← België

Arrest 169460 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.460 Rolnummer: A. 66435/X-10755 Zaak: Arrest 169460 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-06 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 18:54 Fiche Arrest nr 169.460 van 27 maart 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 169.460 van 27 maart 2007 in de zaak A. 66.435/X-10.755. In zake : Roland PEETERS, wonende te 3191 BOORTMEERBEEK, Molenheidebaan 103 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten M. BOES en W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Roland PEETERS op 17 november 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 augustus 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening “die toepassing beveelt van de bepalingen van artikel 5 van de wet van 26 juli 1962 tot instelling van een rechtspleging bij dringende omstandigheden inzake onteigening ten algemene nutte door het Vlaams(

  1. e)Gewest op het grondgebied van de gemeente Boortmeerbeek, nodig voor de modernisering van het kruispunt van de gewestweg N26 Leuven-Mechelen met de Trianonlaan, de Stationstraat en de Heihoekweg”; Gelet op het arrest nr. 58.434 van 28 februari 1996 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 22 januari 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.755-1/6 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de partijen; Gelet op de beschikking van 6 november 2006 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 1december 2006; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van R. PEETERS, in persoon aanwezig, en van advocaat M. VAN BEVER, die loco advocaten M. BOES en W. MERTENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. 1. Feiten. Bij ministerieel besluit van 17 augustus 1995 beslist de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening dat het algemeen nut de onteigening vordert van een aantal onroerende goederen met het oog op de modernisering van het kruispunt van de gewestweg N26 Leuven-Mechelen met de Trianonlaan, de Stationstraat en de Heihoekweg. Deze beslissing is als volgt gemotiveerd : “Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1988 en de bijzondere wetten van 12 januari 1989, 16 januari 1989, 5 mei 1993 en 16 juli 1993; Gelet op de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte, inzonderheid op artikel 5; Gelet op het decreet van 13 april 1988 tot bepaling van de gevallen en modaliteiten waarbij de Vlaamse regering kan overgaan tot onteigeningen ten algemenen nutte inzake de gewestelijke aangelegenheden; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 juni 1995 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, inzonderheid artikel 9, 1/ en artikel 13, 7/; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van de beslissingsbevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering zoals gewijzigd bij de besluiten van 20 januari 1993 en 7 oktober 1993, en van overeenkomstige toepassing verklaard bij artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 juni 1995; Gelet op de onveilige verkeerssituatie (verkeersintensiteit en snelheidsverloop) ter hoogte van de kruisingen van de N26 Leuven - Mechelen met de N267 Boortmeerbeek - Zemst, de Stationstraat en de Heihoekweg, vastgesteld door X-10.755-2/6 ongevallenstatistieken van politie en rijkswacht (8 ongevallen met 2 zwaargewonden gedurende de jaren 1992, 1993 en 1994) ; Gelet op de huidige conflictbelasting van 15 22pwe/h en rekening houdend met de te verwachten verkeerstoename van de volgende 10 jaar is het kruispunt mathematisch oververzadigd; Gelet op het gunstig advies van de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid en het Gemeentebestuur van Boortmeerbeek in verband met de herinrichting van genoemde kruispunten volgens plan KN 15.431/3; Overwegende dat deze herinrichting enerzijds de verkeersafwikkeling bevordert en anderzijds de verkeersveiligheid verhoogt, onder meer door de aanleg van fietspaden; Overwegende dat de herinrichtingswerken van genoemde kruispunten ingeschreven is op het rollend driejarenprograrnma van 1997; Gelet op het gunstig advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 juli 1995 BESLUIT: Enig artikel. Het algemeen nut vordert de onmiddellijke inbezitneming van de onroerende goederen nodig voor de modernisering van het kruispunt van de gewestweg N26 Leuven Mechelen met de Trianonlaan, Stationstraat en Heihoekweg op het grondgebied van de gemeente Boortmeerbeek die met een gele tint zijn aangeduid op het bijgaand door de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening geviseerd plan nr. KN 12180/1. Dienvolgens zal de onteigening van voornoemde onroerende goederen geschieden overeenkomstig de bepalingen van de wet van 26 juli 1962”. Dit is de bestreden beslissing. 