← België

Arrest 168551 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.551 Rolnummer: A. 92454/X-9592 Zaak: Arrest 168551 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 16:57 Fiche Arrest nr 168.551 van 6 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.551 van 6 maart 2007 in de zaak A. 92.454/X-

  1. In zake : Joseph MENNENS, die woonplaats kiest bij advocaat V. GOOSSENS, kantoor houdende te 2640 MORTSEL, Prins Leopoldlei 81 tegen : de stad MORTSEL, die woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  2. tussenkomende partij : de n.v. DESSIM, die woonplaats kiest bij advocaat J. BALLY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Joseph MENNENS op 7 juni 2000 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 17 januari 2000 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Mortsel, waarbij aan de n.v. DESSIM de vergunning wordt verleend tot herinrichting van een praktijk voor vrij beroep met behoud van woonbestemming te Mortsel, Vestinglaan 32-34, op een perceel kadastraal bekend sectie C, nr. 302/e6; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 18 augustus 2000 ingediend door de n.v. DESSIM; Gelet op de beschikking van 13 september 2000 die de tussenkomst van de n.v. DESSIM toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-9592-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 10 september 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 8 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoeker met betrekking tot de tijdigheid van zijn annulatieberoep betoogt dat hij pas kennis kreeg van het bestreden besluit op 10 april 2000 na opvraging van het dossier bij de gemeente onmiddellijk nadat er een vermoeden was gerezen van het verlenen van een bouwvergunning, en dat derhalve het verzoekschrift tijdig is ingediend, gezien er minder dan 60 dagen verlopen zijn sedert de kennisname van het bestreden besluit; Overwegende dat zowel de verwerende partij als de tussenkomende partij respectievelijk in de memorie van antwoord en in het verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst de laattijdigheid van het annulatieberoep opwerpen omdat het verzoekschrift werd ingediend op 7 juni 2000; dat volgens de verwerende partij en de tussenkomende partij de verzoeker kennis kreeg van de bestreden beslissing op 21 maart 2000; dat de verwerende partij o.m. verwijst naar het schrijven van de verzoeker van 21 maart 2000 aan de technische dienst van de X-9592-2/5 stad Mortsel waarin hij meldt dat hij reeds op 15 maart 2000 vaststelde dat er bouwwerken aan de gang waren in het pand van zijn buur, Vestinglaan 32-34; dat de verwerende partij hieruit afleidt dat de verzoeker reeds op 21 maart 2000 volledig kennis had van het hele dossier en van de thans bestreden beslissing en de daarin opgenomen voorwaarden; dat die partij voorts aanvoert dat op dezelfde datum een proces-verbaal van vaststelling werd opgesteld door de stedenbouwkundige van de stad Mortsel, waarin o.m. werd opgenomen dat de familie MENNENS klaagt “over de aan de gang zijnde verbouwingswerken in het aanpalende pand”, waarbij de “heer Joseph MENNENS (...) meedeelt dat de werken donderdag 16 maart 2000 gestart zijn zonder het naleven van de vergunningsvoorwaarden”, en in strijd met de geldende voorschriften van het B.P.A. 3bisD; dat de tussenkomende partij een gelijkaardige argumentatie aanvoert; Overwegende dat de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord repliceert wat volgt : “Op 15.03.2000 had verzoeker vastgesteld dat er in kwestieus pand werken aan de gang waren en dat er plots een kennisgeving van een bouwvergunning was uitgehangen aan de binnenzijde van een voorgevelraam. Zoals een waakzaam burger betaamt heeft verzoeker alsdan het dossier op het Stadhuis gaan inkijken. Dit was uiteraard slechts een vluchtige kennisname van de inhoud van de bestreden beslissing zonder de mogelijkheid de conformiteit ervan met de toepasselijke regelgeving te onderzoeken. Reeds op 21.03.2000 heeft verzoeker schriftelijk klacht neergelegd aangezien hij vermoedde dat de verbouwingswerken werden gestart zonder het naleven van de vergunningsvoorwaarden. Bij de inzage van het dossier op het Stadhuis kon verzoeker onmogelijk volledig en juist kennis nemen van de volledige inhoud van het bestreden besluit. (...)
  4. Daarom raadpleegde verzoeker onmiddellijk een raadsman en het dossier werd bij schrijven dd. 04.04.2000 aan de Stad Mortsel opgevraagd. Op 10.04.2000 heeft verzoeker de bestreden beslissing ontvangen en had hij de mogelijkheid de wettigheid ervan te onderzoeken. Vanaf die datum is de termijn voor de voorziening in vernietiging van de beslissing beginnen lopen. Feitelijke kennis volstaat niet voor het doen ingaan van de termijn. Hij doet enkel de termijn lopen om als zorgvuldig burger het nodige te doen om de draagwijdte en de inhoud ervan te kennen. Die termijn is kort. Verzoeker heeft zich aan die korte termijn gehouden. Door ontvangst van het dossier kreeg verzoeker een voldoende kennis van inhoud en draagwijdte van het aangevochten besluit. Vanaf dat ogenblik liep de annulatietermijn.(kennisname termijnen) Uit de concrete omstandigheden blijkt dat verzoeker binnen een redelijke termijn stappen heeft ondernomen om kennis te krijgen van de inhoud van de beslissing. (...)”; X-9592-3/5 Overwegende dat de verzoeker, ondanks een auditoraatsverslag dat tot de laattijdigheid van het beroep op grond van de boven uiteengezette excepties besluit, in zijn “laatste memorie” geen argumenten dienaangaande aanvoert; Overwegende dat de bestreden beslissing noch bekendgemaakt, noch aan derden diende betekend te worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad of geacht moet worden er kennis van te hebben gehad; Overwegende dat de verzoeker in een brief van 21 maart 2000 aan de technische dienst van de stad Mortsel o.m. laat gelden dat hij “op 15 maart 2000 als naastliggende buur vast(stelde) dat er bouwwerken aan de gang waren in het pand (Vestinglaan 32-34) en op dezelfde dag (...) er plots een kennisgeving van een bouwvergunning (was) uitgehangen aan de binnenzijde van een voorgevelraam van het betrokken pand”; dat uit dit schrijven bovendien blijkt dat de verzoeker het bouwdossier is gaan inzien op de gemeente en dat hij op dat ogenblik met kennis van zaken bezwaren geuit heeft (strijdigheid van de vergunning met de bepalingen van het BPA, aanvang van de werken zonder de stad Mortsel in kennis gesteld te hebben van hoe voldaan zal worden aan de voorwaarden opgelegd in de bouwvergunning, opsomming van tekorten/overtredingen); dat hieruit blijkt dat de verzoeker ten laatste op 21 maart 2000 een voldoende kennis had van de inhoud en de draagwijdte van de thans bestreden beslissing om er een beroep tot nietigverklaring tegen in te stellen; dat het op 7 juni 2000 ingediende beroep tot nietigverklaring laattijdig is; dat de excepties gegrond zijn, BESLUIT: Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. X-9592-4/5 Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9592-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.551 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.