id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.309 Rolnummer: A. 87404/VII-19690 Zaak: Arrest 169309 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 22/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-04 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 18:25 Fiche Arrest nr 169.309 van 22 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.309 van 22 maart 2007 in de zaak A. 87.404/VII-19.
- In zake : de n.v. FAIRFIELD INDUSTRIES BELGIUM, thans de n.v. F. INDUSTRIES BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaten V. VAN HOUTTE en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te BRUSSEL, H. Wafelaertsstraat 47-51 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. LANGE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Schermersstraat 30 tussenkomende partij : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM), die woonplaats kiest bij advocaten P. LUYPAERS en H. DERDE, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. FAIRFIELD INDUSTRIES BELGIUM op 19 oktober 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 6 augustus 1999 houdende verwerping van het beroep dat zij had aangetekend tegen de beslissing van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest waarbij zij wordt geacht niet te voldoen aan de voorwaarden van artikel 31, §§ 2 of 3 van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering (Bodemsaneringsdecreet) en zij bijgevolg wordt verplicht om in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek met betrekking tot haar terrein gelegen aan de Hanswijkvaart te Mechelen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 8 juni 2000; VII-19.690-1/5 Gelet op de beschikking van 12 juli 2000 die de tussenkomst van OVAM toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 11 juli 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 29 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaten J. BOUCKAERT en B. POELEMANS, loco advocaat J. MERTENS, die verschijnen voor de verzoekende partij, van advocaat B. DALLE, die loco advocaat H. LANGE verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat H.-K. CARÊME, die loco advocaat P. LUYPAERS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten. 1.
- De verzoekende partij produceert, verwerkt en verhandelt machines en onderdelen uit de metaalverwerkende sector, alsook de afgeleiden ervan. VII-19.690-2/5 1.
- Zij koopt op 3 augustus 1990 roerende en onroerende goederen over van het failliet verklaarde bedrijf PRB, waaronder gronden die gelegen zijn te Mechelen. Op 31 augustus 1990 wordt de authentieke akte van de aankoop verleden. 1.
- Onmiddellijk na de werving tracht de verzoekende partij de gronden te verkopen, maar uit bodemonderzoek op initiatief van een potentiële koper blijkt dat de kwestieuze grond verontreinigd is. Het vervuilde terrein blijkt een ernstige verontreinigingsgraad te hebben met een mogelijk belangrijke impact op de directe omgeving. 1.
- Dit onderzoek wordt aan de verzoekende partij, de stad Mechelen en OVAM meegedeeld en in opdracht van OVAM wordt door het studiebureau Belgorama een bijkomend onderzoek gevoerd. Er wordt een rapport “sanering gasfabrieksterrein Mechelen-princiepsonderzoek” opgesteld. Hierna verklaren OVAM en de stad Mechelen het terrein ontoegankelijk. 1.
- Bij beslissingen van 4 maart 1997 en 20 januari 1998 worden de gronden door de Vlaamse regering aangewezen als historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden. Op 15 januari 1999 stuurt OVAM een aanmaning naar de verzoekende partij om een beschrijvend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Deze drie besluiten zijn aangevochten met een annulatieberoep bij de Raad van State dat is gekend onder het nr. A. 84.674/VII-18.
- 1.
- Op 12 februari 1999 stuurt de verzoekende partij een brief naar de OVAM waarin ze stelt dat ze een “onschuldige bezitter” is. 1.
- Bij schrijven van 9 april 1999 herhaalt de OVAM zijn eis om een beschrijvend bodemonderzoek te laten uitvoeren. Ook deze beslissing is aangevochten met het bovenvermeld annulatieberoep nr. A. 84.674/VII-18.
- 1.
- De verzoekende partij stelt op 7 mei 1999 tegen voornoemde beslissing van 9 april 1999 beroep in bij de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw. 1.
- In het kader van de beroepsprocedure brengt het hoofdbestuur Milieuvergunningen van AMINAL een ongunstig advies uit. VII-19.690-3/5 1.
- Op 6 augustus 1999 wordt de ministeriële beslissing genomen waarbij het beroep van de verzoekende partij ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. Dit is de bestreden beslissing.
- Ten gronde. 2.
- Enkel indien de gronden overeenkomstig artikel 30 van het Bodemsaneringsdecreet worden aangeduid, kan de OVAM de saneringsplichtige aanmanen om de bodemsanering uit te voeren. De thans bestreden aanmaning moet haar noodzakelijke juridische grondslag dus vinden in de voorafgaandelijke, wettige aanwijzing door de Vlaamse regering van de gronden als historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden. In de zaak gekend onder het nummer G/A 84.674/VII-18.628 heeft de Raad van State bij arrest nr. A. 169.308 van 22 maart 2007 echter de besluiten van de Vlaamse regering van 4 maart 1997 en 20 januari 1998 houdende dergelijke aanwijzing vernietigd. Dit vernietigingsarrest leidt er toe dat de thans bestreden beslissing, ten gevolge van de onwettigheid van de vernietigde besluiten waarop zij gestoeld is, zelf onwettig is geworden. Dit wordt door de Raad van State ambtshalve vastgesteld. 2.
- De verzoekende partij vraagt in haar laatste memorie om het bestreden besluit te vernietigen op grond van het tweede middel dat in het auditoraatsverslag gegrond wordt bevonden en zij stelt hierover het volgende: “Alsdan zal immers komen vast te staan dat (de) verwerende partij (de) verzoekende partij ten onrechte het statuut van onschuldige bezitter heeft ontzegd en dat zij haar, desgevallend, niet opnieuw op die gronden het statuut van onschuldige bezitter zou kunnen ontzeggen.”. 2.
- De Raad van State is niet verplicht zich te schikken naar de wensen van de verzoekende partij wat betreft het middel op grond waarvan de vernietiging wordt uitgesproken. Bovendien moet de Raad van State niet vooruitlopen op een nog te nemen beslissing na een annulatiearrest. Gelet op het voormelde arrest nr. 169.308, moet het thans bestreden besluit worden vernietigd, omdat de bestreden beslissing zonder rechtsgrond is, VII-19.690-4/5 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 6 augustus 1999 houdende verwerping van het beroep dat de n.v. FAIRFIELD INDUSTRIES BELGIUM had aangetekend tegen de beslissing van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest waarbij zij wordt geacht niet te voldoen aan de voorwaarden van artikel 31, §§ 2 of 3 van het bodemsaneringsdecreet en zij bijgevolg wordt verplicht om in te gaan op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek met betrekking tot haar terrein gelegen aan de Hanswijkvaart te Mechelen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig maart tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. C. BAMPS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-19.690-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.309 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div