id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.541 Rolnummer: A. 143416/XIV-17371 Zaak: Arrest 168541 - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen - 05/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-20 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 16:56 Fiche Arrest nr 168.541 van 5 maart 2007 Vreemdelingen - Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.541 van 5 maart 2007 in de zaak A. 143.416/XIV-17.
- In zake : XXX, wonende te 6830 BOUILLON, tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, geboren op 18 augustus 1946 en van Kirgizische nationaliteit, op 10 oktober 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 22 september 2003 tot bevestiging van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 9 mei 2001 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten, naar de verzoekende partij aangetekend verstuurd op 24 september 2003; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 6 november 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur R. VERCRUYSSEN, d.d. 4 augustus 2006, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 19 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op woensdag 7 februari 2007 om 10.00 uur; XIV-17.371-1/6 Gehoord het verslag van Staatsraad Ch. BAMPS; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die in persoon verschijnt, en van Attaché G. HABETS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij komt België binnen op 20 december 2000 en verklaart zich vluchteling op 22 december
- 1.
- Op 9 mei 2001 neemt de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
- Op 22 september 2003 bevestigt de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing. De bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal, die de bestreden beslissing uitmaakt, is als volgt gemotiveerd : “(...) A. Vluchtrelaas U, een Kirgizisch staatsburger van Russische origine verliet uw land omdat u problemen kende omwille van uw Russische origine. Toen het bedrijf waar u werkte in mei 2000 geprivatiseerd werd kregen alle mensen van Russische origine problemen met de nieuwe directeur, Umurkulov Kanat. In juli 2000 werd u bij de directeur geroepen en werd u gedwongen om ontslag te nemen. Umurkulov zei dat hij u geen uitleg verschuldigd was en merkte op dat u de Kirgizische taal niet machtig was. U weigerde uw ontslag te nemen en bleef aan het werk. Hierna werd u op allerlei manieren onder druk gezet, vb u kreeg geen salaris meer uitbetaald en u diende allerlei documenten in het Kirgizisch op te stellen. In augustus 2000 stapte u zelf naar de directeur en eiste een verklaring. Er ontstond een ruzie en u kreeg een klap in uw gezicht. U dreigde ermee de belastingsinspectie te contacteren zodat ze het bedrijf konden doorlichten. Na dit incident ging u niet meer werken. U diende een klacht in bij de lokale rechtbank tegen uw directeur naar aanleiding van de klap die u had gekregen. In november 2000 werd u door de rechtbank mee gedeeld dat Umurkulov onschuldig was omdat u hem eerst zou hebben aangevallen. Bovendien werd gewezen op het gebrek aan getuigen. Vanaf het moment dat u niet meer ging werken kreeg u thuis telefoons, werd u op straat gevolgd en werd er ’s nachts op de deur geklopt. U bent er van overtuigd dat het gaat om mannen die door Umurkulov werden gestuurd om zo te verhinderen dat u naar de belastingspolitie zou gaan. Ook na de uitspraak van de rechtbank bleven deze praktijken aanhouden. U heeft zich niet tot hogere instanties gewend omdat u daar niet het geld voor had. U gelooft niet dat het iets zou hebben uitgehaald. Alle belangrijke posten worden bezet door Kirgiezen die alleen maar de bedoeling hebben om de etnische Russen te verjagen. Dit illustreert, volgens uw verklaringen, de algemeen heersende politiek in Kirgizië ten overstaan van Russen met als doel mensen zoals u te verjagen. U wijdt de economische ondergang van Kirgizië aan het feit dat alle deskundigen, etnische Russen, het land hebben moeten verlaten. Via uw vriendin heeft u vernomen dat Kirgizië in ruil voor Russische subsidies verplicht is om opnieuw Russen aan het werk te zetten. Uw vriendin had weet van één bedrijf in Bishkek waar dit het geval zou zijn. U kan niet terug naar Kirgizië omdat u daar niets meer heeft. Na de uitspraak van de lokale rechtbank heeft u besloten het land te verlaten. U kwam XIV-17.371-2/6 naar België omdat uw dochter, T. T. zich hier al sinds 1999 bevindt. U verliet uw land rond 14 december 2000 en kwam op 18 december 2000 in België aan. Op 22 december 2000 vroeg u het statuut van vluchteling aan bij de Belgische