← België

Arrest 169185 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.185 Rolnummer: A. 179004/X-13092 Zaak: Arrest 169185 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 20/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-04 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 18:13 Fiche Arrest nr 169.185 van 20 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.185 van 20 maart 2007 in de zaak A. 179.004/X-13.

  1. In zake :
  2. Cathy PORTIER,
  3. Pascal MARTLÉ, die woonplaats kiezen bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : de deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. tussenkomende partij : Donald DEGRIJSE, die woonplaats kiest bij advocaat K. BOUVE, kantoor houdende 8420 DE HAAN, Mezenlaan
  4. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Cathy PORTIER en Pascal MARTLÉ op 29 november 2006 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 28 september 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen, waarbij het administratief beroep van Donald DE GRIJSE-VAN CAPPEL tegen het besluit van 24 maart 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge voorwaardelijk wordt ingewilligd, en de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het herinrichten en uitbreiden van een bestaand complex aan de Margareta Van Vlaanderenstraat 25 te Brugge (Sint-Kruis) op een perceel kadastraal bekend onder sectie D, nr. 294/h; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.092-1/3 Gelet op de beschikking van 30 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GOETHALS, die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de verzoekers, van adjunct-adviseur P. DEWULF, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. GROUWELS, die loco advocaat K. BOUVE verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Donald DEGRIJSE met een verzoekschrift van 18 december 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partij op goede gronden aanvoeren dat de bestreden beslissing, ten gevolge van het tegen die beslissing op 20 november 2006 bij de Vlaamse regering ingestelde schorsend beroep van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge, geen uitvoerbare kracht heeft; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ervan derhalve niet ontvankelijk is ; dat de argumentatie die de verzoekende partijen ter terechtzitting voor het eerst ontwikkelen om dit standpunt te ontkrachten -en die zij om proceseconomische redenen reeds in hun inleidend verzoekschrift hadden moeten formuleren, nu de excepties voorspelbaar waren in het licht van de ruimschoots overheersende rechtspraak- verwijst naar niet nader gespecifieerde rechtspraak van het Hof van Cassatie, waarvan daarenboven geenszins wordt aangetoond dat ze relevant is voor de voorliggende zaak; dat die argumenten niet kunnen worden aangenomen, X-13.092-2/3 BESLUIT: Artikel
  5. Het verzoek tot tussenkomst van Donald DEGRIJSE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  6. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  7. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig maart 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.092-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.185 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.108 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.