← België

Arrest 169458 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.458 Rolnummer: A. 66788/X-10314 Zaak: Arrest 169458 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 18:53 Fiche Arrest nr 169.458 van 27 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.458 van 27 maart 2007 in de zaak A. 66.788/X-10.

  1. In zake : Joseph DE COCK (overleden), Rechtsgeding hervat door:
  2. Maryelle VAN DEN MOORTEL,
  3. Pieter-Jan DE COCK, die woonplaats kiezen bij advocaat K. ERARD, kantoor houdende te 1703 SCHEPDAAL, Oudstrijdersstraat 30 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. VAN BEVER, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Pastoor Woutersstraat 32, bus
  4. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Joseph DE COCK op 10 november 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 11 september 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende weigering van de bouwvergunning aan verzoeker voor het oprichten van een woning op een perceel te Overijse, Steenbakkersweg, kadastraal bekend sectie L, nr. 626/x; Gelet op het overlijden van Joseph DE COCK op 12 april 2006; Gezien het verzoekschrift van 29 november 2006 waarbij Maryelle VAN DEN MOORTEL en Pieter-Jan DE COCK de hervatting van het rechtsgeding hebben gevraagd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. EYLENBOSCH; X-10.314-1/4 Gelet op de beschikking van 2 mei 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 6 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. ERARD die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat M. VAN BEVER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. De feiten. 1.
  6. Op 9 maart 1995 dient de verzoekende partij een bouwaanvraag in voor het oprichten van een woning op het perceel nr. 626/x. Zij vraagt daarbij de toepassing van het decreet van 13 juli 1994 houdende wijziging van artikel 79 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw. 1.
  7. Het betrokken terrein is volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde- Asse gelegen in serregebied. 1.
  8. Op 13 maart 1995 brengt het college van burgemeester en schepenen een gunstig advies uit. 1.
  9. Op 1 augustus 1995 adviseert het college van deskundigen unaniem ongunstig. X-10.314-2/4 1.
  10. Op 11 september 1995 weigert de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening de bouwvergunning. Dit is de bestreden beslissing die als volgt is gemotiveerd : “(...) Overwegende dat de grond volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, gelegen is in het serregebied; Overwegende dat uit het onderzoek van kwestieuze aanvraag blijkt dat het perceel wordt bediend langs een losweg die uitgeeft op de Steenbakkersweg; dat deze losweg niet uitgerust is en het statuut van privaatrechtelijke erfdienstbaarheid heeft; dat de woning langs deze losweg ingeplant wordt; dat deze losweg een onvoldoende uitgeruste weg is, gelet op de plaatselijke toestand; dat er een mogelijkheid bestaat dit perceel te bedienen op een rechtstreekse wijze langs de Steenbakkersweg (het perceel 626 k2 blijkt tot dezelfde eigenaar te behoren); dat het langs die zijde evenwel niet ligt in een huizengroep met een tussenafstand die kleiner is dan 70 meter; (...)”.
  11. Beoordeling. In het verslag komt de auditeur tot de bevinding dat het beroep niet ontvankelijk is omdat de verzoekende partij niet meer beschikt over het rechtens vereiste belang. De aanvraag betreft de oprichting van een woning op een perceel gelegen in serregebied. De bestreden beslissing is genomen met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 houdende wijziging van artikel 87 van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw. Ter terechtzitting betoogt de raadsman van de verzoekende partij dat haar cliënten hun belang behouden omdat het niet uitgesloten is dat de gemeente, via een ruimtelijk uitvoeringsplan, het serregebied in woongebied zal omzetten. Het belang waarover een verzoeker moet beschikken moet zeker zijn, en mag geen hypothetisch karakter vertonen. De bewering van de verzoekende partij is een loutere veronderstelling. Als overigens ten gevolge van een gemeentelijke planwijziging de verzoekende partij op het betrokken perceel een woning mag oprichten, zal niets haar beletten op reglementaire wijze een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning in te dienen, deze zal dan worden beoordeeld op grond van een geactualiseerd aanvraagdossier en rekening houdend met de op dat ogenblik bestaande juridische en feitelijke gegevens; X-10.314-3/4 Om voormelde redenen is het beroep niet ontvankelijk wegens het ontbreken van het wettelijk vereiste zeker en actueel belang, BESLUIT: Artikel
  12. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de gedinghervattende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig maart tweeduizend en zeven, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.314-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.458 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.