id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.375 Rolnummer: A. 164923/IX-4992 Zaak: Arrest 169375 - Cultuur en schone kunsten - 26/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-02 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 18:31 Fiche Arrest nr 169.375 van 26 maart 2007 Onderwijs en cultuur - Cultuur en schone kunsten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.375 van 26 maart 2007 in de zaak A. 164.923/IX-
- In zake : de VZW CORBAN, die woonplaats kiest bij advocaat L. VAN DE VYVER, kantoor houdende te BRUSSEL, Bosstraat 22/1 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW CORBAN op 5 augustus 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2005 houdende de subsidiëring van kunstenorganisa- ties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal-artistieke werking, periodieke publicaties en steunpunten in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2009, van kunstenorganisaties, organisaties voor kunsteducatie, organisaties voor sociaal-artistieke werking en periodieke publicaties in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007, en van instellingen van de Vlaamse Gemeenschap in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010; Gelet op het arrest nr. 153.324 van 9 januari 2006 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van artikel 11 van de bestreden beslissing wordt bevolen en de vordering voor het overige wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verwerende partij op 15 januari 2006 en aan de verzoekende partij op 1 maart 2006; IX-4992-1/3 Gelet op de beschikking van 20 februari 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 maart 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. VAN DE VYVER, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat T. DE SUTTER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer, wegens afwezigheid van een verzoek tot voortzetting, uitspraak zal doen over de vernie- tiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen en dat zij met ingang van de kennisgeving over een termijn van vijftien dagen beschikken om te vragen gehoord te worden; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het voornoemd koninklijk besluit van 5 december 1991, dat de kamer wegens afwezigheid van een verzoek tot voortzetting de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van voornoemde wetten op de Raad van State, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; IX-4992-2/3 Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend in de mate haar vordering tot schorsing was verworpen; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt wat dat gedeelte van het beroep betreft; Overwegende dat de verwerende partij in de loop van de procedure bij schrijven van 19 september 2006 aan de Raad van State meegedeeld heeft dat zij met een nieuw besluit van 20 januari 2006 het bestreden besluit van 24 juni 2005 vervangen heeft; dat de verzoekende partij niet betwist dat zij daarmee genoegdoening gekregen heeft; dat bijgevolg het voorwerp van het beroep teloorgegaan is; dat het past in die omstandigheden de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 26 maart 2007, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4992-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.375 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.324 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.