id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.457 Rolnummer: A. 66677/X-7046 Zaak: Arrest 169457 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 18:53 Fiche Arrest nr 169.457 van 27 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.457 van 27 maart 2007 in de zaak A. 66.677/X-7.
- In zake :
- Jozef SPRIET,
- Agnes VAN DAMME, die woonplaats kiezen bij advocaat P. BEKAERT, kantoor houdende te 8700 TIELT, Hoogstraat 34 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 BRUGGE (ASSEBROEK), Bossuytlaan
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jozef SPRIET en Agnes VAN DAMME op 1 december 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 september 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening waarbij hen de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van een woning gelegen aan de Hekkestraat te Wingene, kadastraal bekend sectie E, nr. 790/c; Gelet op het arrest nr. 64.597 van 18 februari 1997 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op het verzoek tot voortzetting van 20 maart 1997 ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur T. DE WAELE; X-7.046-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de partijen; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 november 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die loco advocaat P. BEKAERT verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat J. BOSSUYT die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De feiten. 1.1 De verzoekende partijen zijn eigenaar van een perceel grond, gelegen aan de Hekkestraat te Wingene. Tevens zijn zij eigenaar van een aantal aanpalende percelen, waarop onder meer in het begin van de jaren ‘90 een “nieuwbouwwoning” werd opgericht. 1.
- Volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Roeselare-Tielt vastgesteld bij koninklijk besluit van 17 december 1979, is het te bebouwen perceel gelegen in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied. 1.
- Het bouwperceel is volgens de voorschriften van het algemeen plan van aanleg van Wingene, zoals goedgekeurd bij koninklijk besluit van 24 juli 1956, ondergebracht in een landbouwzone, waar naast landbouwuitbatingen onder meer ook woonhuizen met landelijk karakter, villa’s en herenwoningen toegelaten zijn. 1.
- Op 27 februari 1995 dienen de verzoekende partijen een bouwaanvraag in bij het gemeentebestuur van Wingene. De aanvraag wordt behandeld met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 houdende wijziging van artikel 79 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw. X-7.046-2/4 1.
- Op 28 februari 1995 verstuurt het gemeentebestuur van Wingene het aanvraagdossier naar het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Ruimtelijke Ordening. 1.
- Het college van deskundigen adviseert unaniem ongunstig op 16 mei
- 1.
- Bij ministerieel besluit van 19 september 1995 wordt de bouwvergunning geweigerd. Deze beslissing is onder meer als volgt gemotiveerd : “Overwegende dat het ontwerp niettemin stedebouwkundig niet verdedigbaar blijkt, op grond van de argumenten, aangehaald in de weigeringsbeslissingen van 6 juli 1993 van het gemeentebestuur en van 9 september 1993 van de bestendige deputatie, dat het betrokken perceel immers gelegen is in een landschappelijk waardevol agrarisch gebied volgens het gewestplan, tussen twee woningen op vrij grote afstand van elkaar (± 67 meter), en overigens ook rechtstreeks aansluit op de achtergelegen vrij homogene open ruimte”.
- Beoordeling. Het decreet van 13 juli 1994 houdende wijziging van artikel 79 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, waarvan de bepalingen werden opgenomen in bijlage 2 gevoegd bij het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, werd opgeheven door artikel 171 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: het Decreet van 18 mei 1999). Een eventuele vernietiging van de bestreden beslissing zou de bevoegde minister niet toelaten een nieuw besluit te nemen op grond van het voornoemde decreet van 13 juli 1994, omdat de thans geldende regelgeving niet meer voorziet in een bijzondere procedure met een college van deskundigen dat, na advies van het college van burgemeester en schepenen, rechtstreeks aan de bevoegde minister advies verleent. Daar deze procedure niet meer van toepassing is, zal de verzoekende partij een nieuwe bouwaanvraag moeten indienen, met een voorafgaand openbaar onderzoek, zoals voorzien door artikel 166 van het Decreet van 18 mei
- Dit decreet voorziet bovendien in een minder gunstige regeling, in die zin dat het herbouwen van een zonevreemde woning slechts mogelijk is voor bestaande, vergunde en niet-verkrotte woningen. X-7.046-3/4 In hun laatste memorie stellen de verzoekende partijen dat “het niet uitgesloten is dat op de dag dat de bevoegde minister opnieuw uitspraak doet over het beroep van de gemachtigde ambtenaar de regeling andermaal gewijzigd is” zodat zij “van het vereiste actueel belang doe(n) blijken”. Die bewering is niet meer dan een loutere hypothese. Het belang moet zeker zijn, zodat een zuiver eventueel of potentieel belang niet volstaat. Om voormelde redenen is het beroep tot nietigverklaring onontvankelijk wegens het ontbreken van het wettelijk vereiste zeker en actueel belang, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig maart tweeduizend en zeven, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-7.046-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.457 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.64.597 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div