← België

Arrest 168284 - Examens (onderwijs) - 27/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.284 Rolnummer: A. 178213/XII-4913 Zaak: Arrest 168284 - Examens (onderwijs) - 27/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-08 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 16:34 Fiche Arrest nr 168.284 van 27 februari 2007 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.284 van 27 februari 2007 in de zaak A. 178.213/XII-

  1. In zake : Famke VANHOUCKE, die woonplaats kiest bij advocaat K. Vandenbussche, kantoor houdende te Gent, Coupure 5 tegen : de VZW IMMACULATA-INSTITUUT DE PANNE, die woonplaats kiest bij advocaat B. Staelens, kantoor houdende te Brugge, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Famke Vanhoucke op 2 november 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing “van de delibererende klassenraad van het Immaculata-Instituut te De Panne van 27 juni 2006, waarbij verzoekende partij een oriënteringsattest C wordt toegekend”, en van “de beslissing van 5 september 2006 waarin de delibererende klassenraad deze beslissing bevestigt”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2007; XII-4913-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. De Mulder, die loco advocaat K. Vandenbussche verschijnt voor verzoekster, en van advocaat N. De Clercq, die loco advocaat B. Staelens verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Relevante feitelijke gegevens van de zaak
  3. Verzoekster volgt tijdens het schooljaar 2005-2006 de lessen van het tweede jaar van de derde graad ASO, wetenschappen-wiskunde aan het Immaculata-Instituut te De Panne. Op 27 juni 2006 beslist de delibererende klassenraad aan verzoekster een oriënteringsattest C te verlenen. Nadat de interne beroepsprocedure van overleg en beroep bij de beroepscommissie is doorlopen, wordt aan de ouders van verzoekster met een brief van 5 september 2006 meegedeeld dat de delibererende klassenraad, die opnieuw was samengeroepen door het schoolbestuur, op 4 september 2006 besloot het C-attest te handhaven. Ontvankelijkheid
  4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie is alleen nodig indien zou komen vast te staan dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. XII-4913-2/6 Schorsingsvoorwaarden
  5. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
  6. Verzoekster doet als nadeel in het inleidend verzoekschrift het volgende gelden : “Door de onterechte toekenning van een C-attest kan verzoekende partij geen voortgezette studies aanvatten. Verzoekende partij wenst zich in te schrijven als studente architectuur aan de Sint-Lucas Hogeschool te Gent. De onrechtmatige toekenning van een oriënteringsattest C en het dienvolgens niet behalen van het diploma algemeen secundair onderwijs, staat een inschrijving op voornoemde Hogeschool kennelijk in de weg. De Raad van State stelt in haar arrest De Smedt nr. 99.801 van 16 oktober 2001 terecht : ‘Overwegende, wat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, dat het verzoekschrift hieraan alleen al voldoet door op de merken dat verzoeker zijn laatste jaar moet overzitten en zich niet kan inschrijven in het hoger onderwijs’. Het nadeel dat verzoekende partij lijdt kan derhalve enkel hersteld worden door de schorsing van de beslissing van de delibererende klassenraad. Enig ander herstel is niet passend. Het verlies van een schooljaar kan bijgevolg onmogelijk met andere middelen gecompenseerd worden dan met de schorsing van onderhavige beslissing. Aan de tweede voorwaarde van artikel 17, § 2 van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State is derhalve voldaan”.
  7. Het dreigend verlies van een schooljaar wordt in beginsel erkend als het moeilijk te herstellen ernstig moreel nadeel dat, inderdaad, bij aanvoeren van ernstige middelen, een schorsing van de tenuitvoerlegging van een examenbeslissing kan verantwoorden, zelfs bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De vordering tot schorsing is in het onderwijscontentieux dan ook de meest geëigende weg om bij de Raad van State adequate rechtsbescherming te zoeken tegen een vermeend onwettige examenbeslissing. Immers, een schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing, hoewel voorlopig van aard, moet als een aansporing worden opgevat aan het schoolbestuur om zijn onwettig lijkende beslissing reeds onmiddellijk, zonder de verdere afwikkeling van de annulatieprocedure, te heroverwegen, en, mede ook gelet XII-4913-3/6 op het dreigende verlies van een schooljaar als moeilijk te herstellen ernstig nadeel en op het recht van een leerling op een vaststaande uitslag, om ze desgevallend in te trekken en door een nieuwe te vervangen. Vereist is dan wel, nu een schorsing enkel voor de toekomst uitwerking heeft, dat op het ogenblik van de uit te spreken schorsing dit nadeel nog nuttig kan worden geweerd. Daarenboven moet een verzoekster die de Raad van State bij deze uitzonderingsprocedure er wil toe brengen een schorsing te bevelen omwille van de ernstige en moeilijk herstelbare benadeling die uitgaat van een onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan, zelf ook de nodige zorgvuldigheid en ijver aan de dag leggen om dit nadeel te minimaliseren. Het een en het ander impliceert dat, opdat het schoolbestuur nog nuttig tot een heroverweging zou worden aangespoord en het verlies van een schooljaar wordt vermeden, de schorsing van de tenuitvoerlegging in beginsel bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet worden gevorderd. Dit betekent dat een verzoekende partij niet zonder verantwoording, op aanvaardbare gronden, mag afzien van de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid, laat staan dat zij zou mogen wachten tot bijna de uiterste dag om de vordering in te stellen volgens de gewone schorsingsprocedure. De Raad van State, en vervolgens het schoolbestuur, zullen dan immers noodzakelijk slechts uitspraak kunnen doen op een ogenblik dat het schooljaar reeds verschillende maanden gevorderd is en het verlies van een schooljaar niét meer zo evident kan worden geweerd als wel het geval was in de zaak die verzoekster citeert. Te dezen heeft verzoekster na de kennisgeving van de bestreden beslissing met een op 5 september 2006 ter post aangetekend schrijven, tot 2 november 2006 gewacht om bij de Raad van State een gewone schorsingsvordering in te stellen. Die handelwijze is niet van aard om de dreiging van het verlies van een schooljaar in enige mate te helpen voorkomen. In het verzoekschrift is een verant- woording voor verzoeksters gebrek aan passende voortvarendheid niet gegeven. XII-4913-4/6 Evenmin geeft verzoekster in het inleidend verzoekschrift enige verheldering over haar concrete situatie sedert de bestreden beslissing haar ter kennis is gebracht, welke situatie zij dan in verband zou kunnen brengen met het aangevoerde nadeel. Er ligt geen bewijs voor dat zij ook maar enige poging ondernam om zich in te schrijven aan de Sint-Lucas Hogeschool te Gent, al was het maar voorlopig en in afwachting van een gunstige afloop van het voorliggende geschil, laat staan dat zulke inschrijving haar zou zijn geweigerd. Aangezien op het ogenblik van het instellen van de vordering reeds twee maanden verstreken waren, moet verzoekster toch in staat geacht worden de Raad te kunnen informeren over de vraag wat zij tijdens het dan reeds begonnen schooljaar of academiejaar onderneemt. Ter terechtzitting verklaart de raadsman van verzoekster zelfs dat zij in het geheel niets onderneemt, thuis blijft en noch haar jaar overdoet, noch anderszins studeert of aan de slag is.
  8. Met de voorgaande gegevens voor ogen, kan het moeilijk te herstellen en ernstig karakter van het aangevoerde nadeel door de Raad van State te dezen niet worden aangenomen.
  9. Overwegende dat niet is voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE: Artikel
  10. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  11. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4913-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4913-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.284 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.748 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.