id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.269 Rolnummer: A. 165832/XII-4529 Zaak: Arrest 169269 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 22/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-30 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 18:20 Fiche Arrest nr 169.269 van 22 maart 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.269 van 22 maart 2007 in de zaak A. 165.832/XII-
- In zake : Didier VERDUYN, die woonplaats kiest bij advocaat S. Ronse, kantoor houdende te Kortrijk, President Kennedypark 8 B tegen : de STAD GERAARDSBERGEN, die woonplaats kiest bij advocaat N. Herpelinck, kantoor houdende te Aalst, Majoor Charles Claserstraat 8, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Didier Verduyn op 4 oktober 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 23 augustus 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen om zijn toelating voor de organisatie van het “Imagination Festival” op 8 en 9 juli 2006 in te trekken; Gelet op het arrest nr. 149.138 van 20 september 2005 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur P. De Somere; Gelet op de beschikking van 5 september 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; XII-4529-1/6 Gelet op de beschikking van 8 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Vanpraet, die loco advocaat S. Ronse verschijnt voor verzoeker, en van advocaat N. Herpelinck, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feiten
- Met een brief van 30 juni 2005 vraagt verzoeker aan de stad Geraardsbergen om de “goedkeuring” voor de organisatie, op 8 en 9 juli 2006 op het grondgebied van de stad, van het eerste “Imagination69 Festival in Europa”. Het college beslist op 12 juli 2005 gunstig advies te geven aan de toelatingsvraag voor de organisatie van het festival, en brengt verzoeker met een schrijven van 14 juli 2005 ter kennis dat het hem “de toestemming [verleent] om het Imagination Festival te organiseren op het grondgebied van Geraardsbergen op 8 en 9 juli 2006”. Op 23 augustus 2005 beslist het college “[g]een toelating te verlenen voor de organisatie van het ‘Imagination Festival’ op het grondgebied van Geraardsbergen”. Het laat met een brief van 25 augustus 2005 aan verzoeker weten : “Het College van Burgemeester en Schepenen heeft in nauw overleg met de politiediensten het voorstel voor de organisatie van het ‘Imagination Festival’ onderzocht. Gezien de grootschaligheid van het evenement wordt de capaciteit van ons grondgebied overtroffen en kan de veiligheid onvoldoende gewaarborgd worden. Daarom komt het College van Burgemeester en Schepenen terug op haar beslissing d.d. 12 juli 2005 en verleent dan ook geen toestemming om het evenement te laten plaatshebben op het grondgebied van Geraardsbergen”. XII-4529-2/6 De ontvankelijkheid
- Volgens de memorie van antwoord rijst de vraag of verzoeker wel over de vereiste hoedanigheid en het nodige belang beschikt, nu “de meeste verzoeken opgemaakt werden op naam van SWAM, aldus niet overeenstemmend met de identiteit van de verzoekende partij”. In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld de exceptie te verwerpen omdat de bestreden beslissing aan verzoeker persoonlijk is gericht en verzoeker zich naar aanleiding van het evenement jegens verscheidene personen persoonlijk contractueel heeft verbonden. Er is reden om die zienswijze, die verwerende partij overigens noch in de laatste memorie, noch ter terechtzitting bestrijdt, bij te vallen. De exceptie wordt verworpen.
- In de laatste memorie werpt verwerende partij aan verzoeker tegen dat het evenement “Imagination69 Festival” ondertussen heeft plaatsgevonden, zodat “het beroep zonder voorwerp is geworden en derhalve niet langer ontvankelijk is bij gebrek aan belang”. Het is onjuist dat het beroep thans zonder voorwerp zou zijn geworden. De Raad van State heeft de beslissing van 23 augustus 2005 van het college van burgemeester en schepenen weliswaar bij arrest nr. 149.138 van 20 september 2005 in haar tenuitvoerlegging geschorst, maar die schorsing laat het bestaan op zich van de beslissing onverlet. De schorsing is naderhand ook niet gevolgd door een intrekking van de beslissing. Overigens zou een verwerping van het annulatieberoep het einde van de schorsing meebrengen. Voorts staat onvoldoende vast dat de beslissing verzoeker niet meer kan schaden. Uit de memorie van antwoord, I, 8., moet worden opgemaakt dat de verwerende partij het evenement alleen node heeft laten plaatshebben, “zonder nadelige erkenning”. Tevens voegt zij bij de laatste memorie een nieuw stuk (nr. 6), waarin sprake is van “strafklachten, chantage, procedures voor de rechtbanken”. In de gegeven omstandigheden kan niet worden uitgesloten dat verzoeker er nog altijd belang bij heeft de bestreden beslissing, middels een annulatiearrest, met terugwerkende kracht uit het rechtsverkeer weggehaald te zien worden. XII-4529-3/6 De exceptie wordt niet aangenomen. Ten gronde
- Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van het rechtszekerheidsbeginsel en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Hij zet, samengevat, uiteen dat de beslissing waarbij hem toestemming tot de organisatie van het festival werd verleend rechtmatig is en rechtscheppend, dat zij zodoende niet kan worden ingetrokken en dat in de bestreden beslissing niet wordt aangegeven waarom de beslissing tot toestemming nu opeens onregelmatig zou zijn.
