← België

Arrest 168591 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 08/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.591 Rolnummer: A. 179666/XII-4968 Zaak: Arrest 168591 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 08/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-09 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-29 17:36 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 168.591 van 8 maart 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.591 van 8 maart 2007 in de zaak A. 179.666/XII-

  1. GEMEENTERAADSVERKIEZING VAN 8 OKTOBER 2006 TE WORTEGEM-PETEGEM. In zake : Johan DELMULLE, die woonplaats kiest bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3 --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift waarmee Johan Delmulle op 22 december 2006 beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van 15 december 2006 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in de provincie Oost-Vlaanderen waarbij zijn bezwaar inzake de gemeenteraadsverkiezing van 8 oktober 2006 te Wortegem- Petegem wordt verworpen en de betrokken verkiezingsuitslag geldig verklaard; Gelet op het bericht voorgeschreven in artikel 5, tweede lid, van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld bij artikel 76bis van de gemeentekieswet; Gezien het administratief dossier; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 16 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 februari 2007; Gelet op de kennisgeving aan partijen van de beschikking tot vaststelling en van het auditoraatsverslag; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-4968-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. Judo, die loco advocaat D. Lindemans verschijnt voor verzoeker; Gehoord het andersluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feiten
  2. Bij de op 8 oktober 2006 te Wortegem-Petegem gehouden gemeenteraadsverkiezing zijn er vier lijsten in competitie, waarvan de stemcijfers en het aantal behaalde zetels door het gemeentelijk hoofdstembureau op 8 oktober 2006 als volgt worden vastgesteld : stemcijfer aantal zetels lijst nr. 1 sp.a-onafhankelijk 494 1 lijst nr. 2 VLD 1794 8 lijst nr. 8 WP2000 1579 6 lijst nr. 7 CD&V 718 2 Verzoeker, eerste kandidaat op lijst nr. 8 WP2000, wordt verkozen, evenals Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne, eerste respectievelijk zestiende kandidaat op lijst nr. 2 VLD.
  3. Op 16 november 2006 dient verzoeker bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in de provincie Oost-Vlaanderen klacht in tegen de gemeenteraadsverkiezing. Hij doet daarin onder meer gelden dat de huisartsen Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne, kandidaten op lijst nr. 2 VLD, hebben getracht het verbod op het uitschrijven van medische attesten door geneesheren die kandidaat zijn te omzeilen en dat zij aan patiënten die een medisch attest voor een volmacht nodig hadden, het voorgedrukt en al dan niet reeds ondertekend attest van een collega uit een andere gemeente overhandigden, waarop zij eigenhandig de naam van de patiënt invulden en misschien ook een handtekening plaatsten. XII-4968-2/9 In een op 4 december 2006 bij de Raad voor Verkiezings- betwistingen ingediende memorie herhaalt verzoeker onder meer dat de dokters de “gemeente rond[zeulden] met blanco medische attesten van collega’s om op die manier hun patiënten toe te laten toch met volmacht om medische redenen te kunnen gaan stemmen zonder dat ze daarvoor een andere arts moesten opzoeken”. Aldus is er volgens hem sprake van elf ongeldige volmachten op basis van een vervalst medisch attest. Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne antwoorden in essentie dat zij geen blanco attesten kregen, dat zij wel met collega’s hun mindervalide patiënten bespraken en dat dan “[a]an de hand van collegiaal overleg met inzage in de dossiers [...] door onze collega’s een medisch attest ondertekend [werd]”, dat er niets vervalst werd, dat het niet ethisch verantwoord is patiënten af te wimpelen, dat “De eed van Hypocrates eist dat wij onze patiënt helpen”, dat om zuiver politieke redenen hun betrouwbaarheid in twijfel wordt getrokken, en dat, ongeacht het attest dat de volmacht begeleidt, het de volmachtgever is die beslist aan wie hij zijn volmacht geeft.
