← België

Arrest 168112 - Milieuvergunningen - 22/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.112 Rolnummer: A. 89091/VII-20344 Zaak: Arrest 168112 - Milieuvergunningen - 22/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-06 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 06:26 Fiche Arrest nr 168.112 van 22 februari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.112 van 22 februari 2007 in de zaak A. 89.091/VII-20.

  1. In zake :
  2. Emiel ROETE,
  3. Marcelline GABRIËL, die woonplaats kiezen bij advocaat A. PATYN, kantoor houdende te EVERGEM, Schoonstraat 64 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat E. VAN ACKER, kantoor houdende te GENT, Brugsesteenweg
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Emiel ROETE en Marcelline GABRIËL op 20 januari 2000 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Milieuvergunningen van 22 november 1999, waarbij het administratief beroep van de verzoekende partijen tegen de beslissing van OVAM van 20 oktober 1999 onontvankelijk wordt bevonden; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 23 augustus 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partijen; VII-20.344-1/6 Gelet op de beschikking van 15 januari 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 8 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. PATYN, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat G. LEYNS die, loco advocaat E. VAN ACKER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : De verzoekende partijen exploiteren een landbouwbedrijf in Evergem. Zij zijn eigenaar van een aantal percelen landbouwgrond, die zij in 1986 hebben gekocht, na deze eerder sinds 1 december 1966 te hebben gepacht. Een van de percelen (sectie D, nr. 488) werd echter van 1 december 1966 tot 30 november 1971 gehuurd door de gemeente Evergem, voor de exploitatie van een stortplaats. Na het beëindigen van de stortactiviteiten wordt het perceel gepacht door de verzoekende partijen, die het gebruiken voor hun landbouwbedrijf. De verzoekende partijen willen het perceel verkopen. Uit het bij die gelegenheid opgelegde oriënterend bodemonderzoek blijkt dat er ernstige aanwijzingen zijn dat op de grond een historische bodemverontreiniging voorkomt die een ernstige bedreiging vormt. Het gaat hoofdzakelijk om verontreiniging met zware metalen. OVAM maant de verzoekende partijen aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren. De verzoekende partijen beroepen zich op artikel 31, § 2, van het Bodemsaneringsdecreet. Ze stellen niet verplicht te zijn een beschrijvend bodemon- derzoek uit te voeren omdat ze de verontreiniging niet zelf veroorzaakt hebben en er op het ogenblik dat ze eigenaar of gebruiker werden niet van op de hoogte waren of behoorden te zijn. VII-20.344-2/6 Bij brief van 20 oktober 1999 verwerpt OVAM de aanspraak van de verzoekende partijen. Daarop tekenen zij administratief beroep aan. Bij brief van 22 november 1999 laat de verwerende partij weten dat het administratief beroep onontvankelijk is, omdat, zo is aangekruist op een formulier met meerdere mogelijkheden, "de eensluidende verklaring van de bestreden beslissing niet kan worden aangenomen, aangezien ze door de betrokkene zelf (of zijn advocaat) is gebeurd". Dit is de bestreden beslissing;
