← België

Arrest 169459 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.459 Rolnummer: A. 66436/X-10106 Zaak: Arrest 169459 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-06 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 18:53 Fiche Arrest nr 169.459 van 27 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.459 van 27 maart 2007 in de zaak A. 66.436/X-10.

  1. In zake : de n.v. ZEEKANAAL EN WATERGEBONDEN GRONDBEHEER VLAANDEREN, die woonplaats kiest bij advocaat K. SCHRYVERS, kantoor houdende te 2980 ZOERSEL, Langebaan 36 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. STEVENS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Schuttersstraat 15-
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ZEEKANAAL EN WATERGEBONDEN GRONDBEHEER VLAANDEREN op 17 november 1995 heeft ingediend om de gedeeltelijke nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar van 19 september 1995 waarbij de vergunning wordt verleend aan de Administratie Waterwegen en Zeewezen - Afdeling Zeeschelde voor een reliëfwijziging van een strook grond gelegen tussen de nieuwe arm van het zeekanaal van Brussel naar de Schelde toe en de Rupeldijk ten zuiden van het Noordelijk eiland te Bornem - Hingene, namelijk “in zoverre de bouwvergunning bepaalt dat verzoekster ertoe gehouden is: ‘rekening te houden met het advies van het College van Burgemeester en Schepenen. Als nabestemming dient de inrichting te gebeuren in functie van een buffer- en groenzone met streekeigen beplanting, conform de algemene visie van het milieu-effectenrapport, opgesteld door de Groep voor Toegepaste Ekologie in het kader van de opdracht Ekologisch begeleiden van de werken Zeekanaal’.”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 1 februari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.106-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie met verzoek tot verderzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 6 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1 december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. VAN BEVER, die loco advocaat S. STEVENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. Feiten. 1.
  4. Het betrokken perceel is volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Mechelen gelegen in een gebied voor milieubelastende industrie. 1.
  5. Het perceel is gelegen binnen het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg “HIN 1 - landelijk gebied kanaalzone” genaamd. 1.
  6. Op 31 mei 1995 dient de Administratie Waterwegen en Zeewezen - Afdeling Zeeschelde een aanvraag in bij de gemachtigde ambtenaar strekkende tot een reliëfwijziging te Bornem - Hingene op het kwestieuze perceel. 1.
  7. Op 28 juli 1995 brengt de gemeente Bornem hierover een voorwaardelijk gunstig advies uit. 1.
  8. Op 19 september 1995 neemt de gemachtigde ambtenaar de beslissing waarbij de vergunning wordt verleend aan de Administratie Waterwegen en Zeewezen - Afdeling Zeeschelde voor een reliëfwijziging van een strook grond gelegen tussen de nieuwe arm van het zeekanaal van Brussel naar de Schelde toe en de Rupeldijk ten zuiden van het Noordelijk eiland te Bornem - Hingene. Dit is de bestreden beslissing. X-10.106-2/5
  9. Beoordeling. Met betrekking tot de beslissing om in rechte op te treden zet de verzoekende partij in haar laatste memorie het volgende uiteen: “In zijn verslag vraagt de auditeur aan verzoekende partij om haar zienswijze mee te delen met betrekking tot de beslissing om in rechte te treden. Tevens vraagt de auditeur om het nodige bewijs hiervan voor te leggen. Verzoekende partij verwijst naar artikel 39 van het decreet van 4 mei 1994 betreffende de naamloze vennootschap Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, dat het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging dienaangaande van de vennootschap toevertrouwt aan de leidend ambtenaar. Ook van belang is artikel 37 van genoemd decreet, krachtens hetwelk de vennootschap ten aanzien van derden rechtsgeldig wordt verbonden door het gezamenlijk optreden van de voorzitter van de raad van bestuur (of bij verhindering de ondervoorzitter) en van de leidend ambtenaar. De decretale bevoegdheidsverdeling wordt bevestigd door de statuten, met name in de artikelen 27 en 33, terwijl uit artikel 26 van de statuten blijkt dat de beslissing tot in rechte treden en tot het machtigen van een advocaat niet wordt voorbehouden aan de raad van bestuur. Verzoekende partij voegt als stuk 19 van haar bundel het besluit toe van 15 november 1995 genomen door de leidend ambtenaar en de ondervoorzitter (gelet op de verhindering van de voorzitter) van de raad van bestuur, waarbij aan mr. Katrien Schrijvers machtiging wordt verleend tot het voeren van een rechtsgeding bij de Raad van Stat(e) betreffende de bouwvergunning reliëfwijziging Hingene, afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar op 19 september 1995”. De relevante bepalingen van het decreet van 4 mei 1994, betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht, zoals ze van toepassing waren op het ogenblik waarop het beroep werd ingesteld, luiden als volgt: Art. 32 §
  10. De vennootschap wordt geleid door een Raad van Bestuur van minimum zeven en ten hoogste elf stemgerechtigde leden, waaronder een voorzitter en een ondervoorzitter. Art. 34 §
  11. De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn tot verwezenlijking van het doel van de vennootschap mits inachtneming van de beperkingen, gesteld door dit decreet, de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen en de statuten. Art. 37 Onverminderd de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid van de Raad van Bestuur als college, wordt de vennootschap ten aanzien van derden rechtsgeldig verbonden door het gezamenlijk optreden van enerzijds de voorzitter van de Raad van Bestuur of, in geval hij verhinderd is, de ondervoorzitter en anderzijds de leidend ambtenaar. Art. 39 Het dagelijks bestuur en de vertegenwoordiging dienaangaande van de vennootschap wordt toevertrouwd aan de leidend ambtenaar. De wetgever heeft geen omschrijving gegeven van het begrip "dagelijks bestuur" waarmee de leidend ambtenaar krachtens deze bepalingen wordt belast. Onder "handelingen of verrichtingen betreffende het dagelijks bestuur van de X-10.106-3/5 vennootschap" moet worden verstaan die welke door het dagelijks leven van de vennootschap vereist worden of die welke, zowel wegens hun gering belang als wegens de noodzakelijkheid van een snelle oplossing, de tussenkomst van de raad van bestuur zelf niet rechtvaardigen. De beslissing om een beroep tot nietigverklaring van een bestuurshandeling in te stellen bij de Raad van State mag, vanuit dat oogpunt, niet worden beschouwd als een handeling die onder het begrip "dagelijks bestuur" valt, daar ze vanwege haar doel verder reikt dan de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap en het geenszins om een handeling van "gering belang" gaat, aangezien zo'n beroep tot doel heeft een uitvoerbare handeling van een overheidsinstantie met terugwerkende kracht uit de rechtsordening te laten verdwijnen. Daaruit volgt dat de beslissing om bij de Raad van State een annulatieberoep in te stellen buiten het wettelijke kader van het dagelijks bestuur valt en alleen mocht worden genomen door de raad van bestuur. Het beroep is bijgevolg niet ontvankelijk, BESLUIT: Artikel
  12. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-10.106-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig maart tweeduizend en zeven, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.106-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.459 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.