← België

Arrest 169415 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.415 Rolnummer: A. 179710/X-13116 Zaak: Arrest 169415 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 27/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-04 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 18:42 Fiche Arrest nr 169.415 van 27 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.415 van 27 maart 2007 in de zaak A. 179.710/X-13.

  1. In zake : Simonne HUYGENS, die woonplaats kiest bij advocaten D. LINDEMANS en F. DE PRETER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen :
  2. de gemeente GOOIK, die woonplaats kiest bij advocaat K. GODDEAU, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Prins van Luiklaan 81,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  4. tussenkomende partij : de n.v. ALL PROJECTS & DEVELOPMENTS, die woonplaats kiest bij advocaten J. BOUCKAERT en T. GEVERS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Loxumstraat
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Simonne HUYGENS op 26 december 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 29 augustus 2006 van de gemeenteraad van Gooik, waarbij het wegentracé binnen een aan te leggen verkaveling aan de Pastoriestraat te Oetingen-Gooik wordt goedgekeurd, en van het besluit van 13 november 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gooik, waarbij aan de n.v. A.P. & D. een verkavelingsvergunning wordt verleend voor terreinen gelegen aan de Pastoriestraat te Oetingen-Gooik, kadastraal bekend onder sectie C, nrs. 121/d (deel), 127/b (deel), 128/a en 129/g (deel); Gezien de nota’s van de verwerende partijen; X-13.116-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 26 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die verschijnt voor de verzoekster, van advocaat K. GODDEAU, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat J. BOUCKAERT, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. ALL PROJECTS & DEVELOPMENTS met een verzoekschrift van 22 januari 2007 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat tussenkomende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; X-13.116-2/5 Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekster in haar verzoekschrift het volgende aanvoert : “De bestreden beslissing brengt de verzoekende partij een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel toe. Een verkavelingsvergunning is weliswaar een individuele beslissing, die slechts verleend wordt aan een individuele eigenaar, maar dit neemt niet weg dat een ‘grote’ verkaveling, met de aanleg van een nieuwe weg, in belangrijke mate ook een stedenbouwkundig project is. Een dergelijk project heeft niet enkel gevolgen voor de verkavelde gronden, maar bepaalt ook in grote mate de stedenbouwkundige invulling van de omgeving. In deze verkaveling is dit zelfs in bijzonder grote mate het geval, omdat de verkaveling aansluit op een onbebouwd binnengebied, en er ook een toegang toe verleent. De wijze en de plaats van deze toegang is in grote mate bepalend voor de verdere ontsluiting van dit binnengebied. Door het ‘plan met de indicatieve ontsluiting’ weet de verzoekende partij in functie van welke toekomstige plannen deze toegang is verkozen. Zij weet ook dat de uitvoering van de doortrekking van deze weg een onteigening van een gedeelte van haar tuin impliceert. De onteigening zelf zal haar een nadeel toebrengen. De verzoekende partij is er zich van bewust dat dit nadeel niet het rechtstreeks gevolg is van de bestreden beslissing. De bestreden beslissing creëert echter wel een onteigeningsdreiging. De specifieke gekozen locatie van een verdere aansluiting aan de uiterste hoek van het aanpalende perceel maakt dat het doortrekken van de weg niet mogelijk is zonder het doorvoeren van een reeks onteigeningen in dit binnengebied. Het plan met de indicatieve ontsluiting maakt duidelijk dat men daarbij niet enkel het perceel 114b, maar ook een groot deel van het perceel 120p (met de woning van de verzoekende partij) viseert. Het huidige perceel van de verzoekende partij is ongeveer 80 meter diep, en 18 meter breed. Het plan is om hiervan 30 meter te onteigenen. Dit is 37,5 %. De achtergevel van de verzoekende partij bevindt zich op ongeveer 30 meter van de straat, zodat haar achtertuin nu 50 meter diep is. Deze zou ingekort worden tot 20 meter, wat een vermindering is met 60% ... Een dergelijk(e) onteigening zou bijzonder ingrijpend zijn voor de persoonlijke leefwereld van de betrokkene. In de bijzondere situatie van de verzoekende partij geldt hetzelfde voor de onteigeningsdreiging. De verzoekende partij is 86 jaar oud (geboren op 16 juli 1920). Zij woont nog op zelfstandige wijze in de bewuste woning, en hoopt dit nog lange tijd te kunnen doen. Zij hecht veel belang aan haar tuin, en hoopt die te kunnen behouden. De onteigeningsdreiging die op de tuin rust vormt voor haar een ernstig nadeel. Dit nadeel is ook niet te herstellen. De stress die met deze dreiging gepaard gaat kan immers niet achteraf goed worden gemaakt. Bovendien zal na de uitvoering van het wegenistracé en de verkoop en de bebouwing van de kavels het realiseren van een alternatief zeer moeilijk of onmogelijk zijn”; X-13.116-3/5 Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partij hierop terecht repliceren dat de aangevoerde nadelen niet voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akten; dat de verzoekster zelf even terecht aangeeft “dat dit nadeel niet het rechtstreeks gevolg is van de bestreden beslissing”; dat de door de verzoekster gevreesde onteigening inderdaad niet het voorwerp uitmaakt van de bestreden beslissingen; dat die onteigening, evenals de aangevoerde “onteigeningsdreiging” thans puur hypothetisch zijn; dat aan de tweede schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
  6. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ALL PROJECTS & DEVELOPMENTS in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  7. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-13.116-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig maart 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.116-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.415 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.110 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.