id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.358 Rolnummer: A. 100365/VII-23175 Zaak: Arrest 168358 - Milieuvergunningen - 01/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 16:43 Fiche Arrest nr 168.358 van 1 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.358 van 1 maart 2007 in de zaak A. 100.365/VII-23.
(1999); dat gelet op deze feiten geen vergunning voor opslag en verbranding van rode schisten verleend kan worden; Overwegende dat uit de BBT-studie blijkt, dat de co-verbranding van rode schiste een aanzienlijke invloed kan hebben op de SOx-uitstoot; dat immers toevoeging van rode schisten met een zwavelgehalte > 0.5 % een niet-lineaire stijging van de SOx-emissies teweeg brengt tot boven de toegelaten normen; dat uit analyseresultaten gevoegd bij analoge dossiers blijkt dat het zwavelge- halte in zwarte schisten aanzienlijk kan variëren (de analyseresultaten van de VITO en van AMINAL geven een spreiding van 0.034 tot 0.89 % S in zwarte schisten) en waarschijnlijk bepaald wordt door de herkomst van de schisten; Overwegende dat er in het aanvraagdossier geen analysegegevens zijn gevoegd inzake de samenstelling van de zwarte schisten; dat de zwarte schiste een zwavelrijke stof is waarvan het gehalte kan variëren afhankelijk van de herkomst van de schisten (tussen 0,034 en 0,89 % zwavel); dat er geen gegevens bekend zijn aangaande de concentratie zware metalen en andere verontreinigingen; VII-23.175-11/17 Overwegende dat er in het aanvraagdossier geen gegevens zijn opgenomen over de samenstelling van de gebruikte rode schisten; dat uit een bemonste- ringsverslag inzake een analoog aanvraagdossier wel blijkt dat rode schisten relevante hoeveelheden zware metalen kunnen bevatten, zoals chroom (6 mg/kg droge stof), koper (4 mg/kg droge stof), en zink (8 mg/kg droge stof); Overwegende dat uit de bezwaren en aanspraken geuit in het beroep voldoende blijkt dat de toevoeging van schisten en zaagmeel in de productie van bakstenen een producttechnische noodzaak en kwaliteitsnoodzaak is; dat dit evenwel niet wegneemt dat het gebruik van deze afvalstoffen moet kaderen in een duurzaam milieubeleid en het respecteren van de emissiegrenswaarden; Overwegende dat, vermits hier de rubriek afvalverbranding van toepassing is, er een mengnorm dient vastgesteld te worden uitgaand van de normen geldend voor de keramische nijverheid en de normen geldend voor de verbranding van niet gevaarlijke afvalstoffen; Overwegende dat specifiek voor deze inrichting, ingevolge het aspect co- verbranding, voor volgende parameters emissiegrenswaarden dienen vastge- steld te worden : (...) Overwegende dat de exploitant in zijn aanvraag nergens een voorstel doet van mengnormen die van toepassing zijn op zijn inrichting, niettegenstaande vermelde aanvraag een regularisatie betreft van een reeds geruime tijd toegepaste praktijk; dat dit verklaard wordt door het feit dat de exploitant er strikt aan houdt de beschouwde toeslagstoffen niet als afvalstoffen te beschou- wen; dat er trouwens in het aanvraagdossier geen gegevens worden verstrekt inzake de samenstelling en het jaarlijks verbruik van de klei, rode schisten, zwarte schisten en zaagmeel; Overwegende dat ter vergelijking hierna voor de gemeenschappelijk geldende parameters eerst de sectorale normen voor de verbranding van niet gevaarlijke afvalstoffen worden vermeld, gevolgd door de sectorale emissienor- men voor de keramische nijverheid, of, bij gebreke daaraan, de algemene emissiegrenswaarden, met als premissen : (...) Overwegende dat het niet de bedoeling kan zijn afvalstoffen op de markt te brengen als toeslagstof of secundaire grondstof met het oog op het ontwijken van de strenge emissienormen die gelden voor de sector van de afvalverbran- ding; Overwegende dat de exploitant geen melding maakt van het zwavelgehalte van de gebruikte types klei; dit element is nochtans essentieel ter beoordeling van de normering van de zwavelemissie; Overwegende dat door de toevoeging van de toeslagstof zwarte schisten een verhoogde schadelijke emissie inzake onvolledig verbrande koolwaterstoffen mag verwacht worden; dat zich in de nabije omgeving talrijke woningen bevinden; dat bovendien op de informatievergadering, gehouden op 20 januari 2000 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Niel, onder andere de bemerking werd gemaakt dat er roetneerslag is in de nabijheid van de schoorsteen; dat in het aanvraagdossier geen melding is gemaakt van de aanwezigheid van een eventuele rookgasreinigingsinstallatie of van andere emissiebeperkende maatregelen, of van plannen hiertoe; VII-23.175-12/17 Overwegende dat het een uitbater van een ingedeelde inrichting vrijstaat zelf een set van adequate technieken uit te werken teneinde aan de vooropgestelde emissienormen te kunnen voldoen; dat hierbij echter steeds het principe van de best beschikbare technologie (BBT) dient toegepast te worden, zowel procestechnisch (aan de bron) als zuiverings- technisch (emissies) (art. 4.1.2.1 van titel II van het Vlarem); Overwegende dat de uitbater van een inrichting voor de verbranding van afvalstoffen een schoorsteenhoogteberekening dient uit te voeren (art. 5.2.3.1.
