id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.116 Rolnummer: A. 57355/X-9442 Zaak: Arrest 169116 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-28 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 18:03 Fiche Arrest nr 169.116 van 20 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.116 van 20 maart 2007 in de zaak A. 57.355/X-
- In zake :
- de v.z.w. BRUSSELSE RAAD VOOR HET LEEFMILIEU (BRAL),
- Johan VAN WAYENBERGE, die woonplaats kiezen bij advocaat D. LINDEMANS, kantoorhoudende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de gemeente ANDERLECHT, die woonplaats kiest bij advocaten B. en L. CAMBIER, kantoor houdende te 1180 BRUSSEL, Winston Churchill-laan
- tussenkomende partij : de n.v. COURTHEOUX-FRADIS, thans de n.v. CORA, die woonplaats kiest bij advocaat T. VANDENPUT, kantoor houdende te 1160 BRUSSEL, Tedescolaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. BRUSSELSE RAAD VOOR HET LEEFMILIEU en Johan VAN WAEYENBERGE op 7 april 1994 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 26 oktober 1993 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Anderlecht waarbij aan de n.v. COURTHEOUX-FRADIS de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een gebouw voor handelsdoeleinden, Olympische dreef te Brussel-Anderlecht; Gelet op het arrest nr. 48.012 van 16 juni 1994 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-9442-1/6 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 8 november 1994 ingediend door de n.v. COURTHEOUX-FRADIS; Gelet op de beschikking van 10 november 1994 die de tussenkomst van de n.v. COURTHEOUX-FRADIS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 5 april 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat K. WAUTERS, die loco advocaten B. en L. CAMBIER verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat P. DE MAEYER, die loco advocaat T. VANDENPUT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-9442-2/6 Overwegende dat in het auditoraatsverslag een exceptie van onontvankelijkheid wordt opgeworpen, zowel wat de eerste verzoekster, als wat de tweede verzoeker betreft en dat het auditoraat tot de conclusie komt dat de verzoekers niet doen blijken van het rechtens vereiste belang; dat deze exceptie hierna wordt onderzocht; Overwegende dat de eerste verzoekster, die een vereniging zonder winstoogmerk is, haar belang bij de vordering als volgt omschrijft : “De eerste verzoekende partij heeft, in het licht van haar statutair doel -de zorg voor het leefmilieu in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest- een niet te ontkennen belang bij onderhavige procedure. De bestreden vergunning betekent een zware aantasting op enerzijds de open ruimte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en anderzijds een aantasting van de doelstellingen van het gewestplan. De eerste verzoekende partij is overigens ook institutioneel betrokken bij het Brussels beleid inzake leefmilieu en ruimtelijke ordening”; Overwegende dat krachtens de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, de verenigingen zonder winstoogmerk in rechte mogen optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht; Overwegende dat wordt aangenomen dat een vereniging slechts voor de Raad van State kan optreden op voorwaarde dat zij rechtspersoonlijkheid bezit en dat zij voldoet aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten, doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel en geoorloofd belang alsmede van de vereiste hoedanigheid; Overwegende dat luidens het op 16 december 1993 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde artikel 4 van de statuten van de eerste verzoekster, “De Brusselse Raad voor het Leefmilieu, afgekort: BRAL”, heeft deze vereniging zonder winstoogmerk tot doel “de zorg voor het leefmilieu in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Het wil de bewoners aanzetten om hierover zelf te beslissen. Bral wil via coördinatie, hulp, eigen initiatief en het verlenen van advies :
- de nederlandstaligen sensibiliseren voor de problemen in verband met leefmilieu en stadsbeleid; X-9442-3/6
- de werkgroepen en verenigingen die de verbetering van leefmilieu en stadsbeleid behartigen, steunen en stimuleren, vooral in de wijken waarop zware dreiging rust;
- naar buiten toe optreden als volwaardig gesprekspartner bij andere verenigingen, alsook bij de overheid;