autoriteiten. U bent in het bezit van uw paspoort. B. Motivering U steunt uw asielaanvraag op het feit dat u geen bescherming konden krijgen van de Kirgizische autoriteiten tegen de directeur van de firma waar u werkte omwille van uw Russische origine. U verklaart dat het zinloos was voor u om u tot de hogere autoriteiten te wenden omdat er binnen Kirgizië een algemene politiek heerst die als doel heeft alle etnische Russen te verjagen (CGVS, verhoorverslag, p.6). Het beeld dat u schetst van de situatie van de Russische minderheid in Kirgizië stemt echter niet overeen met de informatie waarover het Commissariaat-generaal beschikt en waarvan een kopie bij het administratief dossier is gevoegd. Uit deze informatie blijkt dat er in Kirgizië geen sprake is van een systematische door de overheid vervolging of georganiseerde discriminatie tegenover etnische minderheden. De autoriteiten getuigen er integendeel van een grote gevoeligheid voor het vrijwaren van de rechten van etnisch/religieuze minderheiden. U ondersteunt deze informatie trouwens door zelf aan te merken dat bepaalde bedrijven in ruil voor Russische subsidies opnieuw Russische mensen in dienst aan het nemen zijn, zoals blijkt uit de informatie die u in 2003 per brief van uw vriendin heeft gekregen (CGVS, verhoorverslag, p.7). Zelfs indien u persoonlijk in conflict kwam met de directeur van het bedrijf waar u werkte, kan hieruit geen vermoeden van gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie worden afgeleid. De documenten (paspoort) die u voorlegt ter ondersteuning van uw asielrelaas doen geen afbreuk aan de bovenstaande vaststellingen. C. Conclusie Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag bedrieglijk is. Bovendien ben ik de mening toegedaan: dat uw asielaanvraag kennelijk ongegrond is; Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/1993: artikel 17, par. 2, al.2.). (...).”.
- Overwegende dat de verzoekende partij ter zitting van 7 februari 2007 stukken neerlegt; dat de verwerende partij vraagt dat deze uit de debatten worden geweerd; dat de Auditeur meent dat deze stukken niet voorzien zijn in het Procedurereglement en daarom uit de debatten moeten worden geweerd; dat de Raad zich hierbij aansluit; 3.1.
- Overwegende dat de verzoekende partij een eerste middel aanvoert dat als volgt luidt: “Premier moyen : Il s'agit donc bien d'un problème qui se situe à l'intersection des critères retenus par la Convention de Genève, j'ai été persécuté par de personnes, appartenantes à un groupe faisant complot aux structures d'Etat, faisant une autre vision de la structures politiques du pays. Attendu cependant que j'ai été bien persécuté en raison de fait invoqué si-dessus et à cause de réele spécificité autoritaire de mon pays, à savoir l'autorité qui mène malgré les déclarations officielles la politique de dictature avec toutes les principes « d'étouffement immédiat » de droits de l'homme. Que j'ai tenté lors de mon audition au CGRA d'expliquer clairement les raisons qui m'ont poussées à fuir mon pays et qui sont intiment liées à les conditions actuelles de la politique en ce qui concerne les Russes ethniques au Kirghizstan. Que j'ai explicitement démontré la situation de Russes au Kirghizstan malgré les arguments dont dispose le Commissariat Général. Je leur ai essayé de prouver que mon problème existe et même jusqu'au présent et qui figure dans les cas de nombreux demandeurs d'asile de XIV-17.371-3/6 nationalité Kirghiz, d'origine russe. Contrairement aux recherches menés par le CEDOCA du CGRA mon problème ne peut être estimé mensongère même s'il ne présente qu'un cas isolé (Rapport du CEDOCA pp. 3, 4, 5) Que c'est à tors que le Commissaire considère ma demande d'asile manifestement non fondée. Qu'en effet sans soutien des autorités qui, soit par une implication directe, soit par une tolérance non cachée permettent aux certains individus d'exercer le pouvoir répressif sur les autres (souvent non protégés du tout), ce qui constitue terrible violation de droits de l'homme sans aucun regret. Qu'il n'est pas question que je réintégres pays, où je faisais l'objet de persécution. Que la situation actuelle de ce pays ne s'est pas amélioré, et qu'y retournant ma vie sera en danger , et ce portera un préjudice grave et non réparable.”; 3.1.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een eerste middel uiteenzet dat zij vervolgd wordt door personen die een andere visie hebben op de politieke structuren van het land, die het niet nauw nemen met de mensenrechten, en dat de etnische Russen in Kirgizstan worden vervolgd; 3.1.
