id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.001 Rolnummer: A. 122807/VII-27075 Zaak: Arrest 169001 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 15/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-26 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 17:50 Fiche Arrest nr 169.001 van 15 maart 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.001 van 15 maart 2007 in de zaak A. 122.807/VII-27.
- In zake : de vzw het HEILIG-HARTZIEKENHUIS ROESELARE, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus 1 ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de vzw HEILIG- HARTZIEKENHUIS ROESELARE op 22 juni 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het ministerieel besluit van 23 april 2002 houdende de expliciete weigering van de vergunning tot haar opname in de programmatie van een zorgprogramma “Reproductieve geneeskunde B”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-27.075-1/4 Gelet op de beschikking van 18 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. RYCKALTS, die loco advocaat C. GYSEN verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat I. VANDEN BON, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De feiten 1.
- Op 21 december 1999 besliste de Vlaamse minister voor Welzijn, Gezondheid en Cultuur dat er geen gunstig gevolg kan worden verleend aan de aanvraag van de verzoekende partij tot opname in de programmatie van een zorgprogramma reproductieve geneeskunde B. Deze beslissing werd op zich niet aangevochten. 1.
- Op 14 februari 2001 weigert de bevoegde Vlaamse minister opnieuw een gelijkaardige aanvraag van de verzoekende partij. 1.
- Tegen deze weigeringsbeslissing wordt op 20 maart 2001 door de verzoekende partij een vordering tot schorsing ingesteld, die bij arrest nr. 99.427 van 4 oktober 2001 door de Raad van State werd verworpen. Het annulatieberoep wordt verworpen bij arrest nr. A. 169.000 van 15 maart
- 1.
- Op 26 oktober 2001 stuurt de verzoekende partij voor de derde maal aan de bevoegde Vlaamse minister een aanvraag tot opname in de programmatie van een zorgprogramma reproductieve geneeskunde B. VII-27.075-2/4 1.
- Op 23 april 2002 weigert de minister de aanvraag, omdat er geen nieuwe elementen zijn die een heronderzoek van het dossier kunnen verantwoorden. Dit is de bestreden beslissing.
- De ontvankelijkheid 2.
- In haar memorie van antwoord betoogt de verwerende partij dat het huidig beroep enkel kan betrekking hebben op het ministerieel besluit van 23 april
- 2.
- Uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij op 20 maart 2001 voor de derde keer een nieuwe aanvraag heeft ingediend tot opname in de programmatie van een zorgprogramma reproductieve geneeskunde B. De verwerende partij heeft naar aanleiding van deze nieuwe aanvraag onderzocht of er nieuwe feitelijke of juridische elementen waren die een heronderzoek konden verantwoorden, maar kwam hierbij in de bestreden beslissing van 23 april 2002 tot de conclusie dat dit niet het geval was. Zij verwijst in deze beslissing eveneens naar de eerder genomen weigeringsbeslissingen. 2.
- De bestreden beslissing van 23 april 2002 is in wezen geen nieuwe beslissing, maar een louter bevestigende beslissing van de reeds op 21 december 1999 genomen beslissing, die, bij gebreke aan enige tijdige betwisting door de verzoekende partij, definitief is geworden. Daar de termijn om een annulatieberoep in te stellen bij de Raad van State te dezen aanvangt op het ogenblik van de bevestigde beslissing van 21 december 1999 en niet van de bevestigende beslissing van 23 april 2002, is het beroep tot nietigverklaring laattijdig en dus niet ontvankelijk, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-27.075-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien maart tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. C. BAMPS staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-27.075-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.001 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.