2. Beoordeling. De verwerende partij werpt als eerste exceptie op dat het verzoekschrift geen uiteenzetting van de feiten bevat. Het doet er echter weinig toe dat het verzoekschrift geen dergelijke uiteenzetting bevat als de verwerende partij, die zich niet heeft vergist omtrent de draagwijdte van de middelen, de feiten kende die er aan ten grondslag liggen. Het ligt voor de hand dat de verwerende partij, die zich in de memorie van antwoord omtrent de grond van de zaak heeft verdedigd, de feiten kende die ten grondslag liggen aan een besluit dat zij zelf heeft genomen. De exceptie wordt verworpen. Als tweede exceptie roept de verwerende partij op dat verzoeker niet beschikt over het rechtens vereiste belang omdat hij op een afstand van meer dan 100 meter van het betrokken kruispunt woont. X-10.755-3/6 Verzoeker stelt in de memorie van wederantwoord met betrekking tot zijn belang het volgende: “(...) De verzoeker laat, als bewoner van de gewestweg N 267 (Molenheidebaan, in het verlengde van de Trianonlaan) gelden dat hij in zijn belang geschaad is door de geplande additionele verkeersdoorstroming - hinder en- onveiligheid). Uit persoonlijk en concreet belang is de verzoeker derhalve gekant tegen de uitbouw van het kruispunt van het uiteinde van zijn straat tot groter verkeersaantrekkend object: versnelde verkeersafwikkeling trekt immers verkeersoverlast van elders aan. Het perceel waar verzoeker bewoner en eigenaar van is, kent bovendien een unieke ligging rechtover het BLOSO-recreatiedomein van Hofstade, zodat hij duidelijk geschaad is door het afwentelen en stimuleren van verkeershinder (motorlawaai, uitlaatgassen en verkeersgevaar) langsheen zijn gevel. Uit het plan voorgelegd door de verwerende partij blijkt immers dat de herinrichting in essentie een snellere verkeersafwikkeling beoogt, door het afronden van hoeken en de toevoeging van voorsorteringsstroken. Het betreft immers geen zuivere stedebouwzaak, zoals de tegenpartij opwerpt, doch eerder een kwestie van verkeersmobiliteit; De afstand tussen de woonplaats van de verzoekende partij enerzijds, en het kruispunt anderzijds, is in een situatie van verkeersmobiliteit dan ook irrelevant, daar er concreet een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanleg van de verkeersaantrekkende voorziening (oorzaak) en de belangenschade (toenemend verkeer) die daaruit voortvloeit. Het vereiste belang is bijgevolg niet uitgehold, doch bestaat concreet in het voorkomen van definitieve schade (bijkomende verkeershinder langsheen zijn woning), door het bestrijden van de welbepaalde oorzaak (beduidende capaciteitsvergroting van het kruispunt)”. Uit de door verzoeker gegeven uitleg kan worden afgeleid dat hij er belang bij heeft een beslissing aan te vechten die, volgens hem, tot gevolg zou hebben dat er een verkeerstoename is in de straat waarin hij woont. In het verzoekschrift brengt verzoeker volgende grieven naar voor: “A. Wegens het niet naleven van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen. (...) Op 19 april 1995 werd een aangetekend schrijven gericht aan de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse aangelegenheden waarin fundamentele en met elkaar overeenstemmende overwegingen, gestaafd door bewijsstukken (waarnaar verwezen wordt in stuk nr. 4, met bijlagen I tot XII) aangebracht werden tegen de plannen tot herinrichting van het kruispunt van de gewestweg N26 Leuven-Mechelen met de Trianonlaan (gewestweg N267). Van dit aangetekend schrijven berichtte de bovengenoemde Vlaamse minister ontvangst op 9 mei 1995, onder kenmerk W/PP95.16981/A.B., met de vermelding dat de Administratie deze aangelegenheid zal onderzoeken en niet zal nalaten de verzoekschrijver van het verder gevolg op de hoogte te houden (z. stuk nr. 5). Het is dan ook onthutsend om, bij het uitblijven van enig antwoord ten gronde, via uitvoeringsmaatregelen in het Belgisch Staatsblad van 6 oktober 1995, blz. 28.498, te moeten vernemen dat de zaak een ongunstig beslag kreeg. Aangezien op datum van de ministeriële beslissing van 17 augustus 1995, en zelfs op datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, nagelaten werd om de verzoekschrijver enig antwoord, laat staan enige specifieke motivering ter zake, te laten geworden, werd artikel 2 en 3 van de (...) wet van 29 juli 1991 geschonden.