← België

Arrest 169306 - Milieuvergunningen - 22/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.306 Rolnummer: A. 72012/VII-14917 Zaak: Arrest 169306 - Milieuvergunningen - 22/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-05 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 18:24 Fiche Arrest nr 169.306 van 22 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.306 van 22 maart 2007 in de zaak A. 72.012/VII-14.

  1. In zake : Wilmer VERNIERS, die woonplaats kiest bij advocaat J. FONTEYNE, kantoor houdende te WAREGEM, M. Windelsstraat 6 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus 1 tussenkomende partij : Marc VAN MOORLEGHEM, die woonplaats kiest bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Wilmer VERNIERS op 8 november 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 27 augustus 1996 waarbij de beroepen aangetekend tegen het besluit van 21 maart 1996 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende het verlenen van de vergunning aan Marc VAN MOORLEGHEM voor het veranderen van een inrichting aan de Hoogstraat 11 te Sint-Denijs, ongegrond worden bevonden en het beroepen besluit wordt bevestigd ; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 11 april 1997; Gelet op de beschikking van 5 mei 1997 die de tussenkomst van Marc VAN MOORLEGHEM toelaat; VII-14.917-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKE- RE; Gelet op de beschikking van 5 april 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 29 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 februari 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE ; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. VANDEN BON die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE ; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de tussenkomende partij aan de Raad van State heeft meegedeeld dat de met de betrokken milieuvergunning corresponderende stedenbouwkundige vergunning door de bevoegde Vlaamse minister op 5 maart 1997 werd vernietigd, dat haar annulatieberoep tegen dit ministerieel besluit werd afgewezen bij ‘s Raads arrest nr. 145.431 van 6 juni 2005, en dat daaruit volgt dat -gelet op de definitieve weigering van de stedenbouwkundige vergunning-, ingevolge het koppelingsmechanisme voorzien in artikel 5 van het milieuvergun- ningsdecreet van 28 juni 1985, de milieuvergunning is komen te vervallen; dat dienvolgens moet worden besloten dat het beroep zonder voorwerp is en moet worden verworpen; VII-14.917-2/3 Overwegende dat, gelet op het voorgaande en mede gelet op het feit dat het beroep initieel niet kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond werd bevonden, het past de kosten van het beroep ten laste te leggen van de verwerende partij, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig maart tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samen- gesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. C. BAMPS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-14.917-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.306 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.