- de bewoners bewust en mondig maken; Bral zal zijn aktie voeren in het perspectief van samenlevingsopbouw”; Overwegende dat artikel 2 van de statuten bepaalt : “Bral is het orgaan van overleg en samenwerking en vertegenwoordigt het lichaam van de nederlandstalige verenigingen en werkgroepen voor leefmilieu uit het Brussels Hoofdstedelijk gewest, of die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in hun werkingsveld hebben”; Overwegende dat het voorwerp van het beroep de stedenbouwkundige vergunning betreft voor het oprichten van een gebouw voor handelsdoeleinden aan de Olympische dreef te Anderlecht; Overwegende dat wanneer de vereniging een beslissing aanvecht, zoals in casu, die geen even algemene draagwijdte heeft als die van de doelstelling waarop de vereniging zich beroept, doch een specifieke strekking heeft, het optreden van de vereniging getuigt van een actio popularis en de vereniging niet getuigt van het rechtens vereiste persoonlijk belang; dat bovendien aan een vereniging zonder winstoogmerk enkel rechtsingang kan worden verleend voor de behartiging van de collectieve belangen van “haar doelgroep” in zijn geheel; Overwegende dat het thans bestreden besluit een specifieke strekking heeft, met name het oprichten van een handelscomplex, en dus geen algemene strekking, die even algemeen is als die van de doelstelling waarop de verzoekster zich beroept, met betrekking tot de zorg voor het leefmilieu in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Overwegende dat bovendien uit artikel 2 van de statuten, zoals hiervoor weergegeven, blijkt dat de v.z.w. BRAL een overkoepelende vereniging is, want de v.z.w. is het “vertegenwoordigend lichaam van de Nederlandstalige verenigingen en werkgroepen”; X-9442-4/6 Overwegende dat de eerste verzoekster ook in dat opzicht niet doet blijken van het rechtens vereiste belang; Overwegende dat de eerste verzoekster in haar laatste memorie argumenten aanhaalt die hoofdzakelijk en praktisch uitsluitend betrekking hebben op de milieuvergunning die niet het voorwerp uitmaakt van het thans bestreden besluit; Overwegende dat de exceptie opgeworpen in het auditoraatsverslag wat de eerste verzoekster betreft, gegrond is en dat het annulatieberoep van de eerste verzoekster onontvankelijk is; Overwegende dat, wat het belang van de tweede verzoeker betreft, het verzoekschrift als volgt luidt : “De tweede verzoekende partij is woonachtig te Neerpede, vlakbij het gebied waar de supermarkt zal worden gebouwd. (Zij) heeft vanzelfsprekend belang bij de handhaving van het rustig woonklimaat in zijn (haar) wijk”; dat meer bepaald, zo blijkt uit het verzoekschrift, de tweede verzoeker woont in de Kiekenstraat 8 te 1070 BRUSSEL; Overwegende dat met toepassing van artikel 14 van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State een beroep tot nietigverklaring slechts op ontvankelijke wijze kan worden ingesteld door een partij die doet blijken van een benadeling of een belang; dat het algemeen en onpersoonlijk belang dat iedere burger heeft bij de naleving van de wet of de hoedanigheid van inwoner van een gemeente niet volstaat om aan die ontvankelijkheidsvereiste te voldoen; dat de verzoeker moet doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks en zeker belang bij de gevraagde nietigverklaring; dat de verzoeker bijgevolg moet aantonen dat er een voldoende geïndividualiseerd verband bestaat tussen het aangevochten besluit en hemzelf; Overwegende dat uit de gegevens van de zaak blijkt dat de woning van de tweede verzoeker in vogelvlucht is gelegen op minstens 800 m van de westkant van het bouwperceel waarvoor de bestreden vergunning is verleend en op circa 1.100 m van de oostkant ervan, dat voorts blijkt dat de tweede verzoeker vanuit zijn hoeve uitzicht heeft op een golfterrein en op een sportcomplex; dat hij X-9442-5/6 derhalve vanaf zijn woonst geen zicht heeft op de bouwwerken, waarvoor het bestreden besluit werd verleend; dat in deze omstandigheden niet kan worden aangenomen dat de tweede verzoeker over een persoonlijk en rechtstreeks belang beschikt, alleen al omdat hij zeker niet in de onmiddellijke nabijheid woont van het vergunde bouwproject; dat voorts in zoverre hij zich beroept op zijn zorg voor de “handhaving van het rustig woonklimaat in zijn wijk” het door hem ingeroepen belang zich niet onderscheidt van het algemeen en onpersoonlijk belang dat alle inwoners van een gemeente hebben bij de handhaving van de goede ruimtelijke ordening in hun gemeente; dat derhalve ook de exceptie van niet ontvankelijkheid, opgeworpen in het auditoraatsverslag, ten aanzien van de tweede verzoeker gegrond is en dat zijn beroep onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig maart 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9442-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.116 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div