id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.641 Rolnummer: A. 147226/XIV-18567 Zaak: Arrest 168641 - Dienst Vreemdelingenzaken - 08/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-28 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 17:10 Fiche Arrest nr 168.641 van 8 maart 2007 Vreemdelingen - Dienst Vreemdelingenzaken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 168.641 van 8 maart 2007 in de zaak A. 147.226/XIV-18.
- In zake :
- XXX,
- XXX, handelend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettelijke vertegen- woordigers van hun minderjarige kinderen :
- XXX,
- XXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te 1030 BRUSSEL, Jenatzystraat 13 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, handelend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen XXX en XXX, allen van Iraanse nationaliteit, op 3 februari 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 13 januari 2004 waarbij de aanvraag om machtiging tot verblijf, met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en, onontvan-kelijk wordt verklaard; Gelet op de beschikking van 20 februari 2004 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelin- gen; Gezien de nota van de verwerende partij; XIV-18.567-1/3 Gezien het voorlopig advies opgemaakt door Auditeur M. STERCK; Gelet op de kennisgeving van dat voorlopig advies aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 december 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 14 februari 2007; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat A. NAVASARTIAN verschijnt voor de verzoekende partijen en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Op 3 mei 2003 dienen XXX en XXX, beide van Iraanse nationaliteit, een aanvraag in tot het bekomen van een machtiging tot verblijf met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. 1.
- Op 13 januari 2004 neemt de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing waarbij de aanvraag om machtiging tot verblijf onontvankelijk wordt verklaard.
- Over de ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing. Overwegende dat artikel 17, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing wordt ingesteld bij een afzonderlijke akte die geen deel uitmaakt van het verzoekschrift tot nietigverklaring en uiterlijk samen met dat verzoekschrift; dat een vordering tot schorsing slechts ontvankelijk is voor zover zij gekoppeld is aan een ontvankelijk ingediend annulatieberoep; dat verzoekers hebben nagelaten een beroep tot nietigverklaring in te dienen binnen de gestelde termijn; dat het verzoek tot schorsing bijgevolg niet ontvankelijk is, XIV-18.567-2/3 BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht maart tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-18.567-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.641 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.