thans een voorlopige verharding met steenslag is; dat het hier dus duidelijk twee afzonderlijke exploitaties betreft; Overwegende dat uit het verleende stedenbouwkundig attest blijkt dat het hier twee leefbare bedrijven zijn; dat het stedenbouwkundig attest werd gevraagd en verleend op naam van Ben Verheyen (de enige exploitant van het bestaande melkveebedrijf) geen enkele belemmering vormt voor een latere exploitatie door diens broer, de heer Raf Verheyen; dat het evenwel aangeeft dat beide broers inderdaad de intentie hebben en hadden om ieder een bedrijf zelfstandig uit te baten; dat het feit dat nu Raf Verheyen het kalverenbedrijf wenst over te nemen van L. Anthonissen en niet Ben Verheyen aan deze vaststelling geen afbreuk doet; Overwegende dat bij het melkveebedrijf een woning werd gebouwd en ook bij het nieuwe bedrijf een bedrijfswoning wordt voorzien; dat de stedenbouwwetgeving de inplanting van andere dan bedrijfsgebouwen in agrarisch gebied enkel toelaat onder de dubbele voorwaarde dat het een exploitantenwoning betreft en dat ze ruimtelijk geïntegreerd is in het bedrijf; dat het aantal bedrijfswoningen bovendien dient te worden beperkt tot 1 per bedrijf; dat uit het feit dat voor beide bedrijven de toelating werd (melkveebedrijf) of kan worden verleend (mestkalverenbedrijf o.b.v. stedenbouwkundig attest) nogmaals blijkt dat de bedrijven als afzonderlijke entiteiten dienen te worden beschouwd; Overwegende dat het melkveebedrijf en kalverenbedrijf zouden kunnen uitgebaat worden als één bedrijf, doch uit bekomen informatie blijkt dat dit niet de intentie is van de heer L. Anthonissen of de gebroeders Verheyen, zodat de aanvraag ook niet als dusdanig kan beschouwd worden, maar dient geëvalueerd in functie van de exploitatie van een nieuwe inrichting zoals aangevraagd in het dossier; Overwegende dat de vergunning werd aangevraagd voor de exploitatie van een nieuwe inrichting én tevens voor de vroegtijdige hernieuwing en verandering van de inrichting door omvorming van rundvee door vleeskalveren; dat aangezien het evenwel de exploitatie van een nieuwe inrichting betreft, er helemaal geen vroegtijdige hernieuwing of verandering van de vergunning aangevraagd kan worden; dat tevens, behoudens een uitdrukkelijke motivering, voor de exploitatie van een nieuwe inrichting steeds een vergunning dient verleend te worden voor een termijn van 20 jaar; Overwegende dat een vergunning derhalve niet verleend kan worden voor de vroegtijdige hernieuwing of verplaatsing van een inrichting, maar enkel voor de exploitatie van een nieuwe inrichting of desgevallend voor het veranderen of hernieuwen van een vergunning van een bestaande inrichting (eventueel i.k.v. de volledige stopzetting van een andere bestaande veeteeltinrichting); dat een vergunning immers gebonden is aan een exploitatieplaats en bijgevolg niet verplaatst kan worden; Overwegende dat gesteld kan worden dat de risico’s voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur VII-36.635-5/11 en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie tot een aanvaardbaar niveau kunnen worden beperkt; Overwegende dat op basis van de bovenvermelde argumenten, de ingediende beroepen ongegrond worden verklaard en het besluit van het college van burgemeester en schepenen van Merksplas van 21 maart 2006 wordt bevestigd, evenwel mits wijziging van de omschrijving van het voorwerp van de vergunning"; 3. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.1. Overwegende, wat de vereiste van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat verzoeker samengevat doet gelden wat volgt : "De vergunde inrichting is gelegen vlak achter het perceel van de verzoeker (perceel 237
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.