- van Vlarem II); dat er nergens enige aanwijzing is dat deze berekening uitgevoerd is of zal uitgevoerd worden; Overwegende dat uit het advies van de OVAM in eerste aanleg blijkt dat het gebruikte zaagmeel verontreinigd is met minerale olie (1633 mg/kg volgens gegevens van de Afdeling milieu-inspectie); dat een andere analyse een gehalte minerale olie detecteert van 731 mg/kg droge stof; dat deze minerale olie afkomstig zou zijn van het gebruik van smeermiddelen in zagerijen; dat geen andere gegevens bekend zijn over de samenstelling van het zaagmeel (o.m. inzake zware metalen); (...) Overwegende dat de OVAM in haar advies in eerste aanleg (aanvullend advies van 31 mei 2000) een voorstel doet van mengnormen; dat hierbij werd uitgegaan van : - jaarlijks verbruik zwarte schisten 1999 : 9579 ton - idem voor rode schisten : 1649 ton - idem voor zaagmeel : 1890 ton dat deze gegevens door de onderneming zouden zijn verstrekt aan de OVAM. dat de OVAM, via de bepaling van de respectieve energetische inhouden van het aardgas en de diverse toeslagstoffen, tot de conclusie komt dat het energetisch aandeel van deze toeslagstoffen 45 % bedraagt; dat het al dan niet toepassen van rode schisten in deze niets wijzigt vermits dit produkt geen energetische inhoud meer heeft; (...) Overwegende dat bijgevolg volgende mengnormen worden voorgesteld (uitgedrukt in mg/Nm³, bij 18 % zuurstof) : - CO : 65 - Stof : 216 - TOC : 104 - HC1: 75 - HF : 51 - SO2 : 1809 - NOx : 312 - Cd en Tl : 0.23 - Hg : 0.23 - Som andere zware metalen :21.9 - Voor dioxines en furanen valt er geen mengregel te berekenen vermits er momenteel geen normering voorzien is geldend voor de keramische nijverheid noch een algemeen geldende emissienorm; Overwegende dat er door de Afdeling milieu-inspectie op 19 oktober 2000 emissieresultaten zijn doorgefaxt aan de Afdeling milieuvergunningen; dat betreffende metingen i.o.v. de Afdeling milieu-inspectie werden uitgevoerd in november 1998 in vier campagnereeksen; dat de bekomen resultaten getoetst werden aan de normen geldend voor de keramische nijverheid; dat er overschrijdingen (uitgedrukt in mg/Nm³, 18 % zuurstof, droog gas) werden vastgesteld voor de vier respectieve meetreeksen : - stof : 126 - 121 - 115 - 101 - SO2 : 2970 - 2700 - 2230 - 2270 - VOS : 320 - 342 - 220 - 4/ campagne OK - CO : 1240 - 1050 - 956 - 987 VII-23.175-13/17 - De gunstige emissiewaarden voor HF en HCl werden door het bemonsterend labo als foutief aanzien (onderschat door technische fouten) - Voor andere parameters werden geen metingen uitgevoerd - Er wordt in vermeld rapport geen opgave gedaan van eventueel gebruikte toeslagstoffen en het zwavelgehalte van de klei dat dit rapport niet is gevoegd bij het aanvraagdossier, ingediend bij de provincie Antwerpen op 10 december 1999; Overwegende dat er op 20 september 1999 en 14 oktober 1999 vergelijkende emissiemetingen zijn verricht, uitgaand van het gebruik van enerzijds zaagmeel en zwarte schisten (scenario 1), en anderzijds zaagmeel en rode schisten (scenario 2); dat er, uitgaand van hogervermelde mengnormen, overschrijding- en werden vastgesteld voor de parameters : - CO (beide scenario's, resp. 843 en 714 mg/Nm³) - TOC (scenario 1, 203 mg/Nm³) - SO2 (beide scenario's, resp. 2476 en 3740 mg/Nm³) - dat er geen emissiegegevens bekend zijn voor de overige parameters; - dat alle vastgestelde overschrijdingen groter zijn dan de aanvaarde meetfout van 30 %; - dat vermelde metingen evenmin zijn gevoegd bij de aanvraag noch in het beroepsdossier; (...) Overwegende dat de exploitant reeds volledige meetresultaten (d.w.z. een