- Overwegende dat krachtens artikel 3, tweede lid, 4/, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten en middelen die de vernietiging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement kunnen rechtvaardigen”, moet inhouden; dat onder “middel” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die rechtsregel door de bestreden beslissing werd geschonden; dat artikel 20, tweede lid, 2/, van het voormeld koninklijk besluit van 9 juli 2000 hetzelfde voorschrijft voor wat betreft de verzoekschriften tot nietigverklaring, waarbij onder “middel” hetzelfde moet worden begrepen als wat reeds werd uiteengezet; Overwegende dat de verzoekende partij geen schending van een wetsartikel of een algemeen beginsel aanhaalt; dat haar uiteenzetting niet beantwoordt aan een ontvankelijk middel zoals vereist door voormelde artikelen 3, tweede lid, 4/ en 20, tweede lid, 2/, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedurerege- ling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het eerste middel onontvankelijk is; 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partij een tweede middel aanvoert dat als volgt luidt: “Deuxième moyen : Violation de l'article 52 de la loi du 15 décembre 1980, modifiée par la loi du 18 juillet 1991 Attendu que l'article 52 permet au Ministre de l'intérieure dans une compétence exception- nelle de déclarer non recevable les demandes d'asile, si la demande est manifestement fondée sur des motifs étrangers à l'asile. Que cette décision suppose que : XIV-17.371-4/6 La demande ne se rattache ni aux critères de la Convention de Genève ni à d'autres critères justifiants d'asile. Que ce texte constituant une exception dans la compétence générale du Commissaire Générale aux Réfugies et aux Apatrides, doit être interprété de manière stricte. Qu'il faut dés lors, que la demande soit manifestement étrangère et qu'elle soit fondée sur des motifs manifestement étrangers à l'asile, ce que signifie que critère ne peut être réalisé que si j'invoque par exemple des faits de droit commun, en l'espèce j'invoque des motifs qui relèvent de la protection de la Convention Genève.”; 3.2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een tweede middel de schending aanvoert van artikel 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet); dat de verzoekende partij aanvoert dat de Commissaris-generaal een asielaanvraag onontvankelijk kan verklaren omdat zij kennelijk vreemd is aan de criteria van de Vluchtelingenconventie; dat dit veronderstelt dat een aanvraag geen verband houdt met de criteria van de Vluchtelingenconventie of met andere criteria die de toekenning van asiel wettigen; dat de verzoekende partij stelt dat zij wel degelijk asielmotieven aanvoert die vallen onder de Vluchtelingenconventie; Overwegende dat de verzoekende partij zich beperkt tot een theoretische uiteenzetting, die zij niet concreet betrekt op de bestreden beslissing en die niet aantoont dat deze beslissing op kennelijk onredelijke wijze zou zijn genomen; dat uit de bestreden beslissing bovendien blijkt dat de asielaanvraag van de verzoekende partij onontvankelijk werd verklaard omdat ze bedrieglijk is, en tevens kennelijk ongegrond; dat de verzoekende partij de motieven van de bestreden beslissing niet tegenspreekt of poogt te weerleggen; dat het tweede middel ongegrond is;
- Overwegende dat de verzoekende partij geen middel heeft aangevoerd dat tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing kan leiden; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, XIV-17.371-5/6 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf maart tweeduizend en zeven, door : Mevr. Ch. BAMPS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. Ch. BAMPS. XIV-17.371-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.541 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.