← België

Arrest 168553 - Plannen van aanleg - 06/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.553 Rolnummer: A. 72491/X-7125 Zaak: Arrest 168553 - Plannen van aanleg - 06/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 16:58 Fiche Arrest nr 168.553 van 6 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.553 van 6 maart 2007 in de zaak A. 72.491/X-

  1. In zake : Jacques VAN HAVRE, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  2. tussenkomende partijen :
  3. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Vervoer,
  4. de NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN, thans de NMBS HOLDING, die woonplaats kiest bij advocaten D. D'HOOGHE en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Loxumstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jacques VAN HAVRE op 16 december 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 mei 1996 van de Vlaamse regering houdende vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen voor de aan te leggen hogesnelheidslijn (naar Amsterdam), voor de goederenlijn (naar Bergen-Op-Zoom), voor de inrichting van de A 12 en bijhorende voorzieningen, en voor de driehoekige zone boven de Schelde-Rijn-verbinding op het grondgebied van de gemeenten Kontich, Hove, Mortsel, Antwerpen, Stabroek, Brasschaat en Schoten, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 1996; Gelet op het arrest nr. 69.253 van 29 oktober 1997 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-7125-1/5 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 27 november 1997 ingediend door Jacques VAN HAVRE; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 24 april 1998 ingediend door de minister van Vervoer; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 24 april 1998 ingediend door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen; Gelet op de beschikking van 17 juni 1998 die de tussenkomst van de minister van Vervoer en van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 29 april 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 8 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. DE KETELAERE, die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat I. BOCKSTAELE, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij, van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en van advocaat J. BOUCKAERT, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij; X-7125-2/5 Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de relevante feiten op omstandige wijze zijn uiteengezet in 's Raads arrest nr. 69.253 van 29 oktober 1997; Overwegende dat de verzoeker aangaande zijn belang bij de gevorderde vernietiging in zijn verzoekschrift uiteenzet wat volgt : “Verzoekende partij is mede-eigenaar van gronden waarvan de bestemming door het bestreden besluit gewijzigd wordt tot reservatiestrook voor de aanleg van de HSL. Tevens woont hij binnen dit gewijzigd bestemmingsgebied. Verzoekende partij doet dan ook van het wettelijke vereiste belang blijken”; Overwegende dat het bestreden besluit het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Antwerpen voor de aan te leggen hogesnelheidslijn (naar Amsterdam), voor de goederenlijn (naar Bergen-Op-Zoom), voor de inrichting van de A 12 en bijhorende voorzieningen, en voor de driehoekige zone boven de Schelde-Rijn-verbinding op het grondgebied van de gemeenten Kontich, Hove, Mortsel, Antwerpen, Stabroek, Brasschaat en Schoten, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 oktober 1996, vaststelt; dat bij beslissing van 11 augustus 2000 aan de NMBS de stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor de aanleg van de hogesnelheidslijn op het grondgebied van de gemeenten/ steden Antwerpen, Schoten, Brasschaat, Brecht, Wuustwezel en Hoogstraten; dat derhalve aan het bestreden besluit uitvoering is gegeven door de voormelde stedenbouwkundige vergunning van 11 augustus 2000, die wegens het niet bestrijden ervan definitief en in rechte onaantastbaar is geworden; dat de verzoeker ondanks deze vaststelling in het auditoraatsverslag in zijn “laatste memorie” dienaangaande geen argumenten aanbrengt; dat ambtshalve wordt vastgesteld dat hij niet meer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang; dat het beroep niet ontvankelijk is; Overwegende dat door de verzoekende partij op haar verzoek tot voortzetting zegels ter waarde van 173,53 euro werden aangebracht; dat op het verzoekschrift tot nietigverklaring reeds zegels ter waarde van 99,16 euro waren X-7125-3/5 gekleefd; dat derhalve 173,53 euro ten onrechte werd betaald; dat er aanleiding toe bestaat dit bedrag terug te betalen, BESLUIT: Artikel
  6. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 148,74 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Het door de verzoekende partij op het verzoek tot voortzetting onverschuldigd gekweten recht, ten belope van 173,53 euro, dient te worden terugbetaald. X-7125-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-7125-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.553 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.69.253 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.