combinatie van de normen geldend voor de keramische nijverheid en deze van toepassing op verbrandingsinstallaties van afvalstoffen) had moeten vermelden in zijn aanvraag, vermits het hier gaat om een regularisatie van een bestaande toestand, en er derhalve redelijkerwijs mag aangenomen worden dat de exploitant meetgegevens en evaluatie van de impact op de omgeving bij de aanvraag kon hebben gevoegd; dat het evalueren van de invloed van de inrichting op de omgeving trouwens kadert in de zorgvuldigheidsplicht van de exploitant, zoals vernoemd in art. 43 van Vlarem I, zeker wanneer rekening gehouden wordt met het tot nog toe ontbreken van enige vorm van rookgaszui- vering en de aanwezige bewoning rond de inrichting; dat het feit of de inrichting al dan niet als een co-incineratie van afvalstoffen moet worden beschouwd in dit verband eigenlijk niet ter zake doet; (...) Dat er vastgestelde overtredingen zijn van zowel de emissienormen voor de keramische nijverheid als van de door OVAM voorgestelde mengnormen; dat er dientengevolge op zijn minst in de aanvraag een beschrijving moet zijn van het zuiveringsproces dat men wenst te gebruiken; Overwegende dat de vergunningverlenende overheid, vanuit het oogpunt van het voorzorgsbeginsel, een correcte inschatting van een activiteit moet kunnen maken teneinde te kunnen anticiperen op mogelijke negatieve gevolgen voor mens en leefmilieu; Overwegende dat gesteld kan worden dat, op basis van onderhavig aanvraagdossier, de risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde exploitatie niet tot een aanvaardbaar niveau zullen kunnen worden beperkt; dat het aangewezen is dat de exploitant een nieuw en beter onderbouwd voorstel indient waarbij minstens een wetenschappelijk onderbouwde studie naar de invloed van de verschillende toeslagstoffen en kleisoorten op de emissies, vergelijkende recente emissiere- sultaten en technieken ter sanering zijn ingevoegd; Overwegende dat de vergunningverlenende overheid, vanuit het oogpunt van het voorzorgsbeginsel, een correcte inschatting van een activiteit moet kunnen maken teneinde te kunnen anticiperen op mogelijke negatieve gevolgen voor mens en leefmilieu; dat bijgevolg de vergunning dient geweigerd voor het gebruik van volgende toeslagstoffen : VII-23.175-14/17 - rode schisten - zwarte schisten - zaagmeel (...)"; 2.1.5.
- Overwegende dat uit voorgaande overwegingen blijkt dat de vergunning voor de opslag en het gebruik van rode en zwarte schisten en van zaagmeel als toeslagstoffen bij de productie van baksteen in essentie werd geweigerd omdat het aanvraagdossier als onvolledig werd beschouwd, waarbij het zelfs niet van doorslaggevend belang werd geacht of de verzoekende partij geacht wordt al dan niet afvalstoffen te verbranden; dat dit laatste zelfs expliciet wordt gesteld in één van de geciteerde overwegingen; dat de verzoekende partij dan ook niet kan worden gevolgd waar zij in de laatste memorie argumenteert dat de eis naar ontbrekende gegevens is gesteund op het uitgangspunt dat de betrokken toeslagstoffen afvalstoffen zijn; dat het eerste middel uitsluitend als argumentatie heeft dat zwarte schisten (rode schisten zouden blijkbaar niet worden aangewend) en zaagmeel geen afvalstoffen zijn, en derhalve voorbij gaat aan het wezenlijk weigeringsmotief van het bestreden besluit, te weten de onvolledigheid van het aanvraagdossier inzake noodzakelijke gegevens voor een adequate inschatting van alle mogelijke negatieve gevolgen voor natuur en leefmilieu; dat dienvolgens het eerste middel niet kan leiden tot de vernietiging van het bestreden besluit; 2.1.5.3.
