id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.473 Rolnummer: A. 179137/IX-5502 Zaak: Arrest 168473 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 05/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-13 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 06:28 Fiche Arrest nr 168.473 van 5 maart 2007 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.473 van 5 maart 2007 in de zaak A. 179.137/IX-
- In zake : Simon VAN MENGSEL, wonende te WUUSTWEZEL, Brekelen 42 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en L. SCHELLEKENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Henri Wafelaertsstraat 47-
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Simon VAN MENGSEL op 1 december 2006 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van de beslissing van 19 september 2006 van de raad van beroep waarbij zijn eindvermelding “onvoldoende” bevestigd wordt; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5502-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat I. EXELMANS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat L. SCHELLEKENS die, loco advocaat D. D’HOOGHE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker is hoofdinspecteur van politie bij de lokale politie Antwerpen. 1.
- Op 28 november 2005 wordt verzoeker ervan verwittigd dat hij in aanmerking komt voor bevordering tot de graad van commissaris van politie op 1 april
- Hij verklaart gebruik te willen maken van deze mogelijkheid, voorzien in artikel 28 van de wet van 3 juli 2005 tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten, waarbij in het RPPol een artikel XII.VII.17 wordt ingevoegd, naar luid waarvan, in afwijking van artikel VII.II.6, een hoofdinspecteur van politie die op 1 april 2001 de loonschaal M5.2, M6, M7 of M7bis geniet, kan worden bevorderd tot de graad van commissaris van politie indien hij geen evaluatie “onvoldoende” heeft. 1.
- Op 23 maart 2006 stelt de rechtstreekse meerdere van verzoeker een advies op waarin hij de eindvermelding “onvoldoende” voorstelt. Op 30 maart 2006 stelt verzoeker tegen dat advies hoger beroep in bij de raad van beroep bij de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie. 1.
- Op 19 september 2006 beslist de raad van beroep de aan verzoeker toegekende eindvermelding “onvoldoende” te bevestigen. IX-5502-2/4 Die beslissing maakt het voorwerp uit van de onderhavige vordering tot schorsing;
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker uiteenzet dat het bestreden besluit eraan in de weg staat dat hij via “de rode loper” -de overgangsmaatregelen voorzien in de Vesaliuswet van 3 juli 2005- tot commissaris van politie bevorderd wordt en dat andere personeelsleden inmiddels wel bevorderd zullen worden en dat zij betrekkingen van commissaris zullen bezetten en aldus “een goede tewerkstelling” van hemzelf zullen verhinderen; dat hij dat nadeel als moeilijk te herstellen en ernstig beschouwt wegens de financiële en emotionele -ondermijning van zijn psychische toestand- impact van de bestreden beslissing; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij wijst op de ontstentenis van concrete gegevens die het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kunnen verant- woorden; dat zij subsidiair ook nog stelt enerzijds dat verzoeker de verwijzing naar “een kans op goede tewerkstelling” niet specifieert en dat in ieder geval de vermelding “onvoldoende” niet belet dat verzoeker definitief uitgesloten wordt van de geambieerde bevordering aangezien de “rode loper-procedure” geldig blijft tot 2011 en anderzijds dat het mislopen van een bevordering in beginsel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel inhoudt omdat, in het algemeen, een vernietigingsarrest voldoende rechtsherstel bevat en verzoeker niet aantoont waarom dit in zijn geval anders zou zijn; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij niet betwist dat, zo verzoeker na de vernietiging van de bestreden beslissing een nieuwe beoordeling verkrijgt die niet tot een onvoldoende besluit, hij alle voorwaarden vervult om tot commissaris van politie bevorderd te worden en dat zij tot 2011 van die procedure gebruik kan maken; dat verzoeker derhalve zijn kansen op bevordering met toepassing van de wet van 3 juli 2005 behoudt; dat hij ook niet aantoont waarom die bevordering, omdat zij slechts later kan gebeuren, “geen goede tewerkstelling” meer IX-5502-3/4 kan betekenen; dat verzoeker ook niet aantoont dat het financieel nadeel dat hij beweert te ondergaan door het mislopen van een bevordering en het moreel nadeel dat de beoordeling “onvoldoende” met zich brengt, van die aard zijn dat enkel een schorsing van het bestreden besluit daar soelaas kan voor bieden;
- Overwegende dat verzoeker niet aantoont dat de bestreden beslissing hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 maart 2007, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5502-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.473 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.195.762 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.