  4. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen beslist op 15 december 2006 om het verzoek van Johan Delmulle te verwerpen, het proces-verbaal van het hoofdstembureau juist te bevinden “met dien verstande dat het totale stemcijfer voor de lijst 2 - VLD 1793 moet zijn”, en de verkiezingsuitslag geldig te verklaren. Overwogen wordt onder meer : “
  5. Met betrekking tot de medische attesten verschaft door tussenkomst van dr. Nachtegale of dr. Fonteyne hoewel ze niet door hen zijn ondertekend. Verzoeker beticht de belanghebbende partijen dat zij ‘rondzeulden met blanco medische attesten van collega's om op die manier hun patiënten toe te laten toch met volmacht om medische redenen te kunnen gaan stemmen zonder dat ze daarvoor een andere arts moeten opzoeken’. Dr. Nachtegaele en dr. Fonteyne ontkennen niet dat zij hun patiënten die wegens ziekte of ouderdom onbekwaam zijn om zich zelf te verplaatsen naar het kiesbureau, hebben geholpen om via een collega-arts een medisch attest te bekomen. Belangrijk is hierbij dat het in alle gevallen blijkbaar ging om hun patiënten, wat door verzoeker niet wordt betwist. Integendeel herhaalde malen vermeldt verzoeker dat het om kiezers ging waarvan één van beide belanghebbende partijen de huisarts waren. Met uitzondering van het geval van Martin Calixtus, geeft verzoeker ook geen voorbeelden van kiezers die kennelijk niet ziek genoeg zouden zijn om zelf te gaan stemmen. Het betreft dus blijkbaar patiënten van wie de gezondheidstoestand niet kennelijk in twijfel wordt getrokken. Het is niet onredelijk dat een huisarts, die omwille van een wettelijk verbod geen medisch attest kan afgeven, zelf ondersteuning geeft aan zijn patiënten die hiervoor in aanmerking komen. Het kan niet de bedoeling zijn van het verbod XII-4968-3/9 een arts te verbieden aan zijn patiënt een correcte dienstverlening te bieden, door contact op te nemen met specialisten waarbij de patiënt ook in behandeling is of door een beroep te doen op een collega-huisarts. Belanghebbende partijen geven aan dat deze collega-artsen, in de mate dat ze de patiënt niet kenden, inzage in het dossier gaven en collegiaal overlegden zoals dat gebruikelijk is. Verzoeker toont niet aan dat dit niet het geval is geweest Het volstaat dat de geneesheer de gezondheidstoestand kent van de kiezer opdat een medisch attest regelmatig kan worden afgegeven (R.v.St, Verk. Boom, nr. 18.172, 16 maart 1977). Uit het onderzoek blijkt niet dat er een overdreven aantal medische attesten uitgaande van eenzelfde geneesheer afgegeven op gepolycopieerde formulieren werd vastgesteld. Er zijn vier geneesheren die tussen de 17 en de 27 attesten hebben afgegeven; dr. C. Bogaerts 27 attesten, dr. T. de Borchgrave 22 attesten, dr. T. Pollet 21 attesten en dr. L. De Deken 17 attesten (in totaal hebben 80 verschillende dokters attesten van kiesonbekwaamheid afgeleverd). Twee van voormelde vier geneesheren zouden de belanghebbende partijen hebben geholpen om voor hun patiënten de nodige attesten af te geven. Het is niet onredelijk dat een huisarts die voor zijn eigen patiënten geen attest kan afgeven, hiervoor dan één of een beperkt aantal andere geneesheren inschakelt waardoor deze dan noodzakelijk meer attesten afgeven. In de mate dat het afgeven van een attest gebeurde zoals door belanghebbende partijen is aangegeven, leidt dit niet tot onregelmatige attesten. Het feit dat de belanghebbende partijen noch de geneesheer op wie een beroep werd gedaan een ‘visite’ aanrekenden voor het afgeven van het medisch attest, kan niet ten kwade worden geduid in de mate dat, en dit wordt niet betwist, de kiezers allen patiënten waren bij de belanghebbende partijen. Het is logisch dat de huisartsen de gezondheidstoestand van hun patiënten voldoende kennen om het feit van een bestaande ongeschiktheid, te kunnen kennen en hun dossier te kunnen bespreken met een collega. Men kan zich trouwens afvragen of het aanrekenen van een ‘visite’ in dergelijke omstandigheden niet kennelijk onredelijk zou zijn. De attesten die worden afgegeven door een werkgever of een reisbureau worden ook niet aangerekend. Samenvattend komt het de Raad weinig waarschijnlijk voor dat het louter tussenkomen in het afleveren van een medisch attest bij een kiezer die patiënt is bij de belanghebbende partijen en waaromtrent geen twijfel bestaat over de gebrekkige gezondheidstoestand. een verhouding tot stand kan brengen die leidt tot beïnvloeding van de kiezer. Dit is zeker het geval wanneer de kiezer zijn volmacht niet heeft gegeven aan de belanghebbende partij of aan een door belanghebbende partij aangeduide persoon. Stemmen uitgebracht bij volmacht op basis van een medisch attest afgegeven door een derde arts en afgeleverd door tussenkomst van de huisarts-kandidaat zijn op zich geen onregelmatig uitgebrachte stemmen.