- Overwegende, wat het tweede middel betreft, dat de verzoekende partij niet ontkent het in het bestreden besluit gestelde dat bij het aanvraagdossier geen analysegegevens zijn gevoegd inzake de samenstelling van de zwarte schisten, dat geen gegevens werden verstrekt inzake de samenstelling en het jaarlijks gebruik van de klei, de zwarte schisten en het zaagmeel, dat geen melding werd gemaakt van het zwavelgehalte van de verschillende types klei en geen melding werd gemaakt van een rookgasreinigingsinstallatie of van andere emissiebeperkende maatregelen noch van plannen daartoe; dat het is vereist dat een aanvrager bij zijn vergunningsaanvraagdossier alle gegevens voegt die een adequate beoordeling van de te verwachten hinder en risico's mogelijk maken; dat dit in casu blijkbaar niet is gebeurd; dat in elk geval de verzoekende partij geen gegevens of argumenten aanbrengt waaruit blijkt dat zij dit wel heeft gedaan; dat zij enkel argumenteert dat het "ongepast" is dat de minister terzake gegevens eist, nu er nog geen zekerheid bestaat omtrent de sectorale voorwaarden die vanaf 1 januari 2003 van toepassing zullen zijn; dat deze argumentatie niet opgaat daar zelfs bij ontstentenis van bepaalde emissienormen -hetgeen in casu evenwel niet het geval is- de aanvrager bij zijn milieuvergunningsaanvraag alle gegevens moet voegen om de te verwachten VII-23.175-15/17 hinder en risico's voor mens en milieu te kunnen laten beoordelen; dat die verplichting niet kan worden gelijkgesteld met de situatie waarin door de vergunningverlenende overheid een veiligheidsrapport wordt geëist voor een inrichting waarvoor volgens de reglementering geen veiligheidsrapport is voorgescheven; dat overigens in het bestreden besluit, onder verwijzing naar diverse metingen -die in het administratief dossier werden bijgebracht- werd aangetoond dat de verzoekende partij de emissienormen geldend voor de keramische nijverheid blijkt te overschrijden; dat een algemene, niet gestaafde bewering van de verzoekende partij dat zij wel beantwoordt aan de sectorale emissienormen van toepassing op haar inrichting, daartegen niet vermag op te wegen; 2.1.5.3.
- Overwegende tenslotte dat, gelet op de onvolledigheid van het aanvraagdossier als wezenlijk motief van het bestreden besluit, het niet uitmaakt of de minister naast de indelingsrubriek 30.2.C.
- van de bijlage 1 van Vlarem I ook de rubriek afvalverbranding toepasselijk achtte; 2.1.5.3.
- Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat ook het tweede middel niet gegrond is; 2.2.
- Overwegende dat in het derde middel de schending wordt aangevoerd van het redelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel, doordat de minister als bijzondere exploitatievoorwaarde oplegt dat geen rustverstorende activiteiten mogen plaatsvinden tussen 7 en 19 uur, hetgeen elke exploitatie onmogelijk maakt; dat zij er wel aan toevoegt dat de minister wellicht bedoelde "tussen 19 uur en 7 uur 's morgens"; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij benadrukt dat het "voor zich (spreekt) dat de vermelding tussen '7 en 19 uur' dient te worden gelezen als tussen '19 en 7 uur'" en dat het louter om een materiële misslag gaat die geen aanleiding kan geven tot de vernietiging van het bestreden besluit; 2.2.
- Overwegende dat in de memorie van wederantwoord de verzoekende partij niet meer op het middel ingaat; 2.2.
- Overwegende dat het in casu om een louter materiële vergissing gaat; dat, aangezien het doel van die bijzondere voorwaarde is het verzekeren van de nodige rust aan de omwonenden, het inderdaad voor zich spreekt dat geen rustverstorende werkzaamheden mogen worden uitgevoerd tussen 19 uur en 7 uur VII-23.175-16/17 (en niet tussen 7 uur en 19 uur) en op zon- en feestdagen; dat dergelijke verschrijving niet kan leiden tot de vernietiging van het bestreden besluit, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een maart tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-23.175-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.358 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.97.240 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div