← België

Arrest 169176 - Varia (onderwijs en cultuur) - 20/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.176 Rolnummer: A. 178212/XII-4911 Zaak: Arrest 169176 - Varia (onderwijs en cultuur) - 20/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-29 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 18:09 Fiche Arrest nr 169.176 van 20 maart 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.176 van 20 maart 2007 in de zaak A. 178.212/XII-

  1. In zake : Myriam VAN VLASSELAER, wonende te Oud-Turnhout, Neerstraat 34 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door Scholengroep 7 Kempen, dat woonplaats kiest bij advocaat G. Van Den Eynde, kantoor houdende te Geel, Diestseweg
  2. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Myriam Van Vlasselaer op 31 oktober 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “
  3. de beslissing van Scholengroep 7 Kempen van onbekende datum om de hiernavolgende personen als onderwijzer aan te stellen voor de vermelde volumes in de hiernavolgende instellingen. Instelling Volume Naam Opmerking personeelslid BSGO Mol (Beukenbosstraat) 24/24 Kay Puttenaers BSGO Olen 17/24 Isabella Amara BSGO Mol (Guido Gezelle- 15/24 Dimitri Venicx straat) BSGO Beerse 12/24 Daniel Peeters Personeelslid oefent uren uit via TAO BSGO Geel 15/24 Hilde Verstraelen XII-4911-1/9 BSGO Turnhout 24/24 Martine De Wilde BSGO Turnhout 24/24 Anne Van TAO Assche
  4. de daarmee samenhangende impliciete weigering om verzoekster aan te stellen in één of meerder van de sub 1 vermelde betrekkingen totdat een voltijdse tewerkstelling in haren hoofde is bereikt”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht, op grond van artikel 94 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de beschikkingen van 14 februari 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 maart 2007; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Martens, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat S. Cauwenberghs, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-4911-2/9 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feitelijke gegevens van de zaak
  5. Tijdens het schooljaar 2005-2006 is verzoekster tijdelijk aangesteld in een niet vacante betrekking van deeltijds onderwijzer (eerst 12/24, daarna 7/24), deeltijds “zorgcoördinatie ten minste HOKT” (26/36) aan de basisschool van het gemeenschapsonderwijs te Merksem. Met een ter post aangetekend schrijven van 12 juni 2006 dient verzoekster bij de administratie van Scholengroep 7 een op 10 juni 2006 genaamtekend formulier “Aanvraag tot het bekomen van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur in het schooljaar 2006-2007 voor Scholengroep 7 (Kempen)” in, voor het verkrijgen van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (hierna : TADD) in het ambt van onderwijzer binnen de scholengroep. Per 1 september 2006 wordt zij met een opdracht van 10/24 aangesteld als onderwijzeres in een vacante betrekking aan de BSGO te Balen. Bij e-mail van 5 september 2006 geeft verzoekster de algemeen directeur van de scholengroep te kennen : “In het kader van TADD werden mij per 1 september 10 uren aangeboden door de directie van BS Het Klepperke te Balen. Ik heb deze uren aanvaard onder voorbehoud, aangezien ik opteer voor een full-time betrekking. Ik verzoek u vriendelijk deze uren in het kader van TADD verder aan te vullen. Ik heb er geen problemen mee dat ik deze uren op meer dan een school moet presteren, zolang het voor de scholen en mijzelf een haalbare kaart blijft”; XII-4911-3/9 Per 7 september 2006 wordt verzoekster voor 10/24 aangesteld als onderwijzeres aan de BSGO te Herselt, in eerste instantie tot 20 september 2006 en naderhand tot 27 oktober 2006 en dit ter vervanging van een personeelslid met ziekteverlof. Bij e-mail van 21 september 2006 geeft verzoekster de algemeen directeur andermaal te kennen : “In september aanvaardde ik onder voorbehoud 10 lesuren te Balen. Onder voorbehoud, omdat ik in het kader van TADD een full-time betrekking wenste. Ik verzocht u dan ook om deze uren verder aan te vullen : de uren mochten over meer dan 1 school verspreid worden, zolang dit voor de scholen en voor mijzelf haalbaar bleef. Na twee weken kreeg ik een interim die zou lopen tot 20 september. Ook al zou deze interim enkele weken verder lopen, dit komt niet tegemoet aan mijn vraag. Het is geen doorlopende opdracht : nochtans was en is dit mogelijk. Er zijn immers binnen de scholengroep tijdelijken niet-TADD aangesteld : het is dan ook duidelijk dat een full-time betrekking vinden voor mij reeds eerder mogelijk was. Ik zou dan ook graag een behoorlijke oplossing willen : ik heb reeds twee weken loonverlies geleden en er is geen duidelijke oplossing naar de toekomst toe”. De ontvankelijkheid van het beroep
  6. In haar nota in de schorsingsprocedure werpt de verwerende partij een exceptie van laattijdigheid en een exceptie van gebrek aan belang op die, hoewel formeel gericht tegen het verzoek tot schorsing, evenzeer op het annulatieberoep van verzoekster kunnen worden betrokken. 2.1.