  6. Met betrekking tot medische attesten verschaft door tussenkomst van dr. Nachtegaele of dr. Fonteyne hoewel ze niet door hen zijn ondertekend en waarbij de patiënt een volmacht heeft gegeven aan dr. Nachtegale of dr. Fonteyne of aan een door hen aangeduide persoon. ‘Als gemachtigde kan worden aangewezen, eenieder die de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer bezit. De gemachtigde kan zijn hoedanigheid bewijzen door middel van zijn oproepingsbrief. Iedere gemachtigde mag maar één volmacht hebben’ (art. 42 bis, §2 gemeentekieswet). Het is dus niet verboden voor kandidaten en evenmin voor hun familieleden om bij volmacht te stemmen. Wanneer een kandidaat geneesheer is en hij is tussengekomen in de aflevering van een medisch attest dat door een derde arts is afgegeven (lees : ondertekend) en hij daarbij de volmacht in ontvangst neemt om er zelf of via een door hem aangeduide persoon mee te stemmen, kan er een verhouding XII-4968-4/9 ontstaan tussen de arts-kandidaat en de kiezer die de regelmatigheid van de verkiezing kan beïnvloeden. Dat de betrokken kiezer zelf heeft gevraagd dat de arts-kandidaat of een direct familielid van deze laatste bij volmacht zou gaan stemmen, doet hieraan geen afbreuk. Het loutere feit dat kandidaten op dezelfde lijst die voor belanghebbende partijen met volmacht hebben gestemd in de plaats van patiënten van de belanghebbende partijen en waarbij belanghebbende partijen tussengekomen zijn in de aflevering van de volmacht, toont op zich niet aan dat de volmacht via de belanghebbende partijen zou zijn terecht gekomen bij de volmachtdrager. In volgende gevallen is het voldoende aangetoond dat één van de belanghebbende partijen tussengekomen is in de aflevering van het medisch attest en daarenboven zelf heeft gestemd bij volmacht of deze stemming heeft georganiseerd : - de echtgenoot van dr. Nachtegaele, Jean-Paul Vantomme, stemde voor Godelieve Verhellen (stembureau 44); - de zoon van dr. Nachtegaele, Bart Vantomme, stemde voor Mylene Vanthuyne (stembureau 44); - dr. Kurt Fonteyne stemde voor mevrouw Marcella Braecke (bureau 43); - de twee kinderen van dr. Fonteyne : Simon Fonteyne stemde voor Germaine Ranson; Margot Fonteyne stemde voor Leopoldine Maes (beiden in bureau 43). Deze vijf uitgebrachte stemmen zijn in deze gedachtengang onregelmatig”. De procedure
  7. Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne hebben met een schrijven van 1 februari 2007 een memorie van antwoord ingediend. Aangezien de memorie buiten de termijn voorgeschreven door artikel 6, vierde lid, 2/, van het reeds vermelde koninklijk besluit van 15 juli 1956 werd ingediend, wordt zij uit de debatten geweerd. De grond van de zaak
  8. Verzoeker voert in een eerste middel aan dat de Raad voor Verkiezingsbetwistingen een interpretatie van artikel 42bis, § 1, 1/, van de gemeentekieswet heeft gehanteerd die niet verenigbaar is “met de traditionele en vaststaande interpretatie die uw Raad steeds aan deze bepaling heeft gegeven”. Hij wijst er onder andere op dat de huisartsen Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne, kandidaten op lijst nr. 2 VLD, met een praktijk in Wortegem-Petegem, zelf verklaarden in het kader van de behandeling voor de Raad voor Verkiezings- betwistingen dat zij met hun collega’s hun mindervalide patiënten bespraken en dat aan de hand van collegiaal overleg met inzage in de dossiers dan door hun collega’s een medisch attest werd ondertekend, dat bijgevolg die attesten tot stand gekomen zijn met een belangrijke inbreng van de betrokken artsen in de redactie van het XII-4968-5/9 medisch attest, en dat de attesten dan ook kennelijk in strijd zijn met artikel 42bis, §1, 1/, van de gemeentekieswet dat elke inhoudelijke inbreng van artsen-kandidaten bij de totstandkoming van een attest verbiedt. Gelet op de arresten van de Raad van State nrs. 18.119 en 18.146, respectievelijk van 17 februari 1977 en 1 maart 1977, verwondert het verzoeker