← België

Arrest 168595 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 08/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.595 Rolnummer: A. 118888/VII-26249 Zaak: Arrest 168595 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 08/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 17:09 Fiche Arrest nr 168.595 van 8 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.595 van 8 maart 2007 in de zaak A. 118.888/VII-26.249 In zake : de b.v.b.a. BEHEER, die woonplaats kiest bij advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te ANTWERPEN, Stoopstraat 1, bus 10 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-

  1. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. BEHEER op 28 maart 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing van de Minister van de Vlaamse Gemeenschap bij brief van 1 februari 2002 aan de syndicus gericht, waarbij tot onontvankelijkheid werd besloten van het beroep van de eigenaarsgemeenschap van 18 januari 2002, zoals ingesteld op grond van art. 23 van het bodemsaneringsdecreet tegen de beslissing van OVAM waarbij werd beslist dat een historische bodemverontreiniging is vastgesteld waarvoor een bodemsane- ringsproject binnen de 3 maanden moet worden opgesteld"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKS- WEERDT; Gelet op de beschikking van 18 mei 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-26.249-1/3 Gelet op de beschikking van 29 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. DE CONINCK, die, loco advocaat J. NIJS, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKE- RE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij bij brief van 9 oktober 2006 aan de Raad van State mededeelt dat "de syndicus en de gemeenschap niet langer vasthouden aan hun verzoek tot vernietiging" en dat "de procedure als beëindigd (mag worden) beschouwd"; dat deze mededeling als een verzoek tot afstand van het geding kan worden beschouwd, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-26.249-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht maart tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-26.249-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.595 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.