id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.989 Rolnummer: A. 133005/XII-3774 Zaak: Arrest 168989 - Overheidsopdrachten - 15/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-22 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 17:46 Fiche Arrest nr 168.989 van 15 maart 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 168.989 van 15 maart 2007 in de zaak A. 133.005/XII-
- In zake : de BVBA CENTRUM VOOR BELEIDSMANAGEMENT, die woonplaats kiest bij advocaat Ph. Van Wesemael, kantoor houdende te 1000 Brussel, Jan Jacobsplein 5 tegen : de PROVINCIE LIMBURG. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BVBA Centrum voor Beleidsmanagement op 14 februari 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de “beslissing d.d. 12.12.2002 van de bestendige deputatie van de provincie Limburg waarbij de opdracht voor de oprichting, ontwikkeling en het exploiteren van een vervoercoördinatiecentrum voor de provincie Limburg toegekend werd aan de cvba Traject”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. Stevens; Gelet op de beschikking van 20 december 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 september 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 oktober 2006; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-3774-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Hulpiau, die loco advocaat Ph. Van Wesemael verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur J. Stevens; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : De verwerende partij keurt op 3 oktober 2002 het bestek en de gunningswijze, zijnde een algemene offerteaanvraag, voor voormelde opdracht goed. De opening van de offertes heeft plaats op 26 november
- Twee offertes blijken te zijn ingediend. Een eerste offerte is deze van de CVBA Traject. Een tweede offerte is ingediend door de tijdelijke handelsvennootschap “VCCL” (in de offerte “tijdelijke vereniging” genoemd) gevormd door de CV Iris Consulting en door de verzoekende partij. De opdracht wordt met de bestreden beslissing toegewezen aan de CVBA Traject;
- De ontvankelijkheid. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie in een exceptie betoogt dat het beroep niet ontvankelijk is aangezien het de tijdelijke handelsvennootschap VCCL was, bestaande uit de verzoekende partij en de CVBA Iris Consulting die een offerte indiende en dat “de verzoekende partij alleen sowieso geen kans had om de overheidsopdracht in de wacht de slepen”; dat de verzoekende partij ter terechtzitting verklaart belang behouden te hebben, maar zich naar de wijsheid van de Raad van State te gedragen wat deze exceptie betreft; 2.
- Overwegende dat in principe alleen degenen die regelmatig kandidaat geweest zijn voor het uitvoeren van een overheidsopdracht over de XII-3774-2/4 vereiste hoedanigheid en een voldoende persoonlijk en rechtstreeks belang beschikken om de nietigverklaring na te streven van de beslissing die de betrokken opdracht aan een ander toewijst; dat immers, zoals de Raad van State reeds heeft gesteld onder meer in zijn arresten nrs. 152.172 en 152.174 van 2 december 2005 van de Algemene vergadering van de afdeling administratie, het beroep bij de Raad van State tegen een beslissing inzake de toewijzing van een overheidsopdracht, er idealiter toe strekt de verzoekende partij een nieuwe kans te verschaffen om de opdracht zelf toegewezen te krijgen en zelf uit te voeren; Overwegende dat, toegepast op onderhavig geval, moet worden vastgesteld dat de verzoekende partij als zodanig -namelijk alleen optredend- geen offerte heeft ingediend in de procedure die tot de bestreden toewijzing heeft geleid; dat in zoverre zij het (op bladzijde 4 van haar verzoekschrift) anders laat uitschijnen, dit ten onrechte is; dat het integendeel onbetwistbaar de tijdelijke handelsvennootschap “VCCL” is geweest, die zij met CVBA Iris Consulting vormde, die de offerte indiende; dat het dan ook -slechts- die tijdelijke handelsvennootschap is die over de vereiste hoedanigheid en het belang beschikt om het onderhavig beroep in te dienen; Overwegende, volledigheidshalve, dat het gebrek aan rechtspersoonlijkheid ervan, daarvoor geen obstakel zou zijn geweest; dat een tijdelijke handelsvennootschap, hoewel ze niet over rechtspersoonlijkheid beschikt, immers in een gunningsprocedure mag treden; dat zulks is bepaald in de regelgeving betreffende de overheidsopdrachten zoals onder meer in artikel 93 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken; dat daarin de ondertekening wordt geregeld van een offerte die wordt ingediend door een inschrijver die een “vereniging zonder rechtspersoonlijkheid is opgericht door verscheidene natuurlijke of rechtspersonen”; dat een tijdelijke handelsvennootschap die een offerte indient, aldus verbonden is met de werking van de overheid waarvoor zij, indien haar offerte wordt gekozen, een opdracht zal uitvoeren; dat dienvolgens wordt aanvaard dat een dergelijke handelsvennootschap bekwaam is om bij de Raad van State een annulatieberoep in te dienen ter verdediging van haar inschrijving; XII-3774-3/4 Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat volgt dat het annulatieberoep tegen de bestreden toewijzingsbeslissing slechts ontvankelijk kan worden ingesteld door de twee deelgenoten van de tijdelijke handelsvennootschap VCCL, zonder rechtspersoonlijkheid, samen geldig optredende; dat, alleen handelend, de verzoekende partij de vereiste hoedanigheid en het rechtens vereiste persoonlijke en rechtstreekse belang daartoe mist; dat de exceptie wordt aanvaard en het beroep niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien maart 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3774-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.168.989 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.