← België

Arrest 167935 - Varia (justitie) - 16/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.935 Rolnummer: A. 176393/IX-5416 Zaak: Arrest 167935 - Varia (justitie) - 16/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-05 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 06:25 Fiche Arrest nr 167.935 van 16 februari 2007 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 167.935 van 16 februari 2007 in de zaak A. 176.393/IX-

  1. In zake : Daniel VANWIJNSBERGHE, wonende te WAREGEM, Abdijstraat 28 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de minister van Justitie,
  3. de Kamer van Volksvertegenwoordigers, die woonplaats kiest bij advocaat L. BREWAEYS, kantoor houdende te WEMMEL, Limburg Stirumlaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Daniel VANWIJNSBERGHE op 1 september 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : - de brief van de minister van Justitie, door verzoeker ontvangen op 1 maart 2004, met kenmerk “LO/JCM/lojust/EVV-p1786”; - de brief van 21 januari 2005 van de voorzitter van de Kamer van Volksvertegen- woordigers met kenmerk “G/C/KH/MP/200105”; Gelet op het arrest nr. 162.777 van 27 september 2006 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, tot het opleggen van een dwangsom en tot het bevelen van voorlopige maatregelen wordt verworpen; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 23 januari 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 februari 2007; IX-5416-1/3 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van attaché A. BILLOOYE, die verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij, en van advocaat B. VERSTUYFT, die loco advocaat L. BREWAEYS, verschijnt voor de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het beroep in de eerste plaats gericht is tegen een schrijven van de minister van Justitie (datum onleesbaar) waarin deze, als antwoord op een schrijven van de verzoeker van 16 februari 2004, meedeelt dat zij onmogelijk kan tussenkomen, aangezien de gerechtelijke overheid in de door de verzoeker geciteerde aangelegenheid een exclusieve bevoegdheid heeft; dat het beroep eveneens gericht is tegen een schrijven van de Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers van 21 januari 2005 waarin deze, als antwoord op brieven van de verzoeker van 30 december 2004, 5 en 14 januari 2005, meedeelt dat, in het kader van de scheiding der machten, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, als wetgevende macht, geen toezicht kan uitoefenen op de rechterlijke macht wanneer die haar grondwettelijk toegekende bevoegdheden uitoefent; Overwegende, daargelaten de vraag of het beroep wel binnen de termijn is ingesteld, ambtshalve vastgesteld moet worden dat de bestreden brieven niet beogen enig rechtsgevolg in het leven te roepen, noch beogen het intreden van enig rechtsgevolg te vermijden, maar dat zij louter de uitdrukking van een bepaalde zienswijze bevatten; dat dergelijke handelingen niet vatbaar zijn voor vernietiging; dat het beroep tegen de twee genoemde brieven kennelijk onontvankelijk is, IX-5416-2/3 BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien februari 2007, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5416-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.935 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.162.777 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.