  6. De gegrondheid van het beroep 2.
  7. Overwegende dat de verzoekende partijen in het tweede middel de schending aanvoeren van artikel 36, § 4, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 1996 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO) "Doordat het bestreden besluit aanneemt dat een eensluidend verklaard afschrift van de aangevochten beslissing van de OVAM ivm. de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek, niet kan aangenomen worden indien ze door de betrokkene zelf (of zijn advocaat) is gebeurd. Terwijl noch art. 36 §4 Vlarebo, noch enige andere bepaling in het bodemsa- neringsdecreet of in het Vlarebo, bepalen dat betrokkene zelf of zijn advocaat niet gerechtigd zijn om de copie van de aangevochten beslissing die aan het beroepschrift wordt gehecht voor éénsluidend te verklaren. Dat voornoemde bepalingen evenmin voorschrijven wie dan wel gerechtigd is om de copie van de aangevochten beslissing die aan het beroepschrift wordt gehecht voor éénsluidend te verklaren. Dat tenslotte diegene die een afschrift van een beslissing 'voor éénsluidend' verklaart, valsheid in geschrifte pleegt indien hij het afschrift op één of andere wijze vervalst, waardoor het afschrift niet meer effectief éénsluidend is aan het origineel. Dat dergelijke handelwijze gesanctioneerd wordt eensdeels door de nietigheid van de beroepsbeslissing die genomen werd ogv. een vervalst afschrift, anderdeels door art. 193 e.v. Sw., wat een voldoende waarborg biedt dat het afschrift dat door de beroepsindiener of zijn raadsman voor éénsluidend werd verklaard ook eensluidend is aan het origineel. Dat de voor éénsluidend verklaring van het afschrift van de bestreden beslissing door de overheid die de bestreden beslissing genomen heeft of door een andere door de 'wetgever' niet nadergenoemde instantie geen meerdere waarborgen biedt, nu de beroepsindiener of zijn gemachtigde die te kwader trouw zou zijn het afschrift, nadat het voor éénsluidend verklaard werd door de 'bevoegde instantie' evengoed kan vervalsen, waardoor het afschrift niet meer effectief éénsluidend is aan het origineel. Dat er dus geen enkel argument is om een afschrift van de bestreden beslissing, dat door de betrokkene zelf of door zijn advocaat éénsluidend verklaard werd aan het origineel niet (...) te aanvaarden als een voor eensluidend verklaard afschrift in de zin van art. 36, §4, Vlarebo. Terwijl in casu, de raadsman van verzoekers het bijgevoegde afschrift van de bestreden beslissing zelf voor éénsluidend verklaard heeft. VII-20.344-3/6 Dat in redelijkheid niet kan aangenomen worden dat de raadsman van verzoekers, de verdere uitoefening van zijn beroep in het gedrang zal brengen door het afschrift van de bestreden beslissing dat hijzelf voor éénsluidend verklaard heeft te manipuleren, waardoor dat het niet effectief éénsluidend is aan het origineel van de bestreden beslissing. Dientengevolge heeft de bestreden beslissing ten onrechte het door de raadsman van verzoekers voor éénsluidend verklaard afschrift van de bestreden beslissing niet aangenomen en het administratief beroep onontvankelijk verklaard bij toepassing van art. 36, §4, Vlarebo"; 2.
  8. Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord vooreerst artikel 36, § 4, van het VLAREBO citeert; dat zij daarop stelt wat volgt : "Er wordt dus op straffe van onontvankelijkheid gevraagd een eensluidend verklaard afschrift van de aangevochten beslissing van OVAM toe te voegen. De ratio leges van deze bepaling is duidelijk: ervoor zorgen dat de Vlaamse regering en de afdeling milieuvergunningen beschikken over een volledige en exacte kopij van de beslissing van OVAM, gezien er in het eerste deel van deze procedure, d.w.z. voor de ontvankelijkheidsverklaring, OVAM geen betrokken partij is en OVAM dus ook geen dossier kan indienen met daarin haar beslissing. In die zin kan het niet de ratio leges zijn van artikel 36 dat een eensluidend verklaard afschrift kan worden bezorgd door de partij zelf of haar raadsman. De bemerkingen in het verzoekschrift tot uw Raad m.b.t. de raadsman zelf, zijn niet terzake dienende gezien deze laatste de beslissing slechts ontvangt van verzoekende partijen en niet van OVAM zelf. Dit blijkt uit de betrokken beslissing van OVAM, zijnde stuk 1 bijlage 4, gericht aan ROETE - GABRIEL, Reibroekstraat 156, 9940 Evergem. Een dergelijk eensluidend verklaard afschrift wordt door de OVAM onmiddellijk afgeleverd op eerste verzoek. Desnoods, bij gebreke daaraan, zou ook het origineel verstuurd kunnen worden naar de Vlaamse regering, afdeling milieuvergunningen. Hieraan werd niet voldaan, zodoende dat terecht het beroep werd afgewezen als onontvankelijk"; 2.
