id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.805 Rolnummer: A. 170765/IX-5256 Zaak: Arrest 168805 - Penitentiair recht - 13/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-20 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 17:30 Fiche Arrest nr 168.805 van 13 maart 2007 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.805 van 13 maart 2007 in de zaak A. 170.765/IX-
- In zake : Peter CARLIER, die woonplaats kiest bij advocaat V. VEREECKE, kantoor houdende te BRUGGE-ASSEBROEK, Baron Ruzettelaan 178 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te EVERBERG, Veldstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peter CARLIER op 6 maart 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 9 januari 2006, genomen door de eerstaanwezend directeur van de gevangenis te Brugge, waarbij de verzoekende partij bij ordemaatregel de mogelijkheid wordt ontzegd om briefwisseling te voeren met Carl DE SCHUTTER; Gelet op het arrest nr. 159.565 van 2 juni 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoekschrift tot voortzetting van het geding, op 27 juni 2006 ingediend door de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 29 juni 2006 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; IX-5256-1/4 Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 22 augustus 2006; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 15 november 2006, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 14 februari 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 12 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. LELIAERT die, loco advocaat V. VEREECKE verschijnt voor verzoeker, en van advocaat B. DERVEAUX die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op artikel 21, tweede lid, en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van het voornoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat de verzoeker een memorie van wederantwoord heeft ingediend die niet met een ter post aangetekende brief verstuurd is; IX-5256-2/4 Overwegende dat luidens artikel 84, eerste lid, van het voornoem- de besluit van de Regent van 23 augustus 1948 alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij een ter post aangetekende brief; dat dit voorschrift ertoe strekt de processtukken een vaste of onbetwistbare datum te geven; dat de verzoeker heeft verzuimd dit voorschrift na te leven, alhoewel de griffie in haar brief van 11 augustus 2006 hierop zijn aandacht gevestigd heeft; Overwegende dat de memorie van wederantwoord geen vaste datum heeft verkregen binnen de termijn van zestig dagen, bepaald bij artikel 7 van het voornoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948; dat daarmee geen rekening kan worden gehouden; dat op grond van het voornoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State ambtshalve vastgesteld moet worden dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde vernietiging te verkrijgen; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-5256-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 13 maart 2007, door : de H. P. LEMMENS, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-5256-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.805 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.159.565 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.