  7. De verwerende partij werpt op, wat de tijdigheid betreft, dat het verzoekschrift niet is ingediend binnen de zestig dagen vanaf 1 september
  8. 2.1.
  9. Als vrijdag 1 september 2006 al de datum is die het uitgangspunt vormt voor de termijn -verzoekster betwist zulks- dan is de zestigste dag dinsdag XII-4911-4/9 31 oktober 2006 en is het annulatieberoep, dat op die datum is ingediend, alleszins tijdig. De exceptie faalt. 2.2.
  10. De verwerende partij merkt aangaande het belangvereiste op dat, waar verzoekster in haar verzoekschrift toelicht dat haar belang er in bestaat dat zij niet is aangesteld in één van de door haar opgesomde betrekkingen totdat een voltijdse tewerkstelling in haren hoofde is bereikt, zij wél voltijds is tewerkgesteld zoals blijkt uit de uiteenzetting der feiten. 2.2.
  11. Waar verwerende partij feitelijk misschien wel kan worden gevolgd waar ze stelt dat verzoekster middelertijd een voltijdse betrekking heeft verkregen, dient toch opgemerkt te worden dat : - die voltijdse betrekking vrij precair blijkt te zijn, nu de tweede opdracht slechts voor een vrij korte periode -eerst tot 20 september 2005 en later verlengd tot 27 oktober en 30 november 2006- werd verleend en dan nog in een niet-vacante betrekking, ter vervanging van een personeelslid met ziekteverlof; - verzoekster op grond van haar TADD-status voorrang claimt voor de toewijzing van een vacante betrekking, terwijl de bijkomende aanstelling van verzoekster, zoals gezien, een niet-vacante betrekking betrof. Ontegensprekelijk heeft verzoekster er belang bij die aanstellingen te bestrijden die een miskenning inhouden van haar (voorrangs)recht op een tijdelijke aanstelling in een vacante betrekking. In die zin houdt het belang van verzoekster direct verband met het onderzoek naar de gegrondheid van de door haar ingeroepen bepaling. XII-4911-5/9 Ten gronde 3.
  12. Als enig middel roept verzoekster de schending in van artikel 21bis, § 9, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs (hierna : rechtspositiedecreet), naar luid waarvan de directeur die over verscheidene vacatures beschikt, bij voorrang de betrekkingen die definitief vacant zijn moet toewijzen aan personeelsleden met een recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. Zij betoogt dat, waar ze recht heeft op de toepassing van de ingeroepen bepaling, de betrokken scholengroep die immers over voldoende vacante uren beschikte, verplicht was haar bij voorrang op niet-prioritaire tijdelijke personeelsleden in een voltijdse (vacante) betrekking aan te stellen. De verwerende partij antwoordt hierop in haar nota in de schorsingsprocedure, enerzijds dat verzoekster wel degelijk aangesteld is in een voltijdse tewerkstelling en, anderzijds, dat ze zich te zijner tijd enkel in de BSGO te Balen heeft aangeboden, alwaar ze alle vacante uren kreeg toebedeeld, maar zich niet aanbood in de andere scholen van de scholengroep, zodat zij niet aangesteld werd in andere scholen tot na haar verzoek hiertoe op 5 september 2006, dat tot haar aanstelling van 7 september 2006 heeft geleid. 3.