  9. Overwegende dat de verzoekende partijen wederantwoorden dat artikel 36, § 4, van het VLAREBO niet aangeeft wie een afschrift voor eensluidend kan verklaren, en dat ze als volgt hun repliek verderzetten : "Vermits dit niet blijkt uit Vlarebo beroept ze zich op de 'ratio legis' van deze voorwaarde : 'ervoor zorgen dat de Vlaamse regering en de afdeling milieuver- gunningen beschikken over een volledige en exacte kopij van de beslissing van OVAM'. Net alsof dit doel niet kan bereikt worden wanneer de raadsman van de beroepsindiener aan wie het origineel van de beslissing van OVAM overhandigd werd door de cliënt, de door hem gemaakte copie voor eensluidend verklaart aan dit origineel. Verzoekers (en hun raadsman) zien werkelijk niet in wat het verschil is tussen: (a) de hypothese waarin hun raadsman het origineel van de beroepen beslissing van OVAM (die aan verzoekers betekend werd en die zij aan hun raadsman VII-20.344-4/6 overhandigd hebben) meestuurt met het beroepschrift (wat aanvaard wordt door de verweerster) en (b) de hypothese waarin hun raadsman een door hem voor eensluidend verklaard afschrift van het origineel van de beroepen beslissing van OVAM (die aan verzoekers betekend werd en die zij aan hun raadsman overhandigd hebben) meestuurt met het beroepschrift (wat niet aanvaard wordt door de verweerster). De overheid die de authenticiteit van een door de raadsman van verzoekers voor eensluidend verklaard afschrift niet aanvaardt, kan evengoed het mandaat van diezelfde raadsman om namens zijn cliënten administratief beroep aan te tekenen in vraag gaan stellen, enz ... Dergelijke houding van de verweerster tart elke verbeelding en is in redelijkheid niet aanvaardbaar. Vermits art. 36, §4, Vlarebo nalaat te bepalen door wie het afschrift van de bestreden beslissing dat als bijlage bij het beroepschrift dient gevoegd te worden voor eensluidend dient verklaard te worden, dient aangenomen te worden dat een afschrift van de bestreden beslissing, dat voor eensluidend verklaard is door de raadsman van de beroepsindiener voldoet aan het vereiste van art. 36, §4, Vlarebo"; 2.
  10. Overwegende dat artikel 36, § 4, van het VLAREBO, in de versie die gold ten tijde van de bestreden beslissing, bepaalde : "Op straffe van onontvankelijkheid van het in §1 bedoelde beroepschrift dient in het beroepschrift duidelijk te worden vermeld dat het gaat om een beroep aangetekend met toepassing van artikel 23 van het decreet. Verder dient, eveneens op straffe van onontvankelijkheid, bij het beroep- schrift te worden gevoegd : - ofwel een eensluidend verklaard afschrift van de aangevochten beslissing van de OVAM in verband met het opstellen van het bodemsaneringsproject; - ofwel een eensluidend verklaard afschrift van de aangevochten beslissing van de OVAM in verband met de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek; - ofwel een eensluidend verklaard afschrift van de aangevochten beslissing van de OVAM in verband met de uitvoering van bodemsaneringswerken"; Overwegende dat het voorgeciteerde artikel nergens voorschrijft dat het bij het beroepschrift te voegen afschrift van de aangevochten beslissing van OVAM een door OVAM voor eensluidend verklaard afschrift moet zijn; dat behoudens andersluidende bepaling niets belet dat de beroepindiener of zijn raadsman die, zoals de verwerende partij zelf stelt, beschikt over het origineel van de beslissing waartegen beroep wordt aangetekend, een afschrift ervan voor eensluidend verklaart; dat alleen reeds om die reden het tweede middel in de besproken mate gegrond is, VII-20.344-5/6 BESLUIT: Artikel
  11. Vernietigd wordt de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Milieuvergunningen van 22 november 1999, waarbij het administratief beroep van Emiel ROETE en Marcelline GABRIËL tegen de beslissing van OVAM van 20 oktober 1999 onontvankelijk wordt bevonden. Artikel
  12. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig februari tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, wnd. voorzitter van de Raad van State, kamervoorzitter, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. C. BAMPS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-20.344-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.112 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.