id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.129 Rolnummer: A. 178347/VII-36839 Zaak: Arrest 168129 - Dienst Vreemdelingenzaken - 22/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-07 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 16:24 Fiche Arrest nr 168.129 van 22 februari 2007 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.129 van 22 februari 2007 in de zaak A. 178.347/VII-36.
- In zake : Vakhtang MUJIRI, die woonplaats kiest bij Advocaat R. VANHOYLAND, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Kuringersteenweg 209 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Vakhtang MUJIRI, van Georgische nationaliteit, op 8 november 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 2 oktober 2006 waarbij de aanvraag om machtiging tot verblijf, op grond van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, onontvankelijk wordt verklaard, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 11 oktober 2006; Gelet op het arrest nr. 164.639 van 10 november 2006 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 15 november 2006; Gelet op artikel 18, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij op 13 december 2006 van de mogelijkheid om gehoord te worden; Gelet op artikel 17, § 4ter, en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-36.839-1/2 Overwegende dat de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van de tekst van artikel 18, § 3, eerste lid, van voornoemd koninklijk besluit van 9 juli 2000 bij de kennisgeving van het schorsingsarrest aan de verzoekende partij; Overwegende dat bij voornoemd arrest de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing werd afgewezen; dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van vijftien dagen na kennisneming van dat arrest, zoals bepaald in artikel 18, § 1, tweede lid, van voormeld koninklijk besluit; dat zij niet heeft gevraagd om gehoord te worden; dat krachtens artikel 17, § 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwin- tig februari tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-36.839-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.129 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.