(...) X-10.755-4/6 B. Wegens overschrijding en afwending van macht. Subsidiair moet de ministeriële beslissing van 17 augustus 1995, in het belang van de rechtszekerheid, tevens getoetst worden aan het evident algemeen rechtsbeginsel dat de overheid de regels moet naleven die ze zelf bekendmaakte, in deze zaak de normen en criteria vervat in het drie-jarenprogramma openbare werken arr. Leuven 1995-1997, als dusdanig vrijgegeven voor het publiek. Die gepubliceerde normen classificeren de herinrichting van het kruispunt onder de rubriek « veiligheid »: z. stuk nr. 1: maandblad « Ondernemers » van de Leuvense Kamer voor Handel en Nijverheid, oktober 1994, blz. 34; z. ook stuk nr. 2: persartikel Nieuwsblad, Streeknieuws Leuven d.d. 22 en 23 oktober 1994: « Minister laat in zijn agenda kijken ». De bestuurlijke uitvoering gaat dit kader te buiten door, bij willekeurige en ongemotiveerde afwijking van die normen, het herinrichtingsontwerp op te vatten in termen van verhoogde doorstroming: z. stuk nr. 3: dienstnota van het Bestuur der Wegen-Afdeling Wegen Vlaams-Brabant, nr. VP 2/1095-2957 d.d. 30 maart 1995, opgesteld in termen van uitbreiding van de verkeerscapaciteit en waarbij het aspect « verkeersveiligheid » zelfs helemaal niet aan de orde komt. Verkeersveiligheid behoeft geen verhoogde doorstromingscapaciteit, wel integendeel. Het draagvlak en de draagwijdte van de ministeriële beslissing van 17 augustus 1995 is dan ook aangetast door willekeurige en ongemotiveerde overschrijding en afwijking van zelf vastgelegde en als dusdanig openbaar gemaakte veiligheidsnormen, ter aanwending van andere verdoken doeleinden (verkeersdoorstromingsnormen). (...)”. De formele motiveringsplicht heeft tot doel de bestuurde in kennis te stellen van de redenen waarom de administratieve overheid de beslissing heeft genomen, zodat kan worden beoordeeld of er aanleiding toe bestaat de beroepen in te stellen waarover hij beschikt. De bestreden beslissing is formeel met redenen omkleed. Uit het verzoekschrift blijkt overigens dat verzoeker de motieven van de bestreden beslissing kende, aangezien hij deze aan een inhoudelijk onderzoek onderwerpt. Bovendien houdt het besluit, zoals de verwerende partij het in haar memorie van antwoord stelt, een impliciet afdoend antwoord in, op de opmerkingen van verzoeker, vervat in diens brief van 19 april 1995. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt dat het de bedoeling is een grotere verkeersveiligheid na te streven. Verzoeker heeft daarover klaarblijkelijk een andere opvatting. Hij toont echter niet aan dat de feiten niet op behoorlijke wijze werden vastgesteld, noch dat de motieven kennelijk onredelijk zijn. Het feit dat hij het niet eens is met de beoordeling van de verwerende partij maakt op zich geen middel uit tot vernietiging van het bestreden besluit. Wie machtsafwending aanvoert, moet daartoe voldoende ernstige, welbepaalde en overeenstemmende vermoedens aanbrengen waaruit kan worden afgeleid, dat andere dan rechtmatige doeleinden door het bestuur werden nagestreefd. Opdat daarenboven van machtsafwending sprake kan zijn, moet het ongeoorloofde oogmerk het enige doel van de bestreden beslissing zijn geweest. Dit wordt hier niet aangetoond. De middelen zijn ongegrond, BESLUIT: X-10.755-5/6 Artikel 1. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig maart tweeduizend en zeven, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.755-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.460 Gerelateerde publicatie(
  2. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1996:ARR.58.434 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.