id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.315 Rolnummer: A. 52378/X-8801 Zaak: Arrest 169315 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-05 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 18:27 Fiche Arrest nr 169.315 van 23 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.315 van 23 maart 2007 in de zaak A. 52.378/X-
- In zake : Hugo MUYLLE, die woonplaats kiest bij advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1560 HOEILAART, de Quirinilaan 2 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. TAELMAN, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Hugo MUYLLE op 18 juni 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 15 februari 1993 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende weigering van de bouwvergunning voor een alleenstaande gezinswoning op een perceel gelegen te Koksijde, Polderstraat, kadastraal gekend sectie B, nr. 257/a; Gelet op het arrest nr. 118.027 van 4 april 2003 waarbij de debatten heropend worden en waarbij het door de auditeur-generaal aangeduide lid van het auditoraat wordt gelast met het verder onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de beschikking van 7 april 2005 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; X-8801-1/5 Gelet op de beschikking van 6 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DENYS, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoeker eigenaar is van een in 193l aangekocht perceel grond, gelegen aan de Polderstraat te Koksijde (Oostduinkerke), kadastraal bekend sectie B nr. 257a; dat dit perceel deel uitmaakt van het gebied ter plaatse gekend als “O.L.V. ter Duinen”; dat de verzoeker op 9 april 1990 een bouwaanvraag heeft ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde voor het bouwen van een villa op het voormelde perceel; dat dit perceel luidens de bestemmingsvoorschriften van het bij besluit van de Vlaamse Executieve van 14 maart 1990 “houdende gedeeltelijke voorlopige vaststelling van het ontwerp-gewestplan Veurne-Westkust voor het gebied “Groenendijk” te Oostduinkerke, thans fusiegemeente Koksijde”, is gelegen in natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat (artikel 4.3.
- van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen); dat dit besluit bij uittreksel is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 28 april 1990; dat deze bestemming wordt bevestigd bij het besluit van de Vlaamse Executieve van 9 december 1992 houdende vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Veurne-Westkust voor het gebied Groenendijk te Koksijde (Oostduinkerke); dat, nadat de gevraagde bouwvergunning bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van 23 maart 1992 was geweigerd en het beroep tegen dit weigeringsbesluit bij besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 11 juni 1992 ongegrond was verklaard, de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden het beroep van de verzoeker tegen laatstgenoemde beslissing bij het thans bestreden besluit van X-8801-2/5 15 februari 1993 heeft verworpen en de gevraagde bouwvergunning heeft geweigerd; Overwegende dat de verzoeker in het eerste, het tweede en het derde middel van het verzoekschrift de wettigheid betwist van het besluit van de Vlaamse Executieve van 14 maart 1990 “houdende gedeeltelijke voorlopige vaststelling van het ontwerp-gewestplan Veurne-Westkust voor het gebied Groenendijk te Koksijde (Oostduinkerke)”; Overwegende dat het voornoemd besluit van de Vlaamse Executieve van 14 maart 1990 is vervangen door het besluit van de Vlaamse Executieve van 9 december 1992 “houdende vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Veurne-Westkust voor het gebied Groenendijk te Koksijde (Oostduinkerke)”; dat dit besluit bij uittreksel is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 7 mei 1993; dat het actueel belang van de verzoeker wordt bepaald door onder meer de thans van toepassing zijnde bestemmingsvoorschriften vastgesteld bij laatstgenoemd besluit; dat de verzoeker tegen dit besluit een beroep tot nietigverklaring heeft ingesteld, waarin hij onder meer dezelfde drie middelen heeft aangevoerd als deze waarin hij de onwettigheid van het bij besluit van de Vlaamse Executieve van 14 maart 1990 voorlopig vastgestelde ontwerpgewestplan aanvoert; dat verzoekers beroep tegen het besluit van de Vlaamse Executieve van 9 december 1992 “houdende vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Veurne-Westkust voor het gebied Groenendijk te Koksijde (Oostduinkerke)”, is verworpen bij het arrest nr. 166.553 van 11 januari 2007; Overwegende dat verzoekers perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van voornoemd besluit van de Vlaamse Executieve van 9 december 1992 definitief vastgestelde gedeelte van het gewestplan Veurne-Westkust voor het gebied Groenendijk te Koksijde (Oostduinkerke), is gelegen in natuurgebied met wetenschappelijke waarde of natuurreservaat; dat artikel 13.4.3.
- van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, bepaalt: “4.3.
- De natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten zijn de gebieden die in hun staat bewaard moeten worden wegens hun wetenschappelijke of pedagogische waarde. In deze gebieden zijn enkel de handelingen en werken toegestaan, welke nodig zijn voor de actieve of passieve bescherming van het gebied”; X-8801-3/5 dat voormelde voorschriften woningbouw hoe dan ook uitsluiten; dat hieruit volgt dat in geval van een eventuele vernietiging van het bestreden besluit tot weigering van de bouwvergunning de bevoegde Vlaamse minister wanneer hij opnieuw over het beroep uitspraak doet, niet anders kan dan de gevraagde vergunning opnieuw te weigeren; dat de verzoeker derhalve niet meer doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang bij het beroep; Overwegende dat, zoals uiteengezet in het arrest nr. 118.027 van 4 april 2003, de verzoeker in een vierde middel de schending aanvoert van artikel 23 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen (de zgn. “opvullingsregel”), van de motiveringsplicht en van het gelijkheidsbeginsel; dat hetzelfde arrest overweegt dat de toepassing van voormelde bepaling op verzoekers perceel van rechtswege is uitgesloten op grond van de voor dat perceel geldende bestemmingsvoorschriften; dat er derhalve geen reden is tot het stellen aan het Arbitragehof van de door de verzoeker geformuleerde prejudiciële vraag omtrent de schending door het decreet van 23 juni 1993 houdende aanvulling met een artikel 87 van de wet van 29 maart 1962 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, waarbij de zgn. “opvullingsregel” vervat in voormeld artikel 23 buiten toepassing werd gesteld, van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het geen overgangsbepalingen en evenmin een schadevergoedingsregeling bevat met betrekking tot (in beroep) hangende bouwaanvragen; dat het Arbitragehof overigens in meerdere arresten de door de verzoeker geformuleerde vraag ontkennend heeft beantwoord (arresten nr. 86/95 van 21 december 1995 en 20/96 van 21 maart 1996) en ook de beroepen tot nietigverklaring van voormeld decreet van 23 juni 1993 heeft verworpen (arresten nr. 40/95 van 6 juni 1995, 56/95 van 12 juli 1995 en 24/96 van 27 maart 1996); Overwegende dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. X-8801-4/5 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig maart 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-8801-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.315 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.118.027 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div