id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.552 Rolnummer: A. 59148/X-7106 Zaak: Arrest 168552 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 16:57 Fiche Arrest nr 168.552 van 6 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.552 van 6 maart 2007 in de zaak A. 59.148/X-
- In zake :
- Johanna PEETERS,
- Ida DEJONGH, die woonplaats kiezen bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Johanna PEETERS en Ida DEJONGH op 9 augustus 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 13 juni 1994 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende verwerping van het beroep van de consorten VAN GEEL tegen het besluit van 11 juli 1991 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant waarbij aan de verzoekende partijen de vergunning wordt geweigerd voor het verkavelen van gronden gelegen te Leuven (Wilsele), Aarschotsesteenweg, kadastraal bekend sectie C, nrs. 30/k, 30/l, 30/m, 30/n en 30/r; Gelet op het arrest nr. 49.642 van 13 oktober 1994 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-7106-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. HUBREGTSEN; Gelet op de beschikking van 12 december 1996 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 8 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DENYS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat T. DE KETELAERE, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het beroep in hoofde van Lucia VAN GEEL, Joris VAN GEEL, Greet VAN GEEL, Jan VAN GEEL, Richard DE CUBER en Albert VANHEMELE niet ontvankelijk is, vermits alleen fiscale zegels werden gekleefd voor twee verzoekende partijen; dat in die omstandigheden het beroep alleen ontvankelijk is in hoofde van de eerste twee vermelde verzoekende partijen; Overwegende dat de relevante feiten op omstandige wijze zijn uiteengezet in 's Raads arrest nr. 49.642 van 13 oktober 1994; dat hieraan nog kan worden toegevoegd dat de eigendom van de verzoekende partijen, uit kracht van het inmiddels bij besluit van 2 maart 1995 goedgekeurde B.P.A. nr. 4 "Wilsele-Noord, deel Dijle-Vunt" van de stad Leuven, in een zone voor groene open ruimte wordt ingedeeld; X-7106-2/5 Overwegende dat het bevoegde lid van het auditoraat bij brief van 16 oktober 1996 aan de verzoekende partijen heeft gevraagd hun belang bij de voortzetting van het geding te omschrijven in het licht van de voorschriften van het BPA nr.4 "Wilsele-Noord, deel Dijle-Vunt"; Overwegende dat de raadsman van de verzoekende partijen bij brief van 21 oktober 1996 antwoordt : “Mijn antwoord hierop is drieërlei. Ten eerste ben ik de mening toegedaan dat het bestuur in casu, na een gebeurlijk vernietigingsarrest, voor rechtsherstel moet zorgen, en dit mede in acht genomen de terugwerkende kracht van het arrest van de Raad. In dit opzicht is het niet denkbeeldig dat de minister zich ingevolge een vernietigingsarrest terugplaatst op de datum van het vernietigde besluit, en dat de vergunning wordt verleend ongeacht later tot stand gekomen BPA. Ten tweede rest voor cliënten alleszins nog steeds de mogelijkheid om, nadat eventueel een vernietigingsarrest door de Raad is geveld, de onwettigheid van het bewuste bijzondere plan van aanleg, dat immers moet beschouwd worden als een besluit met reglementaire waarde, op te werpen met toepassing van artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet, en aldus aanspraak te maken op afgifte van de verkavelingsvergunning. En ten derde dien ik u tevens te melden dat inmiddels tegen de stad Leuven en het Vlaams Gewest een burgerlijke procedure in schadevergoeding wegens onrechtmatig bouwverbod werd aanhangig gemaakt bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven, en dat in het kader van deze procedure onder meer de foutaansprakelijkheid van vermelde besturen wordt ingeroepen. In dit opzicht kan een vernietigingsarrest van de Raad minstens een vermoeden van fout genereren in hoofde van het Vlaams Gewest. Om bovenstaande redenen meen ik dat cliënten onverminderd hun belang behouden bij de nietigverklaring van het bestreden besluit”; Overwegende dat de verzoekende partijen hieraan in hun laatste memorie niets wezenlijks toevoegen; Overwegende dat de voormelde door de verzoekende partijen aangevoerde argumentatie niet kan worden aangenomen; dat vooreerst de effecten ex tunc van een eventuele annulatie niet wegnemen dat de overheid als orgaan van het actief bestuur, in geval zij opnieuw over de verkavelingsaanvraag moet beslissen, rekening dient te houden met de rechtstoestand, zoals die geldt op het ogenblik dat zij opnieuw uitspraak doet en zich niet vermag terug te plaatsen op de datum van het vernietigde besluit; dat derhalve de verzoekende partijen, gelet op de planologische bestemming van het betrokken perceel, zelfs in geval van vernietiging van het bestreden besluit, hoe dan ook de gevraagde verkavelingsvergunning niet kunnen verkrijgen; dat voorts het de overheid bij de beoordeling van de X-7106-3/5 verkavelingsaanvraag niet toekomt de wettigheid van haar eigen besluiten in vraag te stellen, en aldus het B.P.A. nr. 4 buiten toepassing te stellen; dat het door de verzoekende partijen aangehaalde artikel 159 van de gecoördineerde Grondwet niet kan worden opgeworpen voor de administratieve overheid; dat ten slotte het voordeel dat de verzoekende partijen beogen, rechtstreeks uit de gevraagde vernietiging moet voortvloeien; dat een onrechtstreeks belang, enkel bestaande uit het gegrond horen verklaren van een middel of het beroep, en niet uit de verwijdering van het bestreden besluit uit de rechtsorde, niet volstaat; dat zij om deze redenen niet doen blijken van het rechtens vereiste belang bij de gevraagde vernietiging; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. X-7106-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-7106-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.552 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div