id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.286 Rolnummer: A. 177058/XII-4891 Zaak: Arrest 168286 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 27/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-09 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-29 16:35 Fiche Arrest nr 168.286 van 27 februari 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.286 van 27 februari 2007 in de zaak A. 177.058/XII-
- In zake : Jan EECKHOUT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Defreyne, kantoor houdende te Izegem, Papestraat 9 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan Eeckhout op 23 september 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “[h]et niet gedateerd Besluit van de Hoofdgeneesheer Adviseur-Generaal van de Administratieve Gezondheidsdienst van de FOD. Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en leefmilieu [...] houdende de definitieve vroegtijdige pensionering van verzoeker”; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-4891-1/7 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Deridder, die loco advocaat P. Defreyne verschijnt voor verzoeker, en van advocaat P. Crutelle, die loco advocaat M. Ryelandt verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Aanleiding tot de vordering
- Verzoeker is sedert 1 september 1981 vast benoemd als leraar regent aan het Sint-Jozefscollege te Izegem. Op 31 januari 2006 beslist de hoofdgeneesheer-directeur namens de pensioencommissie dat verzoeker op medisch vlak de voorwaarden vervult om te worden toegelaten tot het definitief vroegtijdig pensioen. Met een brief van 1 maart 2006 wordt verzoeker kennis gegeven van de beslissing van de hoofdgeneesheer van de Administratieve Gezondheids-dienst (AGD) dat hij op medische gronden “definitief vroegtijdig gepensioneerd [is] vanaf de eerste dag van volgende maand”. Ingevolge bezwaar van verzoeker wordt hij op 19 juli 2006 opnieuw onderzocht. Op 26 juli 2006 deelt de hoofdgeneesheer-directeur aan verzoeker mee dat de beslissing in het kader van de beroepsprocedure wordt gehandhaafd. Op 26 juli 2006 neemt de hoofdgeneesheer adviseur-generaal van de AGD de thans bestreden scheidsrechterlijke eindbeslissing, naar luid waarvan verzoeker op medisch vlak wegens definitief lichamelijke ongeschiktheid voor elke functie, de voorwaarden vervult om toegelaten te worden tot het definitief vroegtijdig pensioen. XII-4891-2/7 Ontvankelijkheid
- Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om de ontvankelijkheid van het beroep te onderzoeken, nu, zoals hierna zal blijken, een van de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing niet vervuld is en de vordering hoe dan ook niet kan worden toegewezen. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de eerste schorsingsvoorwaarde 4.
- Als eerste middel voert verzoeker de schending aan van de materiële en formele motiveringsplicht omdat, eerste onderdeel, de bestreden akte niet “de juridische overwegingen” vermeldt die aan de beslissing ten grondslag liggen terwijl wegens de zeer specifieke wetgeving ter zake toch minstens naar de toegepaste regelgeving zou moeten worden verwezen en omdat, tweede onderdeel, de beslissing niet aangeeft waarom wordt geopteerd voor het definitief vroegtijdig pensioen en niet voor de andere mogelijkheden zoals, onder andere, het tijdelijk vroegtijdig pensioen. Volgens verzoeker bevat de beslissing én de onderliggende beslissing van de hoofdgeneesheer-directeur enkel stijlformules. Zijn leeftijd zou veeleer een omgekeerde beslissing rechtvaardigen. De ziekteduur als zodanig -drie jaar- is niet als langdurig te kenmerken in het kader van de betreffende besluitvorming. Welke de psychische context is en de werkomstandigheden, wordt niet aangegeven, nog minder waarom dit een reden zou zijn waarom geopteerd wordt voor een definitieve oppensioenstelling. Uit de door hem bijgevoegde attesten én uit het advies van de hoofdgeneesheer-directeur kon integendeel worden afgeleid dat de nieuwe therapie die hij wenst te volgen op termijn voor een verbetering in zijn situatie kon zorgen, zodat veeleer voor een tijdelijke optie gekozen diende te worden. XII-4891-3/7 4.
- Uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat aan verzoeker in de begeleidende briefwisseling steeds is meegedeeld welke beroepsmogelijkheden hem ter beschikking stonden. Verzoeker heeft ook effectief de weg naar de Raad van State gevonden en is in staat tegen de bestreden beslissing de schending van de materiële motiveringsplicht aan te voeren. In het auditoraatsverslag wordt, wat de formele motiveringsplicht betreft, geconcludeerd dat verzoeker niet aangeeft op welke wijze hij in zijn belangen is geschaad door het niet uitdrukkelijk vermelden van de normatieve bepalingen waarop de bestreden beslissing is gesteund. Verzoeker neemt de terechtzitting niet te baat om zelfs maar te pogen zijn standpunt hierover op te helderen, zodat dit onderdeel niet ernstig is. 4.
