← België

Arrest 168554 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.554 Rolnummer: A. 50080/X-8357 Zaak: Arrest 168554 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 06/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 16:58 Fiche Arrest nr 168.554 van 6 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.554 van 6 maart 2007 in de zaak A. 50.080/X-

  1. In zake : Kathleen FRANCQUI, die woonplaats kiest bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Kathleen FRANCQUI op 27 januari 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 10 augustus 1992 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende verwerping van het beroep van Réginald DE MEESTER tegen het besluit van 25 februari 1992 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant, waarbij de vergunning wordt geweigerd voor “het oprichten van een garage voor 4 wagens bij een bestaand hoofdgebouw” op een perceel gelegen te Overijse, Hagaardstraat, kadastraal bekend sectie L, nr. 775/f; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de beschikking van 9 september 1998 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-8357-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 8 januari 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 2 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DENYS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. BOSMANS, die loco advocaat M. VAN BEVER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het perceel dat het voorwerp uitmaakt van de bestreden weigeringsbeslissing volgens het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is gelegen in “groengebied”; dat artikel 13, 4.3., van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, bepaalt wat volgt : "Art. 13.4.
  3. De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu. (...)"; dat dit bestemmingsvoorschrift niet toelaat dat voor het betrokken perceel een vergunning voor het oprichten van een garage wordt verleend; Overwegende dat dit impliceert, gelet op de bindende en verordenende kracht van de gewestplannen, dat de verzoekster na een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing hoe dan ook de nagestreefde vergunning niet kan verkrijgen, zodat zij het vereiste belang bij die vernietiging ontbeert; Overwegende evenwel dat de verzoekster in haar eerste middel de schending aanvoert van artikel 2 van de wet van 29 maart 1962 houdende X-8357-2/5 organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw (hierna stedenbouw- wet), het koninklijk besluit van 7 maart 1977 houdende de vaststelling van het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, de afwezigheid van de rechtens vereiste feitelijke grondslag, en de schending van het redelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, “doordat de bouwvergunning geweigerd wordt voor een garage aan de voorzijde van de eigendom aan de rechter perceelgrens, omwille van strijdigheid met de voorschriften van het gewestplan(,) terwijl de bouwaanvraag zich helemaal niet situeert in het natuurgebied, doch in de woonzone met landelijk karakter aan de straatzijde(,) en terwijl de bouw van een garage bestemd voor vier voertuigen binnen de afsluitmuur van de eigendom perfect mogelijk is in het woongebied met landelijk karakter, daar de goede ruimtelijke ordening niet in het minst geschaad wordt, en gedurende het gehouden openbaar onderzoek geen enkel bezwaarschrift werd ingediend(,) en terwijl het in casu manifest onredelijk is beroepster te weigeren een garage op te richten op een plaats waar niemand daar ook maar enig bezwaar kan tegen hebben bij de oprit naar de woning en met gebruik van niet-storende materialen”; dat zij in haar repliek in de memorie van wederantwoord staande houdt dat de constructie die het voorwerp uitmaakt van de bouwaanvraag gelegen is aan de voorzijde van de eigendom aan de rechter perceelsgrens, en dat uit onderzoek van het gewestplan blijkt dat de voorzijde van de eigendom tot de landelijke woonzone behoort; dat zij in haar laatste memorie stelt dat uit het gewestplan duidelijk blijkt dat “het landelijk woongebied zich uitstrekt tot over de as van de Hagaardstraat aan de zijde van het betrokken perceel, zodat minstens een deel van de voortuin, waar de inplanting van de kwestieuze garage wordt voorzien, binnen deze zone valt”, dat echter “indien Uw Raad van oordeel zou zijn dat het betrokken perceel toch in natuurgebied zou gelegen zijn, quod non”, de oprichting van een garage als noodzakelijk accessorium bij een bestaande en vergunde woning, volgens de ministeriële onderrichtingen ter zake, moet worden toegelaten; Overwegende dat de ter zake bevoegde administratie tot de conclusie is gekomen dat het kwestieuze perceel gelegen is in groengebied; dat het administratief dossier geen gegevens of nadere aanwijzingen bevat die toelaten deze conclusie in twijfel te trekken; dat het aan de verzoekster toekwam aan te tonen dat deze conclusie niet correct is; dat een loutere bewering in dit verband niet volstaat, evenmin als de vage stelling dat “een zekere strook aan de voorzijde van de eigendom” tot de landelijke woonzone behoort; dat zij bij gebreke aan een begin van bewijs, en om voor de hand liggende proces-economische redenen, niet vermag voor het eerst na de neerlegging van haar laatste memorie, te vragen dienaangaande een X-8357-3/5 expert aan te stellen; dat zij evenmin vermag op ontvankelijke wijze voor het eerst in haar laatste memorie aan te voeren dat de gevraagde garages kunnen worden vergund, als “noodzakelijk accessorium” bij een vergunde woning; dat het middel niet gegrond is; Overwegende dat de verzoekster zich in haar tweede middel beroept op de zgn. “opvullingsregel” om een afwijking van het gewestplan te vragen; dat zij ten gronde evenwel niet betwist dat die mogelijke afwijking thans niet meer geldt, zodat zij zich er alleen al om die reden niet meer met goed gevolg kan op beroepen ter adstructie van haar belang; Overwegende dat, uit het voorgaande moet worden besloten dat de verzoekster niet over het vereiste belang bij haar vordering beschikt; dat het beroep niet ontvankelijk is; dat het dan ook niet nodig is te onderzoeken of zij wel over de vereiste hoedanigheid beschikte om de vordering in te stellen, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-8357-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes maart 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-8357-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.554 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.