← België

Arrest 168244 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.244 Rolnummer: A. 57057/X-9597 Zaak: Arrest 168244 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-09 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 16:29 Fiche Arrest nr 168.244 van 23 februari 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.244 van 23 februari 2007 in de zaak A. 57.057/X-

  1. In zake :
  2. Johan BYTEBIER,
  3. Kathleen MEIRBRANT, die woonplaats kiezen bij advocaat M. Denys, kantoor houdende te 1000 Brussel, Jan Jacobsplein 5 tegen : het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat P. Taelman, kantoor houdende te Gent, Coupure
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Johan Bytebier en Kathleen Meirbrant op 22 maart 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 22 december 1993 van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, houdende verwerping van zijn beroep tegen de beslissing van 8 juli 1993 van de Bestendige Deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij hun de vergunning is geweigerd voor het bouwen van een serre, na afbraak van een bestaande, aan de Baarle-Frankrijkstraat te Sint-Martens-Latem, op percelen kadastraal bekend Sectie A, nrs. 805 f, 807 f en 806; Gelet op het arrest nr. 50.163 van 10 november 1994 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; X-9597-1/4 Gelet op de beschikking van 21 juni 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekende partijen die tevens het verzoek tot voortzetting bevat; Gelet op de beschikking van 19 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 oktober 2006; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Denys, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat I. Bockstaele, die loco advocaat P. Taelman verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat de Bestendige Deputatie in de beslissing waarbij de bouwaanvraag wordt verworpen opmerkt “dat het plan, welk trouwens onvolledig is, voor wat betreft inplantingsplan en plan bestaande toestand, opgemaakt dient te worden door een architect, en derhalve het dossier niet voldoet aan de bepalingen van het M.B. dd. 06.02.1971 en zijn wijzigingen”; Overwegende, ambtshalve, dat die vaststelling de vraag doet rijzen naar het belang van verzoekers bij het beroep; Overwegende dat verzoekers niet betwisten dat de werken waarvoor zij de bij het thans bestreden besluit afgewezen bouwaanvraag hebben ingediend, niet behoren tot de werken waarvoor toentertijd de medewerking van een architect niet vereist was; X-9597-2/4 Overwegende dat verzoekers voorts in de laatste memorie uitdrukkelijk verklaren dat zij niet betwisten dat een attest van een architect niet was bijgevoegd bij het dossier van de bouwaanvraag; Overwegende dat zij wel betwisten dat die vormvereiste de openbare orde raakt; Overwegende dat artikel 4 van de wet van 20 februari1939 op de bescherming van den titel en van het beroep van architect luidt : “De Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren moeten een beroep doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plans en de controle op de uitvoering der werken, voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd. Wat betreft de openbare instellingen en de particulieren, mogen er afwijkingen toegestaan worden door den Gouverneur, op voorstel van het Schepencollege der gemeente, waar de werken moeten uitgevoerd worden. Bij een koninklijk besluit worden de werken aangeduid waarvoor de medewerking van een architect niet verplichtend zal zijn”; Overwegende dat artikel 10 van de wet van 20 februari 1939, zoals gewijzigd bij wet van 4 juni 1969, bepaalt dat overtreding van artikel 4, eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van tweehonderd tot duizend frank; dat de verplichting om voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken een beroep te doen op een architect derhalve de openbare orde raakt; Overwegende dat die medewerking van een architect moet blijken uit het dossier van de bouwaanvraag; dat immers toentertijd artikel 2 van het ministerieel besluit van 6 februari 1971 tot vaststelling van de samenstelling van het dossier van de aanvraag om bouwvergunning onder meer bepaalt : “Art.
  5. Om als volledig te worden beschouwd, moet het dossier van een aanvraag om bouwvergunning bevatten, ongerekend de door de gemeentelijke verordening voorgeschreven bescheiden en gegevens; [...]. 2/ een attest in tweevoud waarop de bevoegde Raad van de Orde van Architecten bevestigd heeft dat ofwel de architect die de bouwplannen ondertekent en met het toezicht op de uitvoering van het bouwwerk belast is, ofwel de architect die de bouwplannen ondertekent en, indien hij reeds aangewezen is, de architect die met het toezicht op de uitvoering van het bouwwerk belast is, ingeschreven is op de tabel van de Orde of desgevallend op de lijst van de stagiairs, of in bezit is van de nodige machtiging; dit attest moet de tekst van het in bijlage van dit besluit opgenomen model bevatten; 3/ de tekeningen van het uit te voeren bouwwerk, ondertekend door de aanvrager en de architect, omvattende : X-9597-3/4 [...]”; Overwegende dat moet worden vastgesteld dat de bouwaanvraag, wegens het gebrek aan medewerking van een architect, niet regelmatig is ingediend; dat indien de minister dit euvel zou voorbijzien, zoals volgens verzoekers in de laatste memorie mogelijk is, hij dan een onwettige bouwvergunning zou afleveren; dat integendeel, wanneer de minister zich na een eventuele vernietiging van het bestreden ministerieel besluit opnieuw over de aanvraag uitspreekt, niet anders zou mogen dan deze opnieuw te weigeren; dat verzoekers bijgevolg geen belang hebben bij de gevraagde nietigverklaring; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig februari 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. BOVIN. X-9597-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.244 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.