- In het gemotiveerde bezwaar waarmee verzoeker in beroep is gegaan tegen de eerste beslissing betoogt verzoeker inderdaad dat de definitieve ongeschiktheid voorbarig is wegens de nieuwe therapiemogelijkheden, maar brengt hij zelf als argument ook zijn “onwelbevinden [...] samengaand met spanningen op de werkvloer” te berde, die “leidde [...] tot een psychische decompensatie”. Hij kan zich dan thans moeilijk onwetend voordoen nopens de strekking van het motief, in de bestreden beslissing, “depressie blijkbaar reactioneel op werkomstandigheden”. De bestreden beslissing stelt voorts vast dat verzoeker “in ziekteverlof [bleef] als reactioneel op de concrete arbeidssituatie”. De bestreden beslissing lijkt wel degelijk het bestaan van de nieuwe therapeutische mogelijkheden in de beoordeling te hebben betrokken, waar ze erkent dat “een screening [loopt] met het oog op het opstarten van nieuwe psoriasis-therapie waarvan beterschap wordt verwacht” en dat “een nieuwe therapeutische aanpak van de psoriasis hoogstwaarschijnlijk een grote positieve weerslag zal hebben op alle vlakken”. Het dragend motief om evenwel te opteren voor de definitieve oppensioenstelling heeft prima facie niet te maken met de “uitgebreide therapieresistente psoriasis” maar met de “reactionele psychische decompensatie” en is te lezen in de volgende zin uit de beslissing: “Gezien echter de context van burn-out in gevolge werkomstandigheden en de lange duur van de werkonbekwaamheid lijkt een stabiele werkhervatting hier niet meer mogelijk” en de conclusie dat “andere elementen (leeftijd, duur van het ziekteverlof - 3 jaar!, psychische context - burn out, werkomstandigheden,...) erop [wijzen] dat het weinig waarschijnlijk is dat betrokkene toch nog zijn vroegere activiteiten in het onderwijs zal hernemen”. Gelet op het voorgaande kan de Raad van State dit in de huidige stand van de procedure niet als een stijlformule bestempelen. Nu verzoeker er in zijn bezwaarschrift zelf aan refereert, lijkt het motief XII-4891-4/7 minstens draagkrachtig in feite. Verzoeker, die in zijn verzoekschrift enkel ingaat op de psoriasisproblematiek, ontkracht in de huidige stand van de procedure niet dat het ook draagkrachtig is in rechte. Het middelonderdeel is evenmin ernstig. 5.
- Als tweede middel voert verzoeker de onbevoegdheid aan van de hoofdgeneesheer adviseur-generaal om de bestreden beslissing te nemen. 5.
- Verzoeker laat na een bepaling aan te geven waarop zijn grief steunt, als zou een beslissing als de voorliggende door de pensioencommissie van de AGD en niet door de hoofdgeneesheer adviseur-generaal genomen moeten worden. In de nota in de schorsingsprocedure zet verwerende partij van haar kant uitvoerig uiteen hoe uit de verschillende beroepsprocedures die voorhanden zijn, en de door verzoeker specifiek gevolgde procedure, uit artikel 8 van het koninklijk besluit van 18 augustus 1939 tot regeling van de inrichting der geneeskundige onderzoekingen door de administratieve gezondheidsdienst in plaats van door de provinciale pensioencommissies kan worden afgeleid dat te dezen wel degelijk door de bevoegde overheid is opgetreden. In het auditoraatsverslag wordt geconcludeerd dat verwerende partij prima facie gevolgd kan worden. Verzoeker brengt hier ter terechtzitting niets tegen in, zodat ook de Raad van State in de huidige stand van de procedure de verwerende partij bijvalt. Het middel is niet ernstig. 6.
- Een derde middel put verzoeker uit de schending van de hoorplicht, doordat in de oproeping tot het medisch onderzoek niet vermeld werd dat een definitieve vroegtijdige oppensioenstelling overwogen werd, noch dat andere mogelijkheden eveneens mogelijk waren. 6.
- Aangenomen dat verzoeker in de procedure voor de pensioen- commissie het recht heeft om zijn standpunt te laten kennen, dient de Raad van State vast te stellen dat hem die mogelijkheid conform de ter zake geldende regelgeving ook is geboden doordat verzoeker in beroep is kunnen gaan tegen de in eerste aanleg genomen beslissing, waarbij ook de eigen geneesheer de beslissing schriftelijk heeft kunnen aanvechten, en dat verzoeker zijn standpunt ook mondeling kenbaar heeft kunnen maken ter gelegenheid van het medisch onderzoek in de beroepsprocedure. XII-4891-5/7 Er valt op het eerste gezicht niet in te zien waarom of hoe verzoeker niet voor zijn belangen is kunnen opkomen. Het middel is niet ernstig. 7.
- Verzoeker voert ten slotte als vierde middel nog de schending aan van het redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel en van de formele motivering, omdat nergens blijkt waarom de overheid deze maatregel heeft gekozen. 7.
- Het middel lijkt niets toe te voegen aan hetgeen reeds in het eerste middel is uiteengezet, en is om dezelfde redenen als dat middel niet ernstig.
- Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4891-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig februari 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4891-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.286 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.491 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.