← België

Arrest 168372 - Financiële tegemoetkomingen - 01/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.372 Rolnummer: A. 176331/VII-36460 Zaak: Arrest 168372 - Financiële tegemoetkomingen - 01/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-26 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 06:28 Fiche Arrest nr 168.372 van 1 maart 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Financiële tegemoetkomingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.372 van 1 maart 2007 in de zaak A. 176.331/VII-36.

  1. In zake : Elisabeth VAN BOGAERT, wonende te SINT-NIKLAAS, Kerkstraat 21 tegen : het Vlaams Zorgfonds, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 40, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Elisabeth VAN BOGAERT op 29 augustus 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van "de terugvordering van de reeds genoten premies voor de periode van 1 april 2005 tot en met december 2005 voor een totaal bedrag van 810,00 Eur (9 x 90,00 Eur) in aansluiting op de afwijzing van de tenlasteneming van de mantel- en thuiszorg met ingang van 1 april 2005"; Gelet op de beschikking van 13 september 2006 waarbij aan verzoekster het voordeel van de kostenloze rechtspleging wordt toegekend voor wat betreft de schorsingsprocedure; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 15 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 februari 2007; VII-36.460-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. DELFORGE, die verschijnt voor de verzoekster, en van advocaat I. VANDEN BON die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De feiten
  4. Verzoekster onderging in augustus 2003 een hersenoperatie waarna zij zwaar verlamd was. Op 26 juni 2004 diende zij een aanvraag in tot tenlasteneming voor mantel- en thuiszorg bij de betrokken zorgkas. Op 4 maart 2005 wordt een controlebezoek uitgevoerd. Vastgesteld wordt dat zij slechts 29 punten scoorde. Het resultaat van dat controlebezoek wordt door het ziekenfonds Securex aan verzoekster ter kennis gebracht bij brief van 12 januari
  5. Tevens wordt haar medegedeeld dat 810 i dient terugbetaald te worden.
  6. Namens verzoekster wordt vermoedelijk op 22 januari 2006 tegen deze beslissing beroep ingesteld bij de Bezwaarcommissie Vlaams Fonds. De brief laat zij eveneens ondertekenen door de personen die instaan voor de thuisverpleging, de familiehulp en de kinesitherapie. Er wordt tevens een verklaring van de kinesiste alsook van de huisarts toegevoegd. Die laatste verklaart niet akkoord te gaan met de controle en stelt dat, in eer en geweten, 35 à 36 punten heel billijk lijkt. Verder heeft ook hij bedenkingen bij de terugvordering gelet op het feit dat de verzoekende partij er "ook niet (kan) aan doen dat ze slechts op 3/1/06 verwittigd wordt (...)".
  7. Bij brief van 3 februari 2006 verklaart de verwerende partij het bezwaarschrift ontvankelijk en voegt eraan toe dat de Bezwaarcommissie er op 29 maart 2006 een eerste keer kennis zal van nemen. VII-36.460-2/5
  8. Op 29 maart 2006 verstrekt de Bezwaarcommissie het volgende advies : "Overwegende dat de Bezwaarcommissie Zorgverzekering gemachtigd is de ernst en de duur van het verminderd zelfzorgvermogen van een gebruiker vast te stellen; Overwegende dat uit de toetsing van de aangebrachte argumentatie aan de handleiding van de BEL-foto blijkt dat : • voor 'veiligheid in en om het huis’ 1 punt kon worden toegekend i.p.v. 0 • voor 'neerslachtige stemming' 2 punten konden worden toegekend i.p.v. 0 • voor 'incontinentie' 1 punt kon worden toegekend i.p.v. 0; Overwegende dat voorgaande niet voldoende is om de totale BEL-score op 35 punten te brengen; Artikel
  9. De gebruiker is zorgbehoevend, maar de zorgbehoevendheid heeft op datum van de indicatiestelling die aanleiding gaf tot de bestreden beslissing van de zorgkas, noch op datum van de adviesverlening door de Bezwaarcommissie Zorgverzekering, het karakter van een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen op basis van hetwelk een recht op tenlastenemingen kan worden geopend. Art.
