id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.652 Rolnummer: A. 181187/XII-5035 Zaak: Arrest 168652 - Varia (overheidsopdrachten en openbare werken) - 08/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-12 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 17:11 Fiche Arrest nr 168.652 van 8 maart 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Varia (overheidsopdrachten en openbare werken) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.652 van 8 maart 2007 in de zaak A. 181.187/XII-
- In zake :
- de NV DREDGING INTERNATIONAL,
- de NV ENVISAN,
- de SA ECOTERRES, samen een tijdelijke handelsvennootschap vormend die woonplaats kiezen bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat 6 tegen : de HAVEN VAN BRUSSEL, die woonplaats kiest bij advocaten J. Vanden Eynde en B. van Hyfte, kantoor houdende te 1050 Brussel, Kroonlaan
- tussenkomende partijen :
- ROHDE NIELSEN A/S,
- ZANDZUIG- EN TRANSPORTBEDRIJF VERSLOOT BV, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap “TV ROVER”, die woonplaats kiezen bij advocaten W. Timmermans, Chr. Ronse en K. Pittoors, kantoor houdende te 1000 Brussel, Havenlaan 86c, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Dredging International, de NV Envisan en de SA Ecoterres, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap Dredging International-Envisan-Ecoterres op 20 februari 2007 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing d.d. 26 januari 2007 van Verwerende Partij, meegedeeld aan Verzoekende Partij bij schrijven d.d. 8 februari 2007, ontvangen op 9 februari 2007 (stuk 1), waarin wordt bepaald dat [...] (ii) De uitvoering van voormeld lot I en 3 wordt toegewezen aan de Tijdelijke Handelsvennootschap Rover (hierna ‘Tussenkomende Partij’)”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5035-1/4 Gelet op de beschikking van 22 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 maart 2007, om 10.30 uur; Gezien het op 5 maart 2007 ingediende verzoekschrift waarbij Rohde Nielsen A/S en Zandzuig- en Transportbedrijf Versloot BV, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap “TV Rover” vragen in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijken te halen uit de bestreden beslissingen en erbij belang hebben dat de vordering wordt afgewezen; dat hun verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat B. Van Hyfte, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. Pittoors, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de eerste voorwaarde betreft, dat verzoekende partijen reeds bij verzoekschrift op 9 februari 2007 bij ter post aangetekend schrijven ingediend aan de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid vroeg van de te dezen bestreden beslissing van 26 januari 2007 in zoverre daarbij de offerte van verzoekende partijen voor de loten 1 en 3 van de opdracht niet werd “weerhouden” (zaak gekend onder nr. 180.906/XII-5015) en bij “aanvullende nota” die vordering uitbreidde naar de te XII-5035-2/4 dezen bestreden beslissing in zoverre daarbij de loten 1 en 3 van de in het geding zijnde opdracht werden toegewezen aan de tussenkomende partijen; dat bij arrest nr. 168.650 van 8 maart 2007 de Raad van State de uitbreiding van de vordering niet aanvaardde, en de oorspronkelijke vordering afwees wegens het niet voldoen aan de nadeelsvereiste aangezien de gevraagde schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing in zoverre ze het niet in aanmerking nemen betrof van de offerte van verzoekende partijen, het door hen aangevoerde nadeel niet vermocht te weren; Overwegende dat verzoekende partijen zelf verklaren dat zij van de bestreden beslissing, en meer bepaald van het te dezen bestreden tweede deel ervan, de toewijzing van de opdracht aan de tussenkomende partijen, “kennis [hebben] genomen bij ontvangst van het schrijven dd. 8 februari 2007, ontvangen per fax op 8 februari 2007 en per aangetekend schrijven op 9 februari 2007”; dat aldus niet kan worden betwijfeld dat de gehele bestreden beslissing hun op 8 februari 2007 bekend was; dat tegen het eerste deel ervan reeds is opgekomen op 9 februari 2007 door de voormelde vordering die tot het arrest nr. 168.650 heeft geleid; dat pas met een verzoekschrift, ter post aangetekend op 20 februari 2007, verzoekende partijen de voorliggende vordering instellen, ditmaal tegen het tweede onderdeel van de bestreden beslissing; Overwegende dat diligent optreden een gegeven is dat vervat is in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid en een dwingende vereiste is die moet zijn vervuld opdat de Raad van State een verzoekende partij mag toelaten tot de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid; dat te dezen het optreden van verzoekende partijen niet getuigt van een dergelijke diligentie; dat immers mocht worden verwacht dat verzoekende partijen meteen in één vordering de bestreden beslissing in al haar onderdelen zou aanvechten, nu ze deze reeds kende op 8 februari 2007; dat het niet diligent is om pas op 20 februari 2007 het tweede deel van de beslissing en het voor verzoekende partijen op het vlak van het nadeel wezenlijke deel, aan te vechten; dat zulks in de gegeven omstandigheden te laat is om nog te voldoen aan de eerste van de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, XII-5035-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Rohde Nielsen A/S en Zandzuig- en Transportbedrijf Versloot BV, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap “TV Rover” in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht maart 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5035-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.652 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.