  13. Dat verzoekster de TADD-status geniet, wordt door verwerende partij niet betwist. Artikel 21bis, § 9, van het rechtspositiedecreet geeft het personeelslid dat aan de aldaar bedoelde TADD-voorwaarden voldoet, bij verscheidene vacatures voorrang voor de toewijzing van definitief vacante betrekkingen op niet-vacante betrekkingen. Luidens artikel 21bis, § 3, tweede lid, van het rechtspositiedecreet geldt het recht op een TADD : “[...] in de volgende volgorde voor de betrekkingen : 1/ in de instellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net; 2/ in de instellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep; XII-4911-6/9 3/ in de instellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholen- gemeenschap behoren”. Uit die bepaling valt af te leiden dat een personeelslid zijn recht op een TADD kan doen gelden binnen alle instellingen van dezelfde scholen- gemeenschap c.q. scholengroep, zodat de uitoefening ervan niet beperkt blijft tot de school waar het personeelslid op dat ogenblik fungeert of waar het zich -zoals de verwerende partij het stelt- desgevallend “aanbiedt”. Overigens is de raad van bestuur van de betrokken scholengroep blijkens artikel 19 en artikel 21bis, § 3, derde lid, van het rechtspositiedecreet het bestuursorgaan waarbij de personeelsleden geacht worden te kandideren voor een tijdelijke aanstelling, zeker als het een kandidaatstelling voor een TADD betreft. Zo ook heeft de verwerende partij op het daartoe bestemd voorgedrukt aanvraagformulier tot het verkrijgen van het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (in casu voor het schooljaar 2006-2007) voor Scholengroep 7 (Kempen) zelf aangegeven dat het vóór 15 juni 2006 aangetekend dient teruggezonden te worden naar de administratie van de scholengroep 7, en niet naar de directie van één of andere school behorend tot de betrokken scholengroep. 3.
  14. Nu derhalve niet blijkt dat in casu de door de verwerende partij niet betwiste aanspraken van verzoekster op een TADD voor het schooljaar 2006-2007 naar behoren werden onderzocht en gevalideerd bij vergelijking met de aanspraken van de door haar bestreden tijdelijk aangestelde personeelsleden, is het middel van verzoekster in die mate kennelijk gegrond.
  15. Het beroep is kennelijk gegrond.
  16. De vernietiging van de bestreden beslissingen heeft tot gevolg dat de door verzoekster ingediende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen geen voorwerp meer heeft. XII-4911-7/9 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  17. Vernietigd worden :
  18. de beslissing van Scholengroep 7 Kempen van onbekende datum om voor het schooljaar 2006-2007 de hiernavolgende personen als onderwijzer aan te stellen voor de vermelde volumes in de hiernavolgende instellingen. Instelling Volume Naam personeelslid BSGO Mol (Beukenbosstraat) 24/24 Kay Puttenaers BSGO Olen 17/24 Isabella Amara BSGO Mol (Guido Gezelle-straat) 15/24 Dimitri Venicx BSGO Beerse 12/24 Daniel Peeters BSGO Geel 15/24 Hilde Verstraelen BSGO Turnhout 24/24 Martine De Wilde BSGO Turnhout 24/24 Anne Van Assche
  19. de daarmee samenhangende impliciete weigering om verzoekster aan te stellen in één of meerdere van de sub 1 vermelde betrekkingen totdat een voltijdse tewerkstelling in haren hoofde is bereikt. Artikel
  20. De vordering tot schorsing wordt verworpen. XII-4911-8/9 Artikel
  21. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig maart 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4911-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.176 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.