dat de geschetste werkwijze volgens de Raad voor Verkiezingsbetwistingen past in een “correcte dienstverlening” van de gewone huisarts. De Raad voor Verkiezings- betwistingen gaat zijns inziens voorbij aan het fundamentele onderscheid tussen een loutere doorverwijzing naar een andere arts (specialist of collega-huisarts), en de gemeenschappelijke bespreking van een dossier waarbij redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de arts-kandidaat een belangrijke inbreng heeft gehad in de totstandkoming van het attest. Hij kan ook geenszins instemmen met het standpunt dat er geen probleem is bij het uitschrijven van attesten met medewerking van artsen-kandidaten indien de gezondheidstoestand van de betreffende patiënten niet kennelijk in twijfel wordt getrokken, en verwijst daartoe naar het arrest nr. 18.119 van de Raad van State.
  9. Artikel 42bis, § 1, 1/, van de gemeentekieswet luidt : “De volgende kiezers kunnen een andere kiezer machtigen in hun naam te stemmen : 1/ kiezers die wegens ziekte of gebrekkigheid niet in staat zijn om zich naar het stemlokaal te begeven of er naartoe gevoerd te worden. Die onbekwaamheid blijkt uit een medisch attest. Artsen die kandidaat zijn, mogen een dergelijk attest niet afgeven”. Het verbod voor de artsen die kandidaat zijn, om een attest wegens ziekte of gebrekkigheid af te geven of uit te reiken, houdt niet alleen in dat zij een dergelijk attest niet mogen ondertekenen, maar ook dat zij zich evenmin op een andere manier met het verlenen van het attest mogen bemoeien. Aldus verbiedt het voorschrift hen eveneens dat zij met betrekking tot de afgifte van het attest actief bemiddelen bij een ander arts of samen met hem erover beraadslagen. Aan het verbod wordt dan ook tekort gekomen door de artsen-kandidaat die, zoals Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne (zie hun memorie voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, 1.2.7), “[a]an collega’s (huisartsen en specialisten) na collegiale bespreking en kennis/inzage van dossiers vragen of zij kunnen een medisch attest maken en dat attest door familie laten afhalen”. XII-4968-6/9 In zoverre de betrokkenen voor de Raad voor Verkiezings- betwistingen in dit verband verwijzen naar een advies van de Orde van geneesheren waarin hen “deze werkwijze” zou worden aangeraden, moet met verzoeker tenminste worden vastgesteld dat dit advies niet nader bewezen wordt.
  10. Zoals verzoeker eveneens terecht opmerkt, heeft de Raad van State reeds eerder aangenomen dat de overtreding van het besproken verbod van aard is de geldigheid aan te tasten van de stemmen die zijn uitgebracht op grond van een medisch attest dat in strijd met het besproken verbod is opgesteld. Aan die zienswijze is de afhankelijkheid van de zieke tegenover zijn geneesheer niet vreemd. Het is een afhankelijkheid die bijzondere risico’s kan inhouden voor een correct verloop van zaken bij de verkiezingen, doordat hij de kiezer ertoe kan brengen, bijvoorbeeld, om zijn gemachtigde te doen stemmen voor de geneesheer die door de bewezen dienst ertoe heeft bijgedragen dat bij volmacht kon worden gestemd, of, meer nog, om zijn volmacht zonder meer aan de geneesheer-kandidaat te geven of aan een door deze voorgestelde persoon, waarvan de geneesheer-kandidaat de zekerheid heeft dat hij voor zijn lijst zal stemmen. Dat een en ander anno 2006 minder achterhaald en onrealistisch is dan Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen laten uitschijnen, mag blijken uit het hiervoor weergegeven citaat uit de bestreden beslissing. Daarin heet het, onder punt 3., “voldoende aangetoond” dat in vijf gevallen Veerle Nachtegaele of Kurt Fonteyne niet alleen “tussengekomen is in de aflevering van het medisch attest”, maar “daarenboven zelf heeft gestemd bij volmacht of deze stemming heeft georganiseerd” - reden voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen om de vijf betrokken stemmen voor onregelmatig te houden.