  10. Het bezwaarschrift is ontvankelijk, doch ongegrond".
  11. Op 9 juni 2006 neemt de verwerende partij de volgende beslissing : "Gelet op de argumentatie aangebracht door of voor de gebruiker, zoals weergegeven in de brief ontvangen op 23 januari 2006; Gelet op het feit dat de betrokken zorgkas geen elementen heeft aangebracht; Gelet op het advies van de Bezwaarcommissie Zorgverzekering van 29 maart 2006; BESLISSING : Artikel
  12. De gebruiker is zorgbehoevend, maar de zorgbehoevendheid heeft op datum van de indicatiestelling die aanleiding gaf tot de bestreden beslissing van de zorgkas, noch op datum van de adviesverlening door de Bezwaarcommissie Zorgverzekering, het karakter van een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen op basis van hetwelk een recht op tenlastenemingen kan worden geopend. Art.
  13. Het bezwaarschrift is ontvankelijk, doch ongegrond".
  14. Met een op 28 juni 2006 gedateerde en blijkbaar aangetekend verstuurde brief deelt de verwerende partij de genomen beslissing aan verzoekster mee. Deze brief luidt als volgt : "Op 9 juni 2006 heeft de Leidend ambtenaar van het Vlaams Zorgfons, rekening houdende met het advies van de Bezwaarcommissie Zorgverzekering, een beslissing genomen inzake het bezwaarschrift dat namens u werd ingediend door mevrouw Lieve Ongena tegen de beslissing van de Zorgkas van de Onafhankelijke Ziekenfondsen van 12 januari
  15. Indien u dit wenst, kan u het advies dat door de Bezwaarcommissie gegeven werd schriftelijk opvragen". VII-36.460-3/5 Beoordeling Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Verzoekster stelt dat zij "van oordeel (is) dat zij ten onrechte gehouden is tot terugbetaling van de genoten premies voor de periode van 1 april 2005 tot en met december 2005 aangezien zij, zoals blijkt uit de diverse medische attesten en uit de bel-foto opgemaakt door de indicatiesteller van de zorgkas onafhankelijke ziekenfondsen minstens 35 punten scoorde en dus gerechtigd was op de haar uitbetaalde premie". Zelfs als kan worden aangenomen dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging gericht is tegen de beslissing van 9 juni 2006 en dat verzoekster de materiële motiveringsplicht geschonden acht, slaagt zij er niet in om met concrete en overtuigende gegevens aan te tonen dat de feitelijke vaststellingen van de verwerende partij niet correct zouden zijn, noch dat de gevolgtrekkingen die deze daaruit afleidt kennelijk onredelijk zijn. Een verder onderzoek van het middel zou de Raad van State verplichten de feitelijke toedracht van het dossier te beoordelen, wat in de eerste plaats zaak is van de tot beslissen bevoegde overheid. Wanneer de Raad van State een administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij immers niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Hij onderzoekt enkel of de overheid in redelijkheid is kunnen komen tot de door haar gedane vaststelling van feiten en of er in het dossier geen gegevens voorhanden zijn die daarmee onverenigbaar zijn. In het kader van een marginale toetsing wordt de aangeklaagde onwettigheid slechts dan gesanctioneerd wanneer daarover geen redelijke twijfel bestaat, met andere woorden wanneer de beslissing kennelijk onredelijk is. Verzoekster toont niet aan dat de feiten niet op behoorlijke wijze werden vastgesteld, noch dat de motieven kennelijk onredelijk zijn. Het feit dat zij het niet eens is met de beoordeling van de verwerende partij maakt op zich geen middel uit tot vernietiging van de bestreden beslissing. Het middel is niet ernstig. VII-36.460-4/5 Er is bijgevolg niet voldaan aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken, BESLUIT: Artikel
  16. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  17. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op een maart tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. E. BREWAEYS. VII-36.460-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.372 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.774 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.