id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.891 Rolnummer: A. 63938/VII-13206 Zaak: Arrest 167891 - Milieuvergunningen - 15/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-02 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 16:02 Fiche Arrest nr 167.891 van 15 februari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.891 van 15 februari 2007 in de zaak A. 63.938/VII-13.
- In zake :
- de n.v. AESTAS,
- de n.v. CARTA MUNDI,
- de n.v. IMAS,
- de n.v. VAN GENECHTEN BIERMANS, die woonplaats kiezen bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat H. LANGE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Schermersstraat
- tussenkomende partij : de n.v. RECTICEL, die woonplaats kiest bij Advocaten G. VAN THUYNE en P. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan 268 A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. AESTAS, de n.v. CARTA MUNDI, de n.v. IMAS en de n.v. VAN GENECHTEN BIERMANS op 2 juni 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 maart 1995 van de minister vice-president van de Vlaamse regering en Vlaamse minister van Leefmilieu en Huisvesting waarbij de beroepen ingesteld tegen het besluit van 1 september 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen houdende het verlenen aan de n.v. TAREC INSULATION- DIVISION OF RECTICEL van de vergunning voor de verandering van een inrichting voor de productie van kunststoffen, gelegen aan de Visbeekstraat 24 te Turnhout, slechts gegrond worden verklaard in de mate dat de exploitatievoorwaar- den van het beroepen besluit worden aangevuld met een nieuwe bijzondere voorwaarde; VII-13.206-1/4 Gelet op het arrest nr.127.089 van 15 januari 2004 waarbij het beroep wordt verworpen in hoofde van de eerste en de derde verzoekende partij en de debatten worden heropend voor wat betreft de beroepen ingediend door de tweede en de vierde verzoekende partij; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur P. SOURBRON; Gelet op de beschikking van 23 augustus 2006 waarbij de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier wordt gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen, en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 15 januari 2007 waarbij de terechtzit- ting wordt bepaald op 25 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P.-J. VERVOORT die loco advocaat P. Flamey verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat S. BEECKMAN die, loco advocaat H. LANGE verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. DE BOCK, die verschijnt voor de tussenkomende partij. Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Uit het administratief dossier blijkt dat de geldigheidsduur van de bestreden beslissing verstrijkt op 15 februari
- Op 23 mei 2006 heeft de tussenkomende partij een hernieuwing aangevraagd en op 21 september 2006 heeft de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen een nieuwe milieuvergunning verleend voor een termijn van 20 jaar. Die vergunning geldt reeds vanaf 21 september 2006 tot 21 september
- Een vernietiging van de thans VII-13.206-2/4 bestreden vergunning zou aan de verzoekende partijen geen nut opleveren. Zij hebben bijgevolg geen belang bij het verderzetten van het beroep tot nietigverklaring. De verzoekende partijen hebben administratief beroep aangetekend tegen de vergunning van 21 september
- Dit beroep heeft echter geen schorsende werking op grond van artikel 24, § 3, eerste lid, van decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. Ondanks dit beroep kan de tussenkomende partij op grond van de nieuwe vergunning op wettige wijze haar inrichting verder exploiteren. Er moet bijgevolg geen beroep worden gedaan op het overgangsregime van artikel 39, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), waarnaar de verzoekende partijen ter terechtzitting verwijzen. Gelet op de omstandigheden van de zaak komt het gepast voor om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 396,64 euro, komen ten laste van het Vlaamse gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. VII-13.206-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien februari tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-13.206-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.891 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.127.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div