- Verwerende partij antwoordt, in essentie, dat het college op 12 juli 2005 alleen een gunstig advies verleende, dat verzoeker wist of moest weten dat nadien nog een termijn loopt binnen dewelke het besluit rechtsgeldig kon worden ingetrokken of binnen dewelke iedere belanghebbende derde het voor de Raad van State kon aanvechten, dat het besluit van 23 augustus 2005 deelt in het karakter van het advies van 12 juli 2005, waarop het een vervolg en aanvulling is, dat op 12 juli 2005 “uiteraard niet met enige grondige kennis van zaken kon worden geoordeeld”, dat na het overleg met de politiediensten en hun advisering het college tot het besluit is gekomen dat geen toelating kon worden verleend, dat de omvang en impact van het evenement slechts “groeienderwijze” kan worden ingeschat, en dat het niet is omdat op 12 juli 2005 “al geweten was dat het evenement gevolgen kende op gebied van veiligheid, dat deze omstandigheid, inmiddels grondiger onderbouwd door bijkomende informatie ondermeer van de politie, de motivering inzake veiligheid niet toereikend zou zijn”.
- Volgens de notulen van de zitting van 12 juli 2005 van het schepencollege heeft verwerende partij met betrekking tot het meer vermelde evenement alsdan alleen een gunstig advies aan zichzelf uitgebracht. Het heeft verwerende partij niet belet om terzake aan verzoeker mee te delen dat hem de toestemming werd verleend om het festival te organiseren, noch om op haar website te gewagen van een op 12 juli 2005 verleende “toelating tot het organiseren van een ‘Imagination Festival’”, en evenmin om, finaal, met betrekking tot de bestreden beslissing aan verzoeker te laten weten dat zij op haar eerdere beslissing “terugkomt” en “dan ook geen toestemming” verleent. XII-4529-4/6 De Raad van State ziet geen reden om aan de collegebeslissing van 12 juli 2005 een andere draagwijdte toe te meten dan verwerende partij er steeds zelf aan gegeven heeft vóór het instellen van het onderhavige beroep. De gegeven toestemming moet voor rechtscheppend worden gehouden.
- Volgens de bestreden beslissing wordt op de gegeven toestemming teruggekomen om reden van de grootschaligheid van het festival en, daardoor, het gevaar voor de veiligheid. Toegelicht wordt, in de memorie van antwoord, dat het politiekorps van Geraardsbergen zijn “reserves” had uitgedrukt “om zo’n organisatie in goede banen te leiden”. Deze reden houdt kennelijk geen verband met enige onregelmatigheid van de initieel verleende toestemming. Nochtans kan een administratieve rechtshandeling die rechten toekent aan derden in principe niet worden ingetrokken tenzij in geval van onregelmatigheid. Bovendien heeft verzoeker in zijn aanvraag geenszins een geheim gemaakt van de grootschaligheid van het geplande evenement en nadrukkelijk het veiligheidsaspect ervan beklemtoond. Als de verwerende partij dus aanvankelijk de omvang en mogelijke impact van het evenement niet juist zou hebben ingeschat, dan heeft zij dat alleen aan zichzelf te wijten, met name omdat zij in haar streven om -naar eigen zeggen- “een dynamisch stadsbestuur” te zijn, zich onvoldoende tijd heeft gegund voor een weloverwogen oordeel en al te gehaast was met haar toestemming. Tevens zoekt verwerende partij ten onrechte steun voor haar bezwaren aangaande de grootschaligheid en het veiligheidsrisico van het festival, in zogenaamde reserves van de politiediensten. Blijkens stuk 2 van het administratief dossier houden de beweerde reserves van de politiediensten immers geen verband met de onmogelijkheid om vanwege de grootschaligheid de veiligheid te waarborgen, maar met bedenkingen over de persoon van verzoeker, evenals met “milieuoverwegingen”.
- De bestreden intrekking is niet naar recht verantwoord. Het middel is in de besproken mate gegrond. XII-4529-5/6 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 23 augustus 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Geraardsbergen om zijn toelating voor de organisatie van het “Imagination Festival” op 8 en 9 juli 2006 in te trekken. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig maart 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4529-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.269 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.149.138 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div