id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.335 Rolnummer: A. 181921/XII-5060 Zaak: Arrest 169335 - Varia (openbaar ambt) - 23/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-29 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 18:29 Fiche Arrest nr 169.335 van 23 maart 2007 Openbaar ambt - Varia (openbaar ambt) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.335 van 23 maart 2007 in de zaak A. 181.921/XII-
- In zake : Jan KNAEPEN, die woonplaats kiest bij advocaat P. Louage, kantoor houdende te Oostende, E. Beernaertstraat 106 tegen :
- de GEMEENTE PUTTE,
- de BURGEMEESTER VAN DE GEMEENTE PUTTE, die woonplaats kiezen bij advocaat N. Schellemans, kantoor houdende te Putte, Waversesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan Knaepen op 23 maart 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van het besluit van 21 maart 2007 van de burgemeester van de gemeente Putte “inhoudende de weigering tot het houden van een fuif op zaterdag 24 maart 2007 te 2580 Putte, Mechelsebaan 604 in het Gemeenschapscentrum Klein Boorn”; Gezien het administratief dossier; Gelet op de beschikking van 23 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 maart 2007, om 15.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Louage, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaten N. Schellemans en T. Van Ouytsel, die verschijnen voor de verwerende partijen; XII-5060-1/4 Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. De Somere; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De schorsingsvoorwaarden Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is. De voorwaarde van de ernstige middelen Verzoeker voert in een eerste middel aan dat de burgemeester ten onrechte voor zijn beslissing steun zoekt in de artikelen 133 en 135 van de nieuwe gemeentewet, aangezien de beslissing blijkbaar haar eigenlijke oorzaak vindt in de vrees voor druggebruik. In een tweede middel wordt bekritiseerd dat ter verantwoor- ding van de bestreden beslissing “enkel onder verwijzing naar nietszeggende argumenten een vage vrees voor druggebruik op de fuif wordt aangevoerd”, en dat in de motivering geen concrete gegevens worden bijgebracht die aantonen dat de openbare orde wordt verstoord of dreigt te worden verstoord. In een vierde middel wordt de hoorplicht geschonden genoemd, omdat verzoeker niet in de mogelijkheid is gesteld zijn standpunt te doen gelden. De middelen lijken zowel feitelijk als juridisch juist. Gesteund op grond van de genoemde artikelen 133 en 135, is de gemeentelijke politiebevoegdheid op het eerste gezicht beperkt tot de handhaving van de materiële openbare orde. De bestreden beslissing maakt niet concreet duidelijk hoe te dezen die materiële openbare orde in het gedrang dreigt te komen door het eventuele gevaar voor druggebruik waarop de beslissing gebaseerd is. Voorts is verzoeker niet gehoord, ofschoon dat in principe vereist was en hoewel niet wordt gemotiveerd waarom het noodzakelijk was te dezen van dit principe af te wijken. XII-5060-2/4 De voorwaarde van het nadeel en de uiterst dringende noodzakelijkheid Verzoeker zet uiteen, en maakt met stukken aannemelijk, dat een aanzienlijke voorbereiding teloor riskeert te gaan, dat zijn reputatie grote schade zal lijden en dat een enorm financieel nadeel dreigt. Tevens bestaat er een intrinsieke hoogdringendheid, aangezien de fuif voor morgen is gepland, en blijkt vooralsnog niet dat verzoeker met zijn vordering nodeloos heeft getalmd. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het besluit van 21 maart 2007 van de burgemeester van de gemeente Putte “inhoudende de weigering tot het houden van een fuif op zaterdag 24 maart 2007 te 2580 Putte, Mechelsebaan 604 in het Gemeenschapscen- trum Klein Boorn”. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig maart 2007, door : de H. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. LUST. XII-5060-3/4 XII-5060-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.335 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.900 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.