  11. Uit wat voorafgaat, volgt in de eerste plaats dat op grond van de eigen verklaringen van Veerle Nachtegaele en Kurt Fonteyne, voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, moet worden aangenomen dat zij in strijd met het artikel 42bis, § 1, 1/, van de gemeentekieswet betrokken zijn geweest bij de afgifte van medische attesten ter verantwoording dat kiezers wegens ziekte of gebrekkigheid niet in staat zijn om zich naar het stemlokaal te begeven. In de tweede plaats concludeert de Raad van State dat er alleszins in deze zaak geen reden is om af te wijken van zijn vroegere rechtspraak, volgens welke die XII-4968-7/9 onregelmatigheid van het medisch attest de geldigheid in het gedrang brengt van de stem die op grond van het attest bij volmacht is uitgebracht. Voorts wordt uit de memorie van verzoeker voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen (1.2.2.) en het antwoord daarop in de “bijkomende opmerkingen” van dokters Nachtegaele en Fonteyne opgemaakt dat het aantal op die wijze aangetaste stemmen op elf mag worden bepaald.
  12. De wetgever heeft niet gewild dat elke onregelmatigheid tot nieuwe verkiezingen leidt. Krachtens artikel 85quater, § 1, van de gemeentekieswet mag de ongeldigverklaring niet worden uitgesproken indien de onregelmatigheid hoe dan ook niet vermocht de zetelverdeling tussen de onderscheiden lijsten te beïnvloeden. Blijft dan ook nog te onderzoeken of de te dezen vastgestelde onregelmatigheid al dan niet de zetelverdeling tussen de onderscheiden lijsten heeft kunnen beïnvloeden. Het is voor de Raad van State niet gebleken dat de bij de onregelmatige attesten betrokken kiezers zonder die attesten geen gemachtigde zouden hebben aangewezen en aldus geen stem zouden hebben uitgebracht. Bijgevolg moet overeenkomstig het arrest gemeenteraadsverkiezing te Herne, nr. 18.220 van 6 april 1977, worden uitgemaakt hoeveel stemmen minimaal dienen te verschuiven van de lijst in wier voordeel de onregelmatigheiden werden gepleegd, te weten lijst nr. 2 VLD, naar om het even welke andere lijst opdat een wijziging in de zetelverdeling tussen de lijsten zich zou voordoen. Rekening gehouden met de door het hoofdstembureau vastgestelde stemcijfers, in het geval van lijst nr. 2 gecorrigeerd van 1794 naar 1793 om de reden vermeld sub 2.
  13. van de bestreden beslissing, bedraagt dit minimale stemmenaantal acht stemmen. Meer bepaald is het noodzakelijk maar voldoende dat acht stemmen van de elf stemmen die geacht moeten worden wederrechtelijk naar lijst 2 VLD te zijn gegaan, op lijst nr. 8 WP2000 van verzoeker zouden zijn uitgebracht, opdat de laatste lijst een zetel meer zou behalen ten nadele van lijst nr.
  14. De door het middel aangeklaagde onregelmatigheid kan de zetelverdeling tussen de lijsten effectief hebben beïnvloed. Zij verantwoordt dat de verkiezingen ongeldig worden verklaard. XII-4968-8/9 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  15. Het besluit van 15 december 2006 van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in de provincie Oost-Vlaanderen waarbij het bezwaar van Johan Delmulle tegen de op 8 oktober 2006 te Wortegem-Petegem gehouden gemeenteraadsverkiezing wordt verworpen en waarbij de verkiezing geldig wordt verklaard, wordt vernietigd. Artikel
  16. De gemeenteraadsverkiezing van 8 oktober 2006 te Wortegem- Petegem wordt ongeldig verklaard. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